Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 september 2016
In 2017 zal een beleidsdoorlichting worden uitgevoerd naar het beleidsartikel 1 van
het begrotinghoofdstuk IV Koninkrijksrelaties, de Waarborgfunctie. Dit zal plaatsvinden
op grond van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek en beleidsinformatie (RPE),
die stelt dat periodiek een beleidsdoorlichting plaatsvindt op de operationele doelstellingen
van begrotingsartikelen. De vorige beleidsdoorlichting van dit artikel is op 1 maart
2012 aan uw Kamer verstuurd (Kamerstuk 33 189, nr. 1). Deze beleidsdoorlichting heeft geleid tot het continueren van het beleid ten aanzien
van de waarborgfunctie.
In deze brief ga ik in op de opzet en vraagstelling van deze beleidsdoorlichting,
inclusief de daarbij horende kwaliteitseisen. Het uitgangspunt hierbij is de Regeling
Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) 2015.
De waarborgfunctie is een instrument van het Koninkrijk op grond van het Statuut voor
het Koninkrijk der Nederlanden. Het waarborgen van de rechtszekerheid en de mensenrechten
betreft in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de autonome landen Aruba,
Curaçao en Sint Maarten zelf. Indien de landen hier onvoldoende toe in staat zijn,
bestaat voor het Koninkrijk op grond van artikel 43 van het Statuut de mogelijkheid
in te grijpen. Dit is een ultimum remedium en dient zo veel mogelijk voorkomen te
worden. Mijn beleid is dan ook zowel repressief als preventief van aard. Door bij
te dragen aan het versterken van diverse instituties wordt ingezet op het vergroten
van de rechtszekerheid.
De beleidsdoorlichting gaat achtereenvolgens in op:
-
• de algemene doelstelling «het waarborgen van de rechtszekerheid, deugdelijk bestuur
en mensenrechten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten»;
-
• het effect van de ingezette instrumenten om invulling te geven aan deze doelstelling,
te weten de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied
(Kustwacht), het Recherchesamenwerkingsteam (RST), de Rechterlijke Macht en ondersteuning van de grensbewaking
(Koninklijke Marechaussee);
-
• in hoeverre is er sprake van doelmatigheid en doeltreffendheid door middel van de
ingezette instrumenten.
Ook wordt inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn voor het beleid mocht zich de
situatie voordoen dat er 20% minder budget beschikbaar is.
Reikwijdte en werkwijze
De beleidsdoorlichting kijkt terug op een periode die start bij de staatkundige hervormingen
van 10 oktober 2010 tot nu. De beleidsdoorlichting heeft betrekking op heel beleidsartikel 1
en het volledige bijbehorende budget. Artikel 1 omvat in 2016 € 70,2 miljoen.
De beleidsdoorlichting wordt opgesteld aan de hand van de 15 vragen uit de RPE.
De beleidsdoorlichting vormt een syntheseonderzoek gebaseerd op onder andere de evaluaties
die 6 jaar na 10-10-10 zijn of worden uitgevoerd, te weten:
-
− Evaluatie protocol flexibel inzetbare pool Koninklijke Marechaussee (17 juni 2013)
(bijlage bij Kamerstuk 30 176, nr. 31)
-
− Evaluatie justitiële rijkswetten (2015) (bijlage bij Kamerstuk 34 300 IV, nr. 22)
-
− Evaluatie Plan Veiligheid Nederlandse Antillen (2015) (bijlage bij Kamerstuk 24 587, nr. 630)
Daarnaast wordt op basis van beschikbare (internationale) onderzoeken, documenten,
websites, gespreksverslagen en andere bronnen een zo objectief mogelijk beeld geschetst
van de beleidsinspanningen en -resultaten op de instrumenten die zijn ingezet om te
voldoen aan de waarborgfunctie. Aanvullend hierop zullen gesprekken met lokale bestuurders
en medewerkers van de verschillende instituties plaatsvinden met als doel behaalde
resultaten te spiegelen en een indruk te krijgen van de effecten van de inspanningen
van de landen op dit beleidsterrein. Tevens wordt voor de analyse gekeken naar de
inspanningen die Aruba, Curaçao en Sint Maarten zelf plegen op dit onderwerp. Op basis
van een kwalitatieve analyse wordt er een uitspraak gedaan over de doelmatigheid en
doeltreffend van de ingezette instrumenten en hoe deze hebben bijgedragen aan het
bereiken van de algemene doelstelling.
De doorlichting wordt uitgevoerd door medewerkers van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties.
Om de kwaliteit en onafhankelijkheid van de onderzoeksopzet en uitkomsten te borgen,
is mr. J.J. van Eck, werkzaam bij de Raad van State, verzocht om als onafhankelijk
deskundige te fungeren.
Tijdpad
Ik verwacht de doorlichting uiterlijk in het laatste kwartaal van 2017 aan uw Kamer
te kunnen toesturen. Eventuele vragen van uw kant ontvang ik graag zo spoedig mogelijk
opdat er zich geen onnodige vertragingen voordoen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk