Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433109 nr. 15

33 109 Bepalingen ter versterking van de zeggenschap en bescherming tegen geweld in de zorgrelatie van cliënten in de AWBZ-zorg (Beginselenwet AWBZ-zorg)

Nr. 15 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 11 februari 2014

In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond er bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de brieven van 6 en 13 september inzake het intrekken van het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg (Kamerstuk 33 109, nrs. 12 en 13).

De op 25 november 2013 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de Staatssecretaris bij brief van 10 februari 2014 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Neppérus

Adjunct-griffier van de commissie, Clemens

Inhoudsopgave

   

blz.

I.

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

2

II.

Reactie van de Staatssecretaris

4

I. VRAGEN EN OPMERKINGEN VANUIT DE FRACTIES

Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

De leden van de fractie van de PvdA hebben met tevredenheid kennisgenomen van de beide brieven van de Staatssecretaris met betrekking tot het intrekken van de Beginselenwet AWBZ- zorg. De bepalingen uit het voorstel voor de Beginselenwet AWBZ-zorg zullen, voor zover nog niet opgenomen in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), opgenomen worden in het voorstel voor de kern-AWBZ. Dat stemt deze leden tevreden. Volgens de leden van de PvdA-fractie wordt er zo door de Staatssecretaris gekozen voor eenduidige en goede verbetering van de positie van cliënten in de zorg.

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief houdende intrekking van het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg. Zij zijn teleurgesteld dat de beginselenwet wordt ingetrokken. Hoewel het de wereld op zijn kop is dat er een wet nodig is om mensen rechten te geven op goede basiszorg, is het teleurstellend dat een dergelijk wetsvoorstel – dat al bijna afgerond was – wordt ingetrokken. Genoemde leden vinden dat het vanzelfsprekend moet zijn dat bewoners in een zorginstelling regelmatig gedoucht worden en dat er tijd is voor een wandeling buiten. Zij constateren dat zorgverleners die met hart en ziel in de zorg werken, goede zorg willen verlenen, maar dat vaak niet kunnen door keuzes hogerop.

De leden van de SP-fractie willen graag weten waarom de Staatssecretaris voor het zomerreces van 2013 nog aandrong op snelle behandeling van dit wetsvoorstel, om het wetsvoorstel vervolgens in hetzelfde zomerreces in te trekken. Welke argumenten zijn doorslaggevend geweest in deze keuze? Is het een eis geweest van een politieke partij die mogelijk gedoogsteun zou geven aan de begroting voor 2014?

Erkent de Staatssecretaris dat hij tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Zorg en dwang op 4 september 2013 heeft gezegd dat «De enige zaak die speelt, is dat de beginselenwet is behandeld in de Kamer en dat diverse fracties hebben gezegd: ik heb liever dat je dat regelt in de wet waarin de kern-AWBZ gaat worden geregeld, dan wel dat je die daar in samenhang mee gaat brengen». Welke partijen hebben hun steun opgezegd en wanneer?

De leden van de SP-fractie betreuren zeer dat de noodzaak voor de beginselenwet nog steeds actueel is. Kent de Staatssecretaris ook de voorbeelden van verpleeghuisartsen die zes uur tijd hebben voor 40 bewoners van een verpleeghuis? Vindt de Staatssecretaris dit een voorbeeld van goede basisbeginselen voor goede zorg?

Kent de Staatssecretaris ook de voorbeelden van zorginstellingen die hun eigen vermogen blijven opbouwen en tegelijkertijd personeel ontslaan omdat zij zeggen dat dit nodig is? Welke rechten hebben de bewoners van deze zorginstellingen nog op goede zorg?

De leden van de SP-fractie betreuren het zeer dat de Staatssecretaris consequent de kant kiest van de bestuurders en niet van de bewoners. Door de beginselenwet in te trekken doet hij dit opnieuw.

Vragen en opmerkingen van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben met teleurstelling kennisgenomen van het intrekken van het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg. Met name de verschillende signalen die de Staatssecretaris het afgelopen jaar afgegeven heeft zijn reden tot het stellen van vragen.

Zo geeft de Staatssecretaris in zijn brief van 25 januari 2013 aan dat behandeling van het wetsvoorstel de snelste weg is om de zeggenschap van afhankelijke AWBZ-cliënten te realiseren.1 Waarom heeft hij er niet voor gekozen het wetsvoorstel toen te behandelen? Dan waren de rechten van bewoners in 2013 geregeld in plaats van in 2015.

Ook de tijdspanne roept vragen op. Vanaf het moment dat de Staatssecretaris aangaf het wetsvoorstel te willen behandelen tot het moment van intrekking zit meer dan een half jaar. Heeft het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg tijdens deze periode op enig moment ter discussie gestaan? Zijn er politieke partijen geweest die voor 17 juni 2013 al hadden aangedrongen op intrekking van het voorstel? Zo ja, welke partijen waren dit?

Wat vindt de Staatssecretaris ervan dat er mensen zijn die één keer per week gedoucht worden terwijl zij expliciet aangegeven hebben dit vaker te willen? Waarom moeten deze mensen hier tot 2015 op wachten, terwijl de Staatssecretaris dit al in 2013 had kunnen regelen? Vindt de Staatssecretaris het acceptabel dat deze mensen nu tot 2015 moeten wachten voordat zij dit recht kunnen afdwingen, terwijl het wetsvoorstel klaar lag voor behandeling?

Hoe legt de Staatssecretaris uit dat mensen een luier om krijgen omdat zij niet tijdig naar het toilet geholpen kunnen worden? Waarom greep de Staatssecretaris de kans niet om dit in 2013 te verbieden? Het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg lag klaar voor behandeling, maar nu moeten mensen tot 2015 wachten voordat zij tijdig geholpen kunnen worden. Hoe legt de Staatssecretaris dit uit?

De leden van de PVV-fractie vinden het de wereld op zijn kop dat gevangenen al meer dan 60 jaar een beginselenwet hebben, maar dat ouderen en gehandicapten hier nog een extra jaar op moeten wachten. Wat vindt de Staatssecretaris ervan dat een zware crimineel wel dagelijks naar buiten mag, maar een oudere of gehandicapte niet?

De leden van de PVV-fractie zien graag dat er een aparte Beginselenwet AWBZ-zorg komt. Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom hij niet kiest voor een aparte wet, maar de bepalingen overneemt in het wetsontwerp Langdurige Intensieve Zorg (LIZ)?

De Staatssecretaris heeft eerder aangegeven «van systemen naar mensen» te willen. Waarom kiest hij er dan nu voor om mensen te laten wachten tot hij het systeem gaat aanpassen?

Hoe verhoudt het intrekken van het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg zich tot dramatisch slechte zorg in verpleeghuizen, zoals bleek uit 89 inspectierapporten? Deelt de Staatssecretaris de mening dat de beginselenwet een goed «verbeterplan» is dat aan deze verpleeghuizen opgelegd zou kunnen worden?

De leden van de PVV-fractie constateren dat de bepalingen uit de beginselenwet overgenomen zijn in de conceptversie van het wetsontwerp LIZ. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat de overgenomen bepalingen in de LIZ blijven staan, ongeacht het commentaar dat hierop geleverd wordt?

De beginselenwet zou gelden als een «lex specialis» ten opzichte van de Wkkgz. Hoe zullen de bepalingen uit de Wet LIZ zich verhouden tot de Wkkgz?

Vragen en opmerkingen van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Staatssecretaris houdende intrekking van het wetsvoorstel. Deze leden merken op dat zij vanaf het begin zeer kritisch zijn geweest over het wetsvoorstel, onder andere ten aanzien van de doeltreffendheid, doelmatigheid, uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en afstemming met andere wet- en regelgeving. Zij willen de Staatssecretaris in dat licht nog enkele vragen voorleggen.

De leden van de D66-fractie lezen dat de Staatssecretaris voornemens is om de bepalingen uit het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg op te nemen in de nieuwe Wet langdurige zorg, voor zover deze bepalingen niet reeds zijn opgenomen in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Deze leden zijn op zich verheugd dat de betreffende bepalingen nu in samenhang kunnen worden bezien met de andere voorstellen betreffende de hervorming van de langdurige zorg. Wel vragen zij of dit nog leidt tot aanpassing in de betreffende bepalingen, dan wel dat deze onverkort en ongewijzigd worden overgenomen in het voorstel voor de nieuwe Wet langdurige zorg. Deze leden zouden dat waar sprake is van zeer gedetailleerde regelgeving uiterst onwenselijk vinden. Genoemde leden willen te allen tijde in het oog houden dat het vertrouwen in de professional voorop moet staan en de administratieve druk moet worden beperkt. Zij verzoeken de Staatssecretaris hierop een toelichting te geven. Voorts vragen de leden van de D66-fractie of de Staatssecretaris ook voornemens is om en zo ja, op welke wijze de betreffende bepalingen te incorporeren in de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

II. REACTIE VAN DE STAATSSECRETARIS

De leden van de SP fractie vragen waarom de Staatssecretaris voor het zomerreces nog aandrong op een snelle behandeling van het wetsvoorstel Beginselenwet AWBZ zorg, om het wetsvoorstel vervolgens in hetzelfde zomerreces in te trekken.

Zij vragen welke argumenten voor intrekking van de Beginselenwet AWBZ-zorg doorslaggevend zijn geweest.

Zij vragen of het een eis geweest is van een politieke partij die mogelijk gedoogsteun zou geven aan de begroting voor 2014.

De leden van de SP fractie vragen of de Staatssecretaris erkent dat hij tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Zorg en dwang op 4 september 2013 heeft gezegd dat «De enige zaak die speelt, is dat de beginselenwet is behandeld in de Kamer en dat diverse fracties hebben gezegd: ik heb liever dat je dat regelt in de wet waarin de kern-AWBZ gaat worden geregeld, dan wel dat je die daar in samenhang mee gaat brengen».

De leden van de SP fractie vragen welke partijen hun steun hebben opgezegd en wanneer.

In het nader verslag bij het wetsvoorstel Beginselenwet AWBZ-zorg van 17 juni 2013 hebben PvdA en VVD mij gevraagd om de bepalingen uit het voorstel Beginselwet AWBZ-zorg op te nemen in het wetsvoorstel dat de kern-AWBZ zal regelen. De leden van de fracties van de SP, CDA en SGP gaven aan het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg slechts te kunnen beoordelen in samenhang met de overige uitgewerkte voorstellen van de hervormingen langdurige zorg.

In dit licht achtte ik het niet wenselijk om voorafgaand aan de nadere uitwerking van de hervormingen in de langdurige zorg de parlementaire behandeling van het aanhangige voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg voort te zetten. Conform het verzoek van de PvdA en VVD worden de bepalingen uit het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg opgenomen in het wetsvoorstel Langdurige zorg, voor zover niet opgenomen in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Er is geen sprake geweest van een eis van een bepaalde politieke partij in ruil voor gedoogsteun aan de begroting voor 2014.

De leden van de SP fractie vragen of de Staatssecretaris ook de voorbeelden kent van verpleeghuisartsen die zes uur tijd hebben voor 40 bewoners van een verpleeghuis. Zij vragen of de Staatssecretaris dit een voorbeeld van goede basisbeginselen voor goede zorg vindt.

Ik ken de genoemde voorbeelden niet.

De leden van de SP fractie vragen of de Staatssecretaris ook de voorbeelden kent van zorginstellingen die hun eigen vermogen blijven opbouwen en tegelijkertijd personeel ontslaan omdat zij zeggen dat dit nodig is.

Met betrekking tot deze vraag verwijs ik naar de brief aan uw Kamer van 28 oktober 2013 inzake de notitie over eigen vermogen bij instellingen en zorgverzekeraars. Hierin wordt het belang van het hebben van voldoende eigen vermogen van zorgaanbieders toegelicht evenals het standpunt dat het beperken van vermogensopbouw van zorgaanbieders van overheidswege ongewenst is en in tegenstelling is met de risico-ontwikkelingen in de zorg.

Beslissingen over het ontslaan van personeel zijn een eigen keuze en verantwoordelijkheid van deze zorgaanbieders, in overleg en overeenstemming met medezeggenschapsorganen.

De leden van de SP fractie vragen welke rechten de bewoners van deze zorginstellingen nog hebben op goede zorg.

De rechten op verantwoorde zorg voor bewoners van zorginstellingen zijn geregeld in de Kwaliteitswet zorginstellingen.

De leden van de SP fractie betreuren het zeer dat de staatsecretaris consequent de kant kiest van de bestuurders en niet van de bewoners. Zij merken op dat hij dit opnieuw doet door de beginselenwet in te trekken.

De voorstellen uit de Beginselenwet AWBZ-zorg worden opgenomen in de Wet langdurige zorg, voor zover niet opgenomen in de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg. De rechtspositie van de cliënt wordt op deze wijze versterkt.

De leden van de PVV-fractie vragen waarom de Staatssecretaris er niet voor gekozen heeft het wetsvoorstel Beginselenwet AWBZ-zorg te behandelen nadat hij in zijn brief van 25 januari 2013 had aangegeven dat behandeling van het wetsvoorstel de snelste weg is om de zeggenschap van afhankelijke AWBZ-clienten te realiseren.

De leden van de PVV-fractie vragen of het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg ter discussie heeft gestaan vanaf het moment dat de Staatssecretaris aangaf het wetsvoorstel te willen behandelen en het moment van intrekking. Hiertussen zit een periode van meer dan een half jaar.

Inhoudelijk hebben de bepalingen uit het wetsvoorstel Beginselenwet AWBZ-zorg niet ter discussie gestaan, behoudens naar aanleiding van de vragen die de Tweede Kamerfracties hebben gesteld in het Verslag en het Nader Verslag. Het ging uitsluitend om de vraag in welke wetgeving deze bepalingen zouden worden geregeld.

De leden van de PVV fractie vragen of er politieke partijen zijn geweest die voor 17 juni 2013 al hadden aangedrongen op intrekking van het voorstel en zo ja, welke partijen dit waren.

Zij vragen waarom de Staatssecretaris er niet voor gekozen heeft het wetsvoorstel toen te behandelen. Dan waren de rechten van bewoners in 2013 geregeld in plaats van in 2015.

Het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg lag klaar voor behandeling, maar nu moeten mensen tot 2015 wachten voordat zij tijdig geholpen kunnen worden. De leden van de PVV fractie vragen hoe de Staatssecretaris dit uitlegt.

De leden van de PVV-fractie zien graag dat er een aparte Beginselenwet AWBZ-zorg komt. Zij vragen of de Staatssecretaris kan uitleggen waarom hij niet kiest voor een aparte wet, maar de bepalingen overneemt in het wetsontwerp Langdurige Intensieve Zorg (LIZ).

De leden van de PVV fractie vragen waarom de Staatssecretaris eerder heeft aangegeven «van systemen naar mensen» te willen, maar er nu voor kiest om mensen te laten wachten tot hij het systeem gaat aanpassen.

In het nader verslag bij het wetsvoorstel Beginselenwet AWBZ-zorg van 17 juni 2013 vragen PvdA en VVD de regering om de bepalingen uit het voorstel Beginselwet AWBZ-zorg op te nemen in het wetsvoorstel dat de kern-AWBZ zal regelen. De leden van de fracties van de SP, CDA en SGP geven aan het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg slechts te kunnen beoordelen in samenhang met de overige uitgewerkte voorstellen van de hervormingen in de langdurige zorg.

In dit licht achtte ik het niet wenselijk om voorafgaand aan de nadere uitwerking van de hervormingen in de langdurige zorg de parlementaire behandeling van het aanhangige voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg voort te zetten. Conform het verzoek van de regeringspartijen worden de bepalingen uit het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg opgenomen in het wetsvoorstel Langdurige zorg, voor zover niet opgenomen in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

De leden van de PVV-fractie vragen wat de Staatssecretaris ervan vindt dat er mensen zijn die een keer per week gedoucht worden terwijl zij expliciet aangegeven hebben dit vaker te willen.

De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Staatssecretaris uitlegt dat mensen een luier om krijgen omdat zij niet tijdig naar het toilet geholpen kunnen worden en waarom hij niet in heeft gegrepen om dit in 2013 te verbieden.

De leden van de PVV-fractie vragen wat de Staatssecretaris ervan vindt dat een zware crimineel wel dagelijks naar buiten mag, maar een oudere of gehandicapte niet.

Het is juist het doel van de bepalingen uit de Beginselenwet AWBZ-zorg om in dialoog met de cliënt afspraken te maken over de frequentie van het douchen, het tijdig verwisselen van luiers en het naar buiten gaan. Iedere cliënt heeft andere persoonlijke wensen; daar moet rekening mee gehouden worden. Die afspraken kunnen nu al gemaakt worden en worden ook al gemaakt, maar met een wettelijke grondslag voor die afspraken kunnen zij worden afgedwongen bij een zorgaanbieder die aan dergelijke afspraken niet zou willen meewerken.

De leden van de PVV-fractie vragen hoe het intrekken van het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg zich verhoudt tot dramatisch slechte zorg in verpleeghuizen, zoals bleek uit 89 inspectierapporten. Zij vragen of de Staatssecretaris de mening deelt dat de beginselenwet een goed «verbeterplan» is dat aan deze verpleeghuizen opgelegd zou kunnen worden.

De inspectie voor de gezondheidszorg werkt op basis van risicogestuurd toezicht. Zij richt haar toezicht dus met name op zorgaanbieders waarvoor aanwijzingen zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat deze wet- en regelgeving niet geheel op de juiste wijze naleven. Inspectierapporten die dergelijke constateringen bevatten zijn daardoor niet automatisch representatief voor de hele sector. Bovendien doet de stelling dat er sprake zou zijn van dramatisch slechte zorg in verpleeghuizen geen recht aan de tomeloze inzet van veel mensen die in verpleeghuizen werkzaam zijn en zich dagelijks met veel energie voor het welzijn van de bewoners ervan inzetten.

Wanneer er desondanks sprake is van tekortschietende zorg in verpleeghuizen dient al het mogelijke te worden gedaan om deze situatie te verbeteren. De bepalingen zoals geformuleerd in het wetsvoorstel voor de Beginselenwet AWBZ-zorg zouden daar inderdaad aan kunnen bijdragen. Vooral de wettelijke concretisering van het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt kan een goede aanvulling geven. Dat is dan ook de reden dat de bepalingen uit het wetsvoorstel Beginselenwet AWBZ-zorg worden opgenomen in de nieuwe Wet langdurige zorg.

De Kwaliteitswet zorginstellingen vormt op zich al een adequate basis om situaties aan de kaak te stellen waarin zorginstellingen tekortschieten bij het leveren van de juiste zorg. Ook in gevallen waarbij er onvoldoende rekening wordt gehouden met de wensen van de cliënt. Het voordeel van vastlegging van specifieke patiëntenrechten in de Wet langdurige zorg is dat daardoor vooraf nog meer duidelijkheid ontstaat over de geldende eisen op dit gebied.

De leden van de PVV-fractie constateren dat de bepalingen uit de beginselenwet overgenomen zijn in de conceptversie van het wetsontwerp LIZ (Langdurige Intensieve zorg). Zij vragen of de Staatssecretaris kan toezeggen dat de overgenomen bepalingen in de Wet LIZ blijven staan, ongeacht het commentaar dat hierop geleverd wordt.

Het is mede aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer om te beslissen over de inhoud van de Wet langdurige zorg.

De beginselenwet zou volgens de leden van de PVV-fractie gelden als een «lex specialis» ten opzichte van de Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg). Zij vragen hoe de bepalingen uit de Wet LZ zich zullen verhouden tot de Wkkgz.

In de nieuwe Wet langdurige zorg zullen voor de onder die wet vallende zorgaanbieders extra kwaliteitseisen worden gesteld aan de zorgplanbespreking ten opzichte van de algemene eisen aan alle zorgaanbieders in de Kwaliteitswet zorginstellingen en de thans in de Eerste Kamer aanhangige Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg.

De leden van D66 fractie zijn op zich verheugd dat de bepalingen uit het voorstel Beginselenwet AWBZ-zorg nu in samenhang kunnen worden bezien met de andere voorstellen betreffende de hervorming van de langdurige zorg. Zij vragen of dit nog leidt tot aanpassing in de betreffende bepalingen, dan wel dat deze onverkort en ongewijzigd worden overgenomen in het voorstel voor de nieuwe Wet langdurige zorg.

De leden van de D66 fractie zouden dat, waar sprake is van zeer gedetailleerde regelgeving, uiterst onwenselijk vinden. Genoemde leden willen te allen tijde in het oog houden dat het vertrouwen in de professional voorop moet staan en de administratieve druk moet worden beperkt. Zij verzoeken de Staatssecretaris hierop een toelichting te geven.

Ik heb eerder toegezegd de bepalingen uit de Beginselenwet AWBZ-zorg in de Wet langdurige zorg op te nemen. Thans ligt het wetsvoorstel van de Wet langdurige zorg voor advies bij de Raad van State. Na verwerking van het advies van de Raad van State dien ik de Wet langdurige zorg in bij de Tweede Kamer.

Te gedetailleerde regelgeving en te grote administratieve druk zijn inderdaad onwenselijk. Er wordt dan ook naar gestreefd deze zoveel mogelijk te beperken. Maar de dringende wens om de kwaliteit van leven, zelfbeschikkingsrecht en de eigen regie goed te waarborgen voor de meest kwetsbare cliënten die van zorg afhankelijk zijn, rechtvaardigt een goede verankering van deze rechten van de cliënt in de wet.

De leden van de D66-fractie vragen of de Staatssecretaris ook voornemens is om en zo ja, op welke wijze de betreffende bepalingen te incorporeren in de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

De betreffende bepalingen uit de Beginselenwet AWBZ-zorg zijn vooral gericht op de meest kwetsbare cliënten in de intramurale zorg. Deze bepalingen zijn derhalve niet in het wetsvoorstel Wmo opgenomen.


X Noot
1

Kamerstuk 33 109, nr. 9