33 253 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet cliëntenrechten zorg en enkele andere wetten in verband met het tijdig signaleren van risico's voor de continuïteit van zorg alsmede in verband met het aanscherpen van procedures met het oog op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg

Nr. 58 AMENDEMENT VAN HET LID ANNE MULDER

Ontvangen 12 maart 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel II, onderdeel C, wordt artikel 60a, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt als volgt te luiden:

  • a. dan nadat op diens verzoek een rapport als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg is uitgebracht door de in dat artikel bedoelde zorgautoriteit waarin de bedrijfskundige gevolgen van de voorgenomen aanwijzing voor de desbetreffende zorgaanbieder als positieve gevolgen worden aangeduid, en.

2. In onderdeel b wordt «indien» vervangen door: indien volgens het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

II

In artikel V, onderdeel A, wordt artikel 8a, tweede lid, als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt als volgt te luiden:

  • a. dan nadat op diens verzoek een rapport als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg is uitgebracht door de in dat artikel bedoelde zorgautoriteit waarin de bedrijfskundige gevolgen van de voorgenomen aanwijzing voor de desbetreffende zorgaanbieder als positieve gevolgen worden aangeduid, en.

2. In onderdeel b wordt «indien» vervangen door: indien volgens het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

Toelichting

In het wetsvoorstel wordt het handhavingsinstrumentarium ten aanzien van de kwaliteit van zorg aangevuld met de mogelijkheid van de minister om een zorgaanbieder een structurele maatregel op te leggen: de zorginstelling kan vanwege kwaliteitsinstrumenten worden opgesplitst.

Dit is een zeer ingrijpend instrument, aangezien ingegrepen wordt in eigendom. Het is daarom van groot belang dat een dergelijk ingrijpend instrument alleen als ultimum remedium wordt ingezet, waarbij ook de noodzaak tot inzet van dit instrument onafhankelijk wordt onderbouwd en ondersteund. Concreet houdt dit in dat de zorgautoriteit tot een positief oordeel zou moeten komen in haar rapportage ten aanzien van de gevolgen van de inzet van de maatregel.

Deze bevoegdheid is een aanvulling op het handhavingsinstrumentarium van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Gezien de rol van de IGZ op het gebied van de kwaliteit van de zorg, ligt het voor de hand dat ook de IGZ rapporteert over de noodzaak van het inzetten van deze maatregel. Hierbij dient ook het overige beschikbare instrumentarium van de IGZ betrokken te worden, om recht te doen aan het in het wetsvoorstel opgenomen vereiste dat deze nieuwe bevoegdheid alleen kan worden ingezet indien het waarborgen van kwaliteit niet kan worden gerealiseerd met andere, voor de zorgaanbieder, minder ingrijpende maatregelen.

Dit amendement regelt derhalve de volgende twee zaken:

  • 1. De zorgautoriteit dient volgens het wetsvoorstel te rapporteren over de effecten van de aanwijzing voor de betreffende zorgaanbieder. Met dit amendement wordt daaraan toegevoegd dat deze rapportage positief moet concluderen ten aanzien van de inzet van deze maatregel. De maatregel kan derhalve alleen genomen worden, als de zorgautoriteit een positieve rapportage uitbrengt over de bedrijfskundige gevolgen van het gebruik van de maatregel.

  • 2. Naast de betreffende zorgautoriteit dient ook de IGZ een advies uit te brengen over de noodzaak van een structurele maatregel. In dit advies moet onderbouwd worden dat het waarborgen van de kwaliteit niet kan worden gerealiseerd met andere, voor de zorgaanbieder, minder ingrijpende maatregelen. Ook ten aanzien van dit advies wordt als eis opgenomen dat het positief moet zijn. De structurele maatregel kan derhalve alleen genomen worden, als de IGZ een positieve rapportage uitbrengt over de noodzaak van de inzet van juist deze maatregel voor de kwaliteit van de zorgverlening.

Anne Mulder

Naar boven