33 258 Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Voortman, Segers, Thieme en Klein houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders (Wet Huis voor klokkenluiders)

34 105 Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Segers, Thieme, Klein en Voortman tot wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders

J1 MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S.

Voorgesteld 1 maart 2016

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat het Huis voor klokkenluiders advies wil bieden aan klokkenluiders en zonodig onderzoek zal doen na melding van een vermoeden van een misstand;

overwegende, dat een klokkenluider geen immuniteit dient te genieten door het doen van een melding van een vermoeden van een misstand;

overwegende, dat het voorgestelde samenwerkingsprotocol tussen het Huis voor klokkenluiders en het Openbaar Ministerie een spanning in zich blijft houden omdat een klokkenluider niet geacht kan worden mee te werken aan zijn eigen veroordeling terwijl dat belemmerend kan zijn voor het achterhalen van de waarheid;

voorts overwegende, dat voor een vergelijkbaar spanningsveld bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid is gekozen voor een helder wettelijk kader;

verzoekt de regering een voorstel te doen zodat het wettelijke kader voor de informatiepositie van het Openbaar Ministerie ten aanzien van het Huis voor klokkenluiders vergelijkbaar wordt aan de positie volgend uit de betreffende bepalingen van de Rijkswet Onderzoeksraad voor Veiligheid;

en gaat over tot de orde van de dag.

Bikker

De Graaf

Lintmeijer

Schalk

Ester

Koffeman


X Noot
1

Letter J heeft alleen betrekking op wetsvoorstel 33 258.

Naar boven