Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333062 nr. 23

33 062 Wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de verplichting voor bepaalde instanties waar professionals werken en voor bepaalde zelfstandige professionals om te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en de kennis en het gebruik daarvan te bevorderen, onderscheidenlijk die meldcode te hanteren (verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling)

Nr. 23 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Ontvangen ter Griffie op 19 maart 2013.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 16 april 2013.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 maart 2013

Hierbij leg ik het ontwerpbesluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling met de daarbij behorende nota van toelichting aan u voor1. Eenzelfde brief heb ik heden gezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer. Vier weken na deze aanbieding van het ontwerpbesluit worden eventuele opmerkingen van de Kamers en veldpartijen verwerkt. Vervolgens zal ik de definitieve AMvB aan de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) voorleggen. Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding van het ontwerpbesluit met ingang van 1 juli 2013.

In bijgaand ontwerpbesluit wordt vastgelegd welke elementen er minimaal in een meldcode moeten worden opgenomen. De op 5 februari 2013 aangenomen moties met betrekking tot dit besluit zijn hierin meegenomen. Het besluit stelt dus een aantal minimumeisen, waaronder vijf stappen die de meldcode ten minste dient te bevatten. Op die manier wordt de uniformiteit van de verschillende meldcodes geborgd.

Daarnaast worden de gronden voor anoniem melden voor de Steunpunten Huiselijk Geweld benoemd. Deze komen overeen met de gronden voor anoniem melden bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling die zijn vastgelegd in artikel 55 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer