Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2011-201233106 nr. E

33 106 Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs

E VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 11 mei 2012

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in haar vergadering van 8 mei jl. kennisgenomen van de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 4 mei jl. inzake het wetsvoorstel passend onderwijs (33 106). Hierin laat zij de Kamer weten dat de recente politieke ontwikkelingen consequenties hebben voor de randvoorwaarden van de invoering van het wetsvoorstel passend onderwijs. Zij informeert de Kamer dat het besluit om de aanvankelijk voorgenomen bezuiniging die met de stelselwijziging gepaard zou gaan in zijn geheel niet door te voeren «ruimere financiële randvoorwaarden om het passend onderwijs vorm te geven» creëert. Tevens zou er door het besluit ruimte ontstaan om «meer tijd te nemen voor de invoering van het nieuwe stelsel».

Naar aanleiding daarvan heeft de commissie de minister op 9 mei 2012 een brief gestuurd.

De minister heeft op 11 mei 2012 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Fred Bergman

BRIEF AAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Den Haag, 9 mei 2012.

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in haar vergadering van 8 mei jl. kennisgenomen van uw brief d.d. 4 mei jl. inzake het wetsvoorstel passend onderwijs (33 106). Hierin laat u de Kamer weten dat de recente politieke ontwikkelingen consequenties hebben voor de randvoorwaarden van de invoering van het wetsvoorstel passend onderwijs. U informeert de Kamer dat het besluit om de aanvankelijk voorgenomen bezuiniging die met de stelselwijziging gepaard zou gaan in zijn geheel niet door te voeren «ruimere financiële randvoorwaarden om het passend onderwijs vorm te geven» creëert. Tevens zou er door het besluit ruimte ontstaan om «meer tijd te nemen voor de invoering van het nieuwe stelsel».

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt op beide punten (namelijk (1) geen bezuinigingen en derhalve «ruimere financiële randvoorwaarden» en (2) «meer tijd») graag preciezer en concreter door u per brief geïnformeerd. Is bijvoorbeeld voor het creëren van de ruimere financiële randvoorwaarden nog een inhoudelijke aanpassing van bepalingen in het aanhangige wetsvoorstel noodzakelijk? Ook wordt zij graag nader geïnformeerd over de wijze waarop u de fasering van de invoering van het nieuwe stelsel passend onderwijs voor ogen staat. Overigens hecht de commissie er in dit verband aan u dank te zeggen voor de verhelderende technische briefing die zij heden door ambtenaren van uw departement over dit wetsvoorstel en wetsvoorstel 32 812 mocht ontvangen.

Tot slot is de commissie bekend dat in het onderwijsveld proactief werd gereageerd op de aanvankelijk voorgenomen bezuinigen door bijvoorbeeld ontslagaanzeggingen aan ambulante begeleiders. Naar verluidt overlegt uw departement binnenkort met betrokkenen over de nu ontstane situatie. Graag zou de commissie worden geïnformeerd over de uitkomsten van dit overleg en hoe met deze problematiek zal worden omgegaan.

De commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet uw antwoord graag op de kortst mogelijke termijn met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, A. H. Flierman

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2012

De brief van de voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 9 mei jl. inzake het wetsvoorstel passend onderwijs1 heb ik in goede orde ontvangen. De vaste commissie vraagt om preciezer en concreter per brief geïnformeerd te worden op een tweetal punten, te weten de «ruimere financiële randvoorwaarden» en «meer tijd». Daarbij stelt de vaste commissie de vraag of voor het creëren van de ruimere financiële randvoorwaarden nog een inhoudelijke aanpassing van bepalingen in het aanhangige wetsvoorstel noodzakelijk is. Tevens wil de vaste commissie graag nader geïnformeerd worden over de wijze waarop mij de fasering van de invoering van het nieuwe stelsel passend onderwijs voor ogen staat. Daarnaast geeft de vaste commissie aan graag te willen worden geïnformeerd over de resultaten van het overleg dat het ministerie deze week voert met vak- en sectororganisaties over de nu ontstane situatie met het oog op personeel. In deze brief ga ik in op de door de vaste commissie gestelde vragen.

Financiële randvoorwaarden

Allereerst betekent het niet doorvoeren van de aanvankelijk geplande bezuiniging dat er een ruimer financieel kader ontstaat voor scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden om passend onderwijs vorm te geven. Dit betekent dat de stelselherziening passend onderwijs niet gepaard gaat met de aanvankelijk voorgenomen bezuiniging van € 100 miljoen in 2013, € 200 miljoen in 2014 en € 300 miljoen vanaf 2015.

De voorgenomen bezuiniging had betrekking op drie onderdelen 1) bureaucratie, projecten en aanvullende bekostiging, 2) ambulante begeleiding en 3) groepsgrootte in het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). De oorspronkelijk geplande bezuiniging is dus geen reden meer om klassen in het (voortgezet) speciaal onderwijs te vergroten. Daarnaast is er meer geld beschikbaar voor extra ondersteuning aan leerlingen om een passend onderwijsprogramma te bieden. Dit geld gaat naar de schoolbesturen in het samenwerkingsverband.

De vaste commissie heeft gevraagd of het noodzakelijk is om bepalingen in het aanhangige wetsvoorstel aan te passen om de ruimere financiële randvoorwaarden te creëren. Dit is niet noodzakelijk, vanwege het feit dat een groot deel van de voorgenomen bezuiniging in lagere regelgeving zou worden geëffectueerd (zoals de bezuiniging op de ambulante begeleiding en de groepsgrootte in het (v)so). Een ander deel van de voorgenomen bezuiniging is in aparte bepalingen in het aanhangige wetsvoorstel geformuleerd. De desbetreffende bepalingen in het aanhangige wetsvoorstel hoeven niet te worden aangepast, omdat volstaan kan worden met het niet in werking laten treden ervan (zoals het verlagen van de expertisebekostiging).

Fasering

Ten aanzien van de fasering van de invoering van het nieuwe stelsel passend onderwijs is mijn voornemen om één schooljaar langer de tijd te nemen om de invoering van passend onderwijs vorm te geven. Schoolbesturen kunnen pas echt aan de slag met de voorbereiding op het nieuwe stelsel op het moment dat duidelijk is hoe het definitieve wettelijke kader eruit ziet.

Meer tijd nemen voor de invoering betekent dat zo spoedig mogelijk na aanvaarding en publicatie van het wetsvoorstel, de regio-indeling in een ministeriële regeling wordt vastgesteld.2 Indien uw Kamer de behandeling van het wetsvoorstel zou afronden voor 1 augustus 2012, hebben de schoolbesturen in de regio’s vervolgens twee schooljaren de tijd (2012/2013 en 2013/2014) om zich voor te bereiden op het nieuwe stelsel passend onderwijs. Met ingang van schooljaar 2014/2015 wordt vervolgens de zorgplicht ingevoerd. In de twee schooljaren die in het gefaseerde tijdpad beschikbaar zijn voor de implementatie, is er meer ruimte voor de inhoudelijke voorbereiding. Het gaat dan om de bestuurlijke inrichting van het samenwerkingsverband en het opstellen van het ondersteuningsplan met daarin als belangrijkste onderdelen de invulling van de basisondersteuning en de toewijzing van extra ondersteuning. Verder is er dan meer tijd voor de medezeggenschap van ouders en leraren, de afstemming met de jeugdzorg en het overleg met gemeenten, de professionalisering van leraren en een goede informatievoorziening naar ouders.

Het aanhangige wetsvoorstel hoeft niet te worden aangepast om de fasering mogelijk te maken, omdat de invoeringdata van onderdelen van het wetsvoorstel worden vastgesteld bij Koninklijk Besluit.

Personele consequenties

Als gevolg van de voorgenomen bezuinigingen zijn er inmiddels personeelsleden boventallig verklaard. Nu de aanvankelijk voorgenomen bezuiniging in zijn geheel niet wordt doorgevoerd, kunnen schoolbesturen eventuele ontslagaanzeggingen die het directe gevolg zijn van de bezuiniging intrekken. Schoolbesturen zullen hier zo spoedig mogelijk per brief over worden geïnformeerd. In het overleg tussen het departement en de vak- en sectororganisaties dat gisteren, donderdag 10 mei jl., heeft plaatsgevonden, is dit door alle partijen geconcludeerd.

Ook is geconcludeerd dat er sprake blijft van personele gevolgen door het verleggen van geldstromen als gevolg van de voorgenomen stelselwijziging passend onderwijs. Het gaat hierbij onder meer om het verleggen van de geldstroom voor ambulante begeleiding. In het aanhangige wetsvoorstel is voorzien in tijdelijke regelingen ten aanzien van de middelen voor ambulante begeleiding (opting out en verplichte herbesteding).3 Deze regelingen zijn van toepassing op de totale omvang van de overdracht van middelen voor ambulante begeleiding. Dit houdt in, rekening houdend met de fasering, dat tot aan schooljaar 2016/2017 de middelen voor ambulante begeleiding besteed moeten blijven worden aan de inzet van ambulant begeleiders, tenzij er afspraken zijn gemaakt over de overname van personeel door het nieuwe samenwerkingsverband.

Ik ben met de vak- en sectororganisaties in gesprek over de invoering van het nieuwe stelsel en de consequenties daarvan voor het personeel. Doel is om gezamenlijk te komen tot een kader voor de personele consequenties van het nieuwe stelsel.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


X Noot
1

Eerste Kamer, Vergaderjaar 2011–2012, 33 106.

X Noot
2

De inwerkingtredingsdatum van deze regeling wordt bepaald op de datum waarop de grondslag voor de regeling (in het wetsvoorstel) in werking treedt.

X Noot
3

Artikel XI en Artikel XIA van het wetsvoorstel passend onderwijs (33 106).