Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
1.
In artikel I, onderdeel A, vervalt «in» in artikel 1, onderdeel q.
2.
Artikel I, onderdeel G wordt als volgt gewijzigd:
a. In artikel 5b, derde lid, wordt «4, elfde lid» vervangen door: 4b, vierde lid.
b. In artikel 5c, eerste lid, wordt «de beroepsverordening en de marktverordening»
vervangen door: verordening 1071/2009/EG en verordening 1073/2009/EG.
3.
In artikel I, onderdeel Q, wordt «verordening 1071/2009/EG» vervangen door: van verordening
1071/2009/EG.
4.
In artikel II, onderdeel E, vervalt in artikel 2.4, vierde lid, de komma na «van toepassing
is».
5.
Artikel II, onderdeel H, wordt als volgt gewijzigd:
a. Artikel 2.8a, vijfde lid, komt te luiden:
5. De toestemming van Onze Minister is vereist voor het nemen van een besluit van
de NIWO als bedoeld in het eerste of tweede lid, behoudens voor zover bij algemene
maatregel van bestuur anders is bepaald.
b. Artikel 2.8a, zevende lid, komt te luiden:
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de toepassing
van het eerste, tweede en vijfde lid.
6.
In artikel II, onderdeel J, vervalt artikel 2.10, derde lid.
7.
In artikel II, onderdeel M, vervalt «indien» in artikel 3.2, achtste lid.
8.
In artikel II, onderdeel P, wordt in artikel 4.1, onder g, «met het houden» vervangen
door: het houden.
9.
In artikel II, onderdeel U, wordt «niet meer voldaan» vervangen door: niet meer wordt
voldaan.
Toelichting
Deze nota van wijziging beoogt het herstel van enkele, in de meeste gevallen wetstechnische
gebreken in het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000 en enige
andere wetten ter uitvoering van verordening 1071/2009/EG, verordening 1072/2009/EG
en verordening 1073/2009/EG inzake de toegang tot het beroep van vervoerondernemer
en de toegang tot de markt van het personenvervoer en het goederenvervoer over de
weg (Kamerstukken II, 2011–212, 33 184, nr. 2).
Artikelsgewijs
De wijziging van artikel II, onderdeel H, behoeft enige inhoudelijke toelichting.
In artikel 2.8a vervallen in het vijfde lid de tweede volzin en in het zevende lid
het tweede deel van de volzin (na: eerste, tweede en vijfde lid). Artikel 2.8a van
het wetsvoorstel regelt in het vijfde en zevende lid onder meer dat bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven in welke gevallen het verlies van
betrouwbaarheid in ieder geval een onevenredig strenge sanctie is. In die aan te geven
gevallen heeft de NIWO bij haar besluit om de betrouwbaarheid niet te laten ontvallen
geen toestemming van de Minister nodig. Bij de invulling van de algemene maatregel
van bestuur blijkt echter dat het beschrijven van die gevallen, waarin de betrouwbaarheid
in ieder geval niet ontvalt vanwege de onevenredigheid ervan en dus geen toestemming
van de Minister is vereist, een zeer specifieke gevalsbenadering behoeft die zich
minder goed leent voor uitputtende uitwerking in een algemene maatregel van bestuur
of – in mindere mate – in een ministeriële regeling. Na een onafhankelijke juridische
toets is besloten om deze niet goed uitvoerbare eis voor de algemene maatregel van
bestuur uit artikel 2.8a te halen.
In de algemene maatregel van bestuur wordt op grond van het nieuwe vijfde lid van
artikel 2.8a wel geregeld wanneer de NIWO geen toestemming nodig heeft van de Minister
om de betrouwbaarheid van een vervoerder of vervoersmanager in stand te laten. Dit
is geregeld door inpassing in artikel 2.8a, vijfde lid, van de zinsnede «behoudens
bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald». De omstandigheid waarbij de
NIWO geen toestemming nodig heeft van de Minister is evenwel niet meer afhankelijk
gemaakt van de aanduiding van specifieke gevallen die bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur moeten worden omschreven.
Op grond van een algemene maatregel van bestuur wordt geregeld dat toestemming van
de Minister niet nodig is wanneer een vervoerder of vervoersmanager nog niet het door
de NIWO vooraf toegestane maximum aantal veroordelingen of sancties heeft overschreden.
Achterliggende reden is dat wordt voorkomen dat de Minister toestemming moet geven
aan de NIWO in gevallen waarin het redelijk wordt geacht dat de betrouwbaarheid (nog)
niet in het geding is. Hiermee worden de bestuurlijke lasten beperkt en de rechtszekerheid
voor de vervoerder en vervoersmanager, over de gevallen waarin zijn betrouwbaarheid
nog niet ontvalt, vergroot.
De minister van Infrastructuur en Milieu,
M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus