Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233106 nr. 91

33 106 Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs

Nr. 91 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN FERRIER EN VAN DER HAM TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 881

Ontvangen 13 maart 2012

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel W, komt te luiden:

W

Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43. Tijdelijke geschillencommissie toelating en verwijdering

  • 1. Er is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een landelijke commissie voor geschillen waarbij elke school, school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs is aangesloten.

  • 2. De commissie neemt kennis van geschillen tussen ouders en bevoegd gezag van een school die ontstaan bij de toepassing van:

    • a. artikel 40, derde, vierde, vijfde en tiende lid, en

    • b. artikel 40a, eerste en vierde lid.

  • 3. De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen 10 weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het schoolondersteuningsprofiel en het ondersteuningsplan.

  • 4. Indien een geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie en de ouders bezwaar hebben gemaakt tegen de beslissing over de toelating of de verwijdering, neemt het bevoegd gezag de beslissing op bezwaar niet dan nadat de commissie heeft geoordeeld. De termijn voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie tot de dag waarop de commissie het oordeel heeft uitgebracht.

  • 5. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de commissie, waaronder in elk geval het aantal leden, de wijze van benoeming en ontslag en de deskundigheid van de leden van de commissie.

II

In artikel II wordt na onderdeel V een onderdeel ingevoegd, luidende:

VA

Na artikel 43 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 44. Tijdelijke geschillencommissie toelating en verwijdering

  • 1. Er is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een landelijke commissie voor geschillen waarbij elke school, school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs is aangesloten.

  • 2. De commissie neemt kennis van geschillen tussen ouders en bevoegd gezag van een school die ontstaan bij de toepassing van:

    • a. artikel 40, vierde, vijfde, zesde en achttiende lid, en

    • b. artikel 41a, eerste en vierde lid.

  • 3. De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen 10 weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het schoolondersteuningsprofiel en het ondersteuningsplan.

  • 4. Indien een geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie en de ouders bezwaar hebben gemaakt tegen de beslissing over de toelating of de verwijdering, neemt het bevoegd gezag de beslissing op bezwaar niet dan nadat de commissie heeft geoordeeld. De termijn voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie tot de dag waarop de commissie het oordeel heeft uitgebracht.

  • 5. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de commissie, waaronder in elk geval het aantal leden, de wijze van benoeming en ontslag en de deskundigheid van de leden van de commissie.

III

In artikel III wordt na onderdeel L een onderdeel ingevoegd, luidende:

LA

Na artikel 27b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27c. Tijdelijke geschillencommissie toelating en verwijdering

  • 1. Er is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een landelijke commissie voor geschillen waarbij elke school, school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra is aangesloten.

  • 2. De commissie neemt kennis van geschillen tussen ouders en bevoegd gezag van een school die ontstaan bij de toepassing van:

    • a. artikel 26, eerste lid en vierde lid, en

    • b. artikel 27, eerste lid, derde volzin en de leden 2b, 2c en 2d.

  • 3. De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen 10 weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het schoolondersteuningsprofiel en het ondersteuningsplan.

  • 4. Indien een geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie en de ouders bezwaar hebben gemaakt tegen de beslissing over de toelating of de verwijdering, neemt het bevoegd gezag de beslissing op bezwaar niet dan nadat de commissie heeft geoordeeld. De termijn voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie tot de dag waarop de commissie het oordeel heeft uitgebracht.

  • 5. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven met betrekking tot de commissie, waaronder in elk geval het aantal leden, de wijze van benoeming en ontslag en de deskundigheid van de leden van de commissie.

Toelichting

Ouders kunnen in de huidige situatie bij geschillen over toelating en verwijdering bezwaar maken bij de school en vervolgens beroep aantekenen bij de rechter. Tevens bestaat de mogelijkheid om de Commissie gelijke behandeling in te schakelen. Gebleken is echter dat er behoefte bestaat aan een aanvullende voorziening, waarbij het ouders vrij staat om hiervan wel of niet gebruik te maken.

In het amendement wordt deze aanvullende voorziening geregeld. Er komt één landelijke geschillencommissie (voor po, (v)so en vo gezamenlijk) die oordeelt in geschillen over (de weigering van) toelating van leerlingen die extra ondersteuning behoeven en de verwijdering van leerlingen alsmede over het ontwikkelingsperspectief. Gekozen is voor een tijdelijke commissie omdat een adequaat stelsel van rechtsbescherming bestaat. Met name in de beginperiode waarin passend onderwijs wordt ingevoerd, de zorgplicht van toepassing wordt en de voorschriften over verwijdering worden aangescherpt, bestaat de behoefte om geschillen te kunnen voorleggen aan een geschillencommissie met een specifieke expertise ten aanzien van leerlingen die extra ondersteuning behoeven. De commissie kan richting geven aan de toepassing van de nieuwe wettelijke bepalingen op de school. Als een en ander voldoende vorm heeft gekregen kan de tijdelijke commissie komen te vervallen.

Om te voorkomen dat bij het gebruik maken van de aanvullende voorziening de procedures erg lang worden, is in het derde lid gekozen voor een termijn van 10 weken waarbinnen het oordeel wordt uitgebracht. De commissie houdt daarbij rekening met het schoolondersteuningsprofiel en het ondersteuningsplan. Dit betekent niet dat het schoolondersteuningsprofiel bepalend is. Op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte zijn scholen immers verplicht om ten behoeve van leerlingen met een handicap of chronische ziekte doeltreffende maatregelen te plegen, tenzij die redelijkerwijs niet kunnen worden gevergd van de school.

Het vierde lid van de verschillende bepalingen is er op gericht dat de oordelen van de commissie worden betrokken bij de beslissing op bezwaar. Op die manier wordt voorkomen dat oordelen worden uitgebracht als het geschil reeds ter beoordeling is voorgelegd aan de rechter. De rechter kan bovendien de oordelen nu meewegen in zijn uitspraak.

Ferrier Van der Ham


X Noot
1

Vervangen i.v.m. wijziging van de ondertekening.