33 053 Evaluatie Wet archeologische monumentenzorg (Wamz)

Nr. 5 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 juli 2012

In het algemeen overleg van 14 maart 2012 (Kamerstuk 33 000 XIII, nr. 176) tussen uw Kamer en de staatssecretaris van EL&I is gesproken over de uitvoering van de motie Snijder-Hazelhoff/Koopmans (Kamerstuk 32 500 XIII, nr. 86) zoals weergegeven in mijn beleidsreactie op de archeologiewetgeving (Kamerstuk II, 2011–2012 33 053, nr. 3). U vraagt de omvang van de archeologische gebieden terug te dringen en de last voor de agrarische sector zoveel mogelijk te beperken. De Kamer is toegezegd dat de vragen betreffende de archeologiewetgeving doorgeleid worden naar de staatssecretaris van OCW ter beantwoording. Met deze brief doe ik de toezegging gestand en informeer ik u over de recente inspanningen rond dit thema.

Om de omvang van de archeologische gebieden terug te dringen zal de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een nieuwe archeologische kenniskaart van Nederland maken met de nadruk op kennis. Het gaat om landsdekkende kennis en informatie waarmee gemeenten en provincies hun voordeel kunnen doen bij het opstellen en actualiseren van de eigen waardekaarten ten behoeve van hun bestemmingsplannen. Met deze kennis database, de «kenniskaart», geven we gemeenten veel meer informatie waardoor zij in hun bestemmingsplannen en afwegingen scherper kunnen selecteren en minder vaak hoeven te vragen om archeologisch onderzoek. Voor de agrariërs is het onderdeel verstoringenkaart van belang. In dit deel van de landelijke kaart wordt aangegeven in welke mate de bodem door gebruik in het verleden (bijvoorbeeld bollenteelt, boomkwekerij, ontgrondingen) waarschijnlijk al verstoord is en het geen zin heeft nog archeologisch onderzoek te doen. Ik ondersteun financieel de uitvoering van een pilot door LTO-Nederland. In de pilot wordt onderzocht of landbouwgronden die zeer verstoord zijn, uitgezonderd kunnen worden van archeologisch onderzoek. Ook deze resultaten worden opgenomen in het landelijke informatiesysteem.

Naast het maken van een nieuwe archeologische kenniskaart is het ook van belang dat gemeenten gestimuleerd worden de beleidsruimte die zij hebben ten aanzien van de archeologie in de ruimtelijke ordening beter te benutten. Dit doe ik door het project «Archeologie voor gemeenten» op te starten waarmee gemeenten bewuster worden gemaakt van de mogelijkheden die zij hebben in de afwegingen in het archeologisch proces, zoals vrijstellingen en het gebruik van de nieuwe Nederlandse archeologische kaart.

In het algemeen overleg Erfgoed en Monumenten van 23 mei jl. (Kamerstuk 32 156, nr. 34) is dit onderwerp verder met u besproken. Ik heb toegezegd in het voorjaar van 2013 u de resultaten toe te zenden van het onderzoek naar de «kleine verstoorder» en naar praktijkvoorbeelden van gemeenten om deze te compenseren. Tevens heb ik toegezegd dat in het kader van de reguliere monitoring de Kamer ook geïnformeerd wordt of het doel dat beoogd is met het landelijke informatiesysteem cq. de nieuwe Nederlandse archeologische kenniskaart ook daadwerkelijk bereikt wordt.

Daarnaast is dit punt ook opgenomen in het rapport «38 knelpunten LTO Nederland» dat op 21 juni aangeboden is aan de staatssecretarissen van EL&I, IenM en aan de voorzitter van LTO-Nederland. De bijdrage hieraan van OCW, die bestond uit het bieden van een oplossingsrichting voor het knelpunt «archeologisch onderzoek», is met instemming van LTO-Nederland positief bestempeld in dit rapport. Met de nieuw archeologische kenniskaart, de pilot LTO-Nederland en het project «archeologie voor gemeente», zal de omvang van archeologische onderzoeksgebieden op termijn verkleind worden en zullen lasten voor agrariërs afnemen.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, H. Zijlstra

Naar boven