Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2016
Deze brief informeert u over de stand van zaken rondom de Wet Huis voor klokkenluiders
en over de toezeggingen die tijdens de plenaire behandeling van dit initiatiefvoorstel
op 9 februari en 1 maart 2016 in de Eerste Kamer zijn gedaan. In aansluiting op mijn
brief van 10 mei 2016 komt ook de verdere uitvoering van de motie-Bikker inzake de
uitbreiding van het benadelingsverbod aan de orde.
Bestuur van het Huis voor klokkenluiders
De Wet Huis voor klokkenluiders is op 1 juli 2016 in werking getreden. Het Huis is
gevestigd in Utrecht. De officiële opening heeft op 4 juli jl. plaatsgevonden.
Het bestuur van het Huis voor klokkenluiders is als volgt samengesteld:
-
− De heer P.A.M. Loven, voorzitter;
-
− Mevrouw C.A.N. Nooy, lid van de afdeling advies van het bestuur;
-
− Mevrouw E.L. Snoeij, lid van de afdeling advies van het bestuur;
-
− De heer G.E.L.M. de Wit, lid van de afdeling onderzoek van het bestuur;
-
− Mevrouw A.M. Zwaneveld, lid van de afdeling onderzoek van het bestuur.
De voorzitter en de leden van het Huis zijn op basis van artikel 3c, eerste lid, van
de Wet Huis voor klokkenluiders bij koninklijk besluit benoemd.
Financiën van het Huis voor klokkenluiders
De inspanningen om voldoende financiële dekking te vinden voor de financiering van
het Huis voor klokkenluiders hebben ertoe geleid dat per jaar structureel € 3 miljoen
voor het Huis beschikbaar is op de begroting van het Ministerie van BZK. Tezamen met
de voorzitter van het Huis zal ik het budget van het Huis monitoren om te zien of
het huidige bedrag passend is.
Uitvoering motie-Bikker c.s. inzake uitbreiding benadelingsverbod
De motie van het lid Bikker c.s. verzoekt de regering spoedig vorm te geven aan een
aanvulling op de Wet Huis voor klokkenluiders zodat degene die anders dan uit dienstbetrekking
arbeid verricht of heeft verricht en melding doet van het vermoeden van een misstand
eveneens wettelijk beschermd wordt tegen benadeling als gevolg van het melden van
een vermoeden van een misstand. Bij brief van 10 mei jl. heb ik u bericht voortvarend
te werken aan de uitvoering van deze motie. Daartoe loopt een consultatieronde onder
een aantal koepelorganisaties. FNV Zelfstandigen, CNV Zelfstandigen, Stichting ZZP
Nederland, de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) en de sportkoepels
NOC*NSF en KNVB zijn in dit verband aangeschreven. Daarnaast heeft mijn ministerie
in mei ook het Adviespunt klokkenluiders gevraagd om zijn visie bij de uitvoering
van de motie.
Op dit moment heb ik alleen nog een reactie ontvangen van het Adviespunt klokkenluiders.
In zijn brief van 9 juni 2016 wijst het Adviespunt erop dat een zzp’er, stagiair of
vrijwilliger evenals een werknemer en een ambtenaar vaak benadeling ondervindt als
gevolg van het melden van een vermoeden van een misstand. Het Adviespunt vindt een
wettelijk benadelingsverbod voor alle werkenden van belang omdat het een duidelijke
norm stelt, waaraan partijen zich hebben te houden en waarop zo nodig een beroep kan
worden gedaan.
Verdere uitvoering motie-Bikker
In het kader van een goede voorbereiding van de verdere uitvoering van de motie-Bikker,
zou ik graag de reacties van de aangeschreven koepelorganisaties afwachten. Zodra
ik die heb ontvangen, zal ik u informeren over mijn standpunt ter zake en het vervolgtraject.
Overige toezeggingen
Naar aanleiding van de aangehouden motie-Bikker omtrent de informatiepositie van het
Openbaar Ministerie ten aanzien van het Huis voor klokkenluiders heb ik toegezegd
uw Kamer uiterlijk 1 jaar na inwerkingtreding van de wet te informeren over de eerste
ervaringen van het Huis in relatie tot de opgeworpen vraag of de onderzoeksfunctie
van het Huis minder effectief zou kunnen zijn doordat mensen zich niet durven te melden
uit angst voor vervolging door het Openbaar Ministerie. Dat betekent dus dat u voor
1 juli 2017 een reactie op dit punt tegemoet kunt zien.
Voor het overige zullen onderwerpen als cultuurverandering, het openbaarheidsregime
en de governancestructuur van het Huis te zijner tijd bij de evaluatie van de wet
aan de orde komen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
S.A. Blok