Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-201933118 nr. AT

33 118 Omgevingsrecht

AT VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 maart 2019

Op 15 januari 2019 hebben de leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving1 gesproken over de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 januari 20192, waarin zij een reactie geeft op de brief van de commissie van 8 november 2018 inzake het proces van behandeling van de wetgevingsproducten van het stelsel van de Omgevingswet. Naar aanleiding hiervan hebben zij de Minister op 22 januari 2019 een brief3 gestuurd.

In haar reactie van 15 maart 2019 gaat de Minister in op de opmerkingen van de commissie ten aanzien van de Integrale Adviescommissie Omgevingswet.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Den Haag, 22 januari 2019

Op 15 januari 2019 hebben de leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) gesproken over uw brief van 11 januari 20194, waarin u een reactie geeft op de brief van de commissie van 8 november 2018 inzake het proces van behandeling van de wetgevingsproducten van het stelsel van de Omgevingswet. De leden van de commissie houden er rekening mee dat bij de verdere behandeling van de stelselherziening omgevingsrecht mogelijk zal worden teruggegrepen op de inhoud van uw brief. Op dit moment beperken zij zich tot het maken van de volgende opmerkingen.

Ten eerste stellen zij vast dat uw voornemen om via de Invoeringswet Omgevingswet in de Omgevingswet vast te leggen dat het ontwerp van het inwerkingtredings-KB voor de Omgevingswet bij het parlement wordt voorgehangen en de uitspraak dat er geen voordracht voor bekrachtiging van het KB komt als het parlement daarmee niet akkoord is, kunnen rekening op instemming van de commissie.

Ten tweede stellen zij vast dat er binnen de commissie enige aarzeling bestaat ten aanzien van de vraag of de door u genoemde onafhankelijke Integrale Adviescommissie Omgevingswet in alle opzichten kan voldoen aan de door de commissie IWO geuite wens om te komen tot een commissie die, mede ten behoeve van de parlementaire afweging, door middel van periodieke rapportages een extern oordeel kan geven over de voortgang en de kwaliteit van de stelselherziening en die bovendien eventuele tekortkomingen tijdig kan signaleren.

De aarzeling van de commissie wordt versterkt nu zij niet op een eerder moment in kennis is gesteld van de instelling en de opdracht van de Integrale Adviescommissie Omgevingswet. De commissie wenst zich dan ook het recht voor te behouden bij de behandeling van de Invoeringswet Omgevingswet op dit onderwerp terug te komen.

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, J.E.A.M. Nooren

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 maart 2019

Hierbij geef ik nadere informatie over de werkwijze en rolopvatting van de Integrale Adviescommissie. Via deze brief geef ik ook gestalte aan mijn toezegging om de adviezen van de Integrale Adviescommissie toe te sturen. Zowel het advies over de voorstellen voor de Invoeringswet als over het Aanvullingswet bodem zijn bijgevoegd (zie bijlagen5). Voor beide adviezen is ook aangegeven hoe zij zijn verwerkt in de voorstellen voor de Invoeringswet en de Aanvullingswet bodem. Dit laatste doe ik mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Het advies van de commissie over Bodem bevat ook de adviezen over het voorstel voor Geluid. De commissie heeft namelijk één advies uitgebracht over Bodem en Geluid. Over de verwerking van het advies in het voorstel voor de Aanvullingswet geluid volgt een brief zodra dit wetsvoorstel bij uw Kamer in behandeling komt.

Integrale Adviescommissie Omgevingswet

In uw brief over het voorstel voor de Invoeringswet geeft u aan aarzelingen te hebben over de vraag of de Integrale Adviescommissie in alle opzichten kan voldoen aan het door uw gewenste externe oordeel over de voortgang en kwaliteit van de stelselherziening. Naar aanleiding van dit signaal heb ik recent met de Adviescommissie stil gestaan bij hun taakopdracht, rolopvatting en specifiek hun onafhankelijkheid. In deze brief licht ik hierover een aantal zaken nader toe, aanvullend op mijn brief van 11 januari. Verder ben ik blij u te kunnen melden dat de leden van de Adviescommissie graag bereid zijn tot een kennismaking en een nadere gedachtewisseling met de leden van uw commissie Infrastructuur, Wonen en Omgeving.

In 2016 is een Integrale Adviescommissie Omgevingswet samengesteld. Deze commissie volgt de vijf Adviescommissies op die hebben geadviseerd over de Omgevingswet en de onderliggende besluiten. De Integrale Adviescommissie Omgevingswet adviseert het kabinet over de navolgende wetgevingsproducten van de stelselherziening: de voorstellen voor Invoeringswet, het Invoeringsbesluit en de Aanvullingswetten en -besluiten. Bij de adviezen van de Adviescommissie staat de vraag centraal of de regelgeving bijdraagt aan de vier verbeterdoelen van de stelselherziening en of de onderwerpen goed zijn ingepast in het stelsel. Ook de uitvoerbaarheid van de regelgeving is voor de commissie een belangrijk aandachtspunt. De commissie kijkt bij de verschillende adviezen elke keer of de regelgeving in de uitvoeringspraktijk kan gaan werken. In de commissie nemen daarom juist ook mensen uit de uitvoeringspraktijk deel.

Ik heb recent naar de samenstelling van de commissie gekeken en heb deze uitgebreid met expertise op het gebied van natuur en water opdat alle relevante expertise met betrekking tot de fysieke leefomgeving daarin is vertegenwoordigd.

De adviescommissie is als volgt samengesteld:

  • mw. ir. H.C. Klavers (vz. Commissie, dijkgraaf waterschap Zuiderzeeland)

  • prof. dr. ir. A.G. Bregman (Instituut voor Bouwrecht/hoogleraar bouwrecht Rijksuniversiteit Groningen),

  • mr. dr. J.H.G. van den Broek (VNO-NCW/rechter-plaatsvervanger rechtbank Oost-Brabant),

  • drs. L. de Bruin (Raadgevend Adviseur, Heijmans),

  • mw. mr. T.H.B.M. Hofs (voorheen provincie Overijssel),

  • drs. M.M. de Hoog (directielid DCMR),

  • drs. ing. H. Küpers (secretaris-directeur waterschap Hunze en Aa’s),

  • prof. mr. dr. G.A. van der Veen (advocaat AKD/hoogleraar bestuursrecht en milieurecht Rijksuniversiteit Groningen)

  • mw. drs. P.W. Verhoeven (zelfstandig interim-manager en -adviseur publiek domein, voorheen gemeente Rotterdam)

  • prof. mr. dr. C.J. Bastmeijer (hoogleraar natuurbeschermings- en waterrecht universiteit Tilburg en oprichter van Legal Advice for Nature)

Door de combinatie van leden met een achtergrond in het openbaar bestuur, de wetenschap en het bedrijfsleven beschikt de commissie over kennis van de wetgeving én van de praktijk van het omgevingsrecht. De taakopvatting van de commissie maakt dat de leden over de eigen grenzen en belangen heen stappen om tot een integraal, onafhankelijk advies te komen. De leden nemen aan de commissie deel op persoonlijke titel. Zij zijn bovendien niet betrokken bij de besluitvorming over de regelgeving en nemen geen deel aan het interbestuurlijke programma over de implementatie. De commissie komt onafhankelijk van het departement tot haar oordelen en zij kan naast gevraagde adviezen, ook uit eigen beweging signaleren en adviseren.

De commissie heeft in 2016 en 2017 al adviezen uitgebracht over de voorstellen voor de Invoeringswet, de Aanvullingswetten bodem, geluid, natuur en grondeigendom en het ontwerp van het Aanvullingsbesluit bodem. De komende maanden zal ze adviseren over de ontwerpen van het Invoeringsbesluit en de Aanvullingsbesluiten natuur, geluid en grondeigendom. De adviezen worden opgesteld op basis van de ontwerpregelgeving die in consultatie gaat. De commissie betrekt bij haar advies de ontvangen consultatiereacties. Het advies van de commissie wordt tegelijk met de consultatiereacties verwerkt. De reactie van de regering op de adviezen over de ontwerpen van regelgeving is in het verleden en zal in de toekomst ook steeds worden opgenomen in de toelichting, in combinatie met de reacties op andere ontvangen adviezen en opmerkingen. Vanaf heden zal ik de adviezen van de commissie aan uw Kamer doen toekomen en zal uiteen gezet worden hoe daarmee is omgegaan.

In mijn brief van 11 januari heb ik aangeboden om de commissie te vragen om, aanvullend op de adviezen op de wetgevingsproducten, een samenhangend advies uit te brengen over het samenstel van de wetgevingsproducten. Tot mijn genoegen geeft de Adviescommissie graag gehoor aan dit verzoek. Naast de eigen ideeën heeft de commissie aan mij te kennen gegeven, graag voorafgaand aan het opstellen van het advies met u een verdiepend gesprek te voeren over uw verwachtingen ten aanzien van het advies. Ik verwacht dit advies aan het einde van dit jaar te kunnen toesturen, zodat u dit kunt betrekken bij uw oordeel over de inwerkingtreding.

Ik hoop dat de adviezen van de adviescommissie en de reactie daarop verder bijdragen aan een zorgvuldige en (voor)spoedige behandeling.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Samenstelling:

Ten Hoeve (OSF), Huijbregts-Schiedon (VVD), Kuiper (CU), Schaap (VVD), Flierman (CDA), P. van Dijk (PVV), Atsma (CDA), D.J.H. van Dijk (SGP), Don (SP), Jorritsma-Lebbink (VVD) (vice-voorzitter), N.J.J. van Kesteren (CDA), Köhler (SP), Meijer (SP), Nooren (PvdA) (voorzitter), Pijlman (D66), vac. (D66), Stienen (D66), Verheijen (PvdA), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV),Van der Sluijs (PVV), Van Zandbrink (PvdA), Fiers (PvdA), Van Leeuwen (PvdD), Binnema (GL)

X Noot
2

Verslag schriftelijk overleg (Kamerstukken I 2018/19, 33 118, AO)

X Noot
3

Gepubliceerd in Kamerstukken I 2018/19, 33 118, AP

X Noot
4

Verslag schriftelijk overleg (Kamerstukken I 2018/19, 33 118, AO)

X Noot
5

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 163810.05.