33 118 Omgevingsrecht

Nr. 35 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 oktober 2016

De voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn in volle gang. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen nemen gezamenlijk de verantwoordelijkheid om de implementatie van de Omgevingswet voortvarend aan te pakken. Daar wordt via het interbestuurlijke implementatieprogramma Aan de slag met de Omgevingswet en binnen de betrokken organisaties hard aan gewerkt.

Via deze brief wil ik uw Kamer graag informeren over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet, zoals ik heb toegezegd bij de behandeling van het Wetsvoorstel in de Tweede Kamer1.

Financieel afsprakenkader

Met trots stuur ik uw Kamer hierbij het financieel afsprakenkader over de implementatie van de stelselherziening toe2. Het tijdig en in gezamenlijkheid op deze manier constructief tot afspraken komen is niet alleen bijzonder, maar geeft mij het vertrouwen dat we van de implementatie een succes gaan maken.

Dit afsprakenkader is een bijlage bij het Bestuursakkoord implementatie Omgevingswet3, waarin de gezamenlijke ambitie met de implementatie is vastgelegd.

Hoofdlijn is dat het Rijk de investeringskosten voor de centrale voorzieningen voor haar rekening neemt. Partijen dekken hun eigen kosten voor de implementatie. De structurele kosten worden via een verdeelsleutel door alle partijen gedragen. Partijen mogen de structureel voorziene baten die het stelsel hen oplevert behouden. Met de ondertekening van dit afsprakenkader is een goede basis gelegd om de afspraken uit het bestuursakkoord te effectueren.

Voortgang implementatie

De implementatie van de Omgevingswet richt zich op twee hoofdsporen. Ten eerste Invoeringsondersteuning en ten tweede de ontwikkeling van een Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Onderstaand zal ik de stand van zaken op deze twee sporen toelichten.

Invoeringsondersteuning

De invoeringsbegeleiding staat dit jaar in het teken van bewustwording. Dit heeft geleid tot een groot aantal activiteiten waarbij het doel was veel mensen te informeren over de komende wijzigingen in lijn met de motie van de heer Smaling (Kamerstuk 33 962, nr. 128).

Ter illustratie een overzicht van enkele van deze activiteiten: er vinden roadshows plaats door het hele land waaraan zo'n 1.400 ambtenaren uit gemeenten, provincies, waterschappen, rijkspartijen en uitvoeringsorganisaties reeds hebben deelgenomen, Bestuurderstafels, Starttafels met bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld, conferenties en living labs.

Ook is er afgelopen zomer een routeplanner opgeleverd die overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld kunnen gebruiken bij het plannen van werkzaamheden in aanloop naar inwerkingtreding van de wet. Ook ben ik zelf actief aan de slag in voorbereiding op de inwerkingtreding om een Nationale Omgevingsvisie op te stellen.

In 2017 zal nog veel meer aan bewustwording worden gedaan, zodat bij een ieder waarvoor dat relevant is, de komst van de nieuwe Omgevingswet bekend is en zal op verbreding en verdieping worden ingezet.

Het programma Aan de slag met de Omgevingswet wordt ook ingezet om de veranderopgaven bij bestuursorganen te coördineren.

Dit heeft er toe geleid dat binnen een groot netwerk met vertegenwoordigers van gemeenten, waterschappen en provincies een verkenning heeft plaats gevonden naar de informatie voorziening rondom de Omgevingswet. Deze verkenning krijgt een vervolg in 2017.

In alle provincies en waterschappen zijn projectleiders implementatie Omgevingswet aan de slag, bij de gemeenten en Omgevingsdiensten is een netwerk actief van praktisch álle gemeenten. Ook binnen het Rijk is een verandermanager aangesteld en is men actief bij de desbetreffende departementen en uitvoeringsorganisaties zoals Rijkswaterstaat, RIVM, cultureel erfgoed en het Kadaster. Het implementatieprogramma is in deze netwerken actief om ze te voeden en de behoeften in de uitvoeringspraktijk op te halen en te vertalen in activiteiten.

Onderdeel van de invoeringsondersteuning is het Informatiepunt Omgevingswet.

Het Informatiepunt biedt vanaf dit najaar ondersteuning aan professionals van overheden en bedrijven voor informatie over de invoering en uitvoering van de Omgevingswet. Om dit mogelijk te maken hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen een samenwerkingsovereenkomst getekend.

Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO)

Een goede digitale ondersteuning van de Omgevingswet is cruciaal voor het behalen van de verbeterdoelen van de Omgevingswet: minder onderzoekslasten, minder bestuurslasten, meer ruimte voor privaat initiatief en meer omgevingskwaliteit.

Dit hebben we voor ogen met de ambitie op het DSO «Met één klik op de kaart: inzicht, duidelijkheid en samenwerking!»

Hoe die ambitie er verder uit ziet wordt uitgewerkt in de interbestuurlijke Visie op het DSO. Deze Visie vormt samen met een Globaal Programma van Eisen en Doelarchitectuur de kaders waarbinnen het DSO wordt ontwikkeld.

De ontwikkeling van het digitaal stelsel heeft het afgelopen jaar met name in het teken gestaan van de voorbereiding op de werkelijke realisatie. De opdrachten, kaders en uitgangspunten zijn interbestuurlijk aangescherpt.

De verschillende projecten binnen het programma dat zich bezig houdt met de ontwikkeling van het DSO zijn in de initiatiefase en de voorbereidingen voor de aanbesteding van projecten worden getroffen. In 2017 zal met de werkelijke realisatie worden gestart.

In het najaar van 2016 stel ik de aanpak hiervoor vast via een programmaplan 2017 e.v. Daarna zal ik het Bureau ICT-toetsing vragen het programma DSO te toetsen. Over de uitkomsten wordt uw Kamer vanzelfsprekend geïnformeerd.

Over de voortgang van de ontwikkeling van het DSO zal ik uw Kamer in 2017 via de rapportage over de monitor en het ICT-dashboard informeren.

Monitor Omgevingswet

Conform het bestuursakkoord en de wens van uw Kamer4 is een monitor ingericht voor de Omgevingswet, met steun van alle bestuurlijke partners. De monitor is gericht op het meten van het succes van de invoeringsondersteuning, de voortgang van de invoering bij bestuursorganen en het succes van de wet in de praktijk. De basis voor de monitor is een lijst met te monitoren thema’s en onderwerpen, gebaseerd op de doelen en subdoelen van de Omgevingswet. Deze lijst ontwikkelt zich dynamisch met de inzichten uit de implementatie en staat aan de basis van het monitoringsprogramma. De monitor is zo ingericht dat deze bijdraagt aan het lerend vermogen en beperkt is in uitvoeringslast. De resultaten van de volledige monitor over 2016 komen voorjaar 2017 beschikbaar.

Deze zomer heeft al een eerste verkenning over de stand van de implementatie van de Omgevingswet bij alle projectleiders van alle gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk plaatsgevonden. In de bijlage zijn de resultaten opgenomen5. Uit deze eerste stand van zaken blijkt dat 80% van de bestuursorganen op enigerlei wijze bezig is met de Omgevingswet. Dit is conform de doelstelling voor 2016, het jaar van de bewustwording. Het overgrote deel werkt aan het formuleren van de eigen ambities of heeft deze reeds vastgesteld. De fase van bewustwording werpt zijn vruchten af en organisaties werken actief aan de voorbereiding op de daadwerkelijke veranderopgave. Dit is zichtbaar in de resultaten doordat meer dan 50% van de bestuursorganen reeds werkt aan een veranderstrategie, budget heeft gereserveerd en het bestuur heeft betrokken. Circa 50% van de bestuursorganen werkt aan een integrale benadering van vraagstukken in de fysieke ruimte.

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn op weg naar de volgende fase van het implementatietraject waarbij 2017 in het teken staat van verbreding en verdieping. De beweging naar buiten is ingezet en de overheden zijn aan het aftasten op welke manier ze bestuurlijke samenwerking en participatie het beste vorm kunnen geven. Op sommige vlakken moet er nog een tandje bij en het implementatieprogramma zal bestuursorganen stimuleren en faciliteren in het maken van de nodige stappen.

In aanvulling op de Monitor Omgevingswet zal voor het monitoren van de maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet worden aangesloten bij de monitor Nationale Omgevingsvisie die door het Planbureau voor de Leefomgeving zal worden ontwikkeld (in het verlengde van de monitor SVIR). Met het PBL zijn hier afspraken over gemaakt.

Gedurende 2017 zullen verschillende metingen worden uitgevoerd. Dit leidt tot inzage in de mate waarin bestuursorganen zich voorbereiden op het nieuwe wettelijk stelsel en de mate waarin het implementatieprogramma bestuursorganen hierin ondersteund. Verder wordt gemeten in hoeverre de nieuwe regelgeving toepasbaar is in de dagelijkse praktijk. Deze informatie zal worden gebruikt voor het vormgeven van het implementatieprogramma. Daarnaast zullen praktische knelpunten, afhankelijk van het stadium waarin de ontwerp wet- en regelgeving zich bevindt, hierin worden meegenomen.

Voorjaar 2017 zal ik uw Kamer informeren over de volledige monitor over 2016 en eind 2017 zal ik u weer informeren over de voortgang specifiek gericht op de ontwikkeling van het DSO, de voorbereiding bij bestuursorganen en de ondersteuning door het implementatieprogramma.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Handelingen II 2014/15, nr. 100, item 9

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Bijlage bij Kamerstukken 33 118 en 33 962, nr. 19

X Noot
4

Handelingen II 2014/15, nr. 100, item 9

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven