33 043 Groene economische groei in Nederland (Green Deal)

Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2012

Inleiding

In de brief aan de Tweede Kamer dd. 12 juli 2012 (TK 33 043, nr.11) heb ik toegezegd om u in het najaar van 2012 te informeren over de voortgang van de Green Deal-aanpak. Mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu zend ik u bijgaand een voortgangsrapportage, alsmede de bevindingen en de aanbevelingen van de Green Deal Board *). In samenhang bieden deze beide documenten een beeld van waar de Green Deal-aanpak na twee jaar staat, hoe de aanpak in het veld wordt gewaardeerd en op welke onderdelen de aanpak verder kan worden versterkt.

Groen en groei in een energieke samenleving

In de praktijk blijkt dat initiatieven voor groene groei niet of langzamer dan beoogd van de grond komen door belemmeringen; in sommige gevallen kan de Rijksoverheid een oplossing bieden. Door die belemmeringen weg te nemen of juist partijen met elkaar te verbinden, kunnen deze initiatieven (sneller) tot stand komen. Hiervoor is de Green Deal. De Green Deal is een laagdrempelige aanpak voor bedrijven, burgers, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties om samen met de overheid op een vernieuwende wijze te werken aan groene groei. Iedereen kan een initiatief voordragen voor een Green Deal. De centrale gedachte hierbij is dat de dynamiek en innovatieve kracht in de samenleving optimaal worden benut door ruimte te geven aan bottom-up initiatieven. Net als in het topsectorenbeleid waar het benutten van de kracht van de samenleving ook een belangrijk uitgangspunt is, stelt de Rijksoverheid zich daarbij als netwerkpartner op. De Rijksoverheid en partijen in het veld werken intensief samen, maken afspraken over het beoogde resultaat en bepalen gezamenlijk de weg daar naar toe. De afspraken worden vastgelegd in een green deal. De gevonden oplossingen of samenwerkingsverbanden kunnen vervolgens de weg vrijmaken voor andere initiatieven en zo een vliegwiel in werking zetten. De Green Deal is daarmee een belangrijk onderdeel van het bredere duurzaamheidsbeleid van het kabinet dat gericht is op het creëren van de juiste randvoorwaarden en prikkels voor het verduurzamen van economie en samenleving.

De tussenstand

De afgelopen twee jaar is de Green Deal-aanpak stevig op de rails gezet. In totaal zijn er tussen oktober 2011 en nu in twee opeenvolgende ronden 131 deals gesloten en het ziet er naar uit dat er eind dit jaar rond de 150 zullen zijn. Hieruit blijkt dat de animo groot is. Ook constateer ik dat de aanpak navolging vindt op zowel provinciaal als gemeentelijk niveau. Deze ontwikkeling toont mijns inziens aan dat deze nieuwe werkwijze aanslaat en beantwoordt aan een groeiende behoefte in de samenleving om zelf kansen te realiseren, waarbij men een beroep kan doen op een laagdrempelige, faciliterende overheid.

In de bijgaande voortgangsrapportage, één jaar na ondertekening van de eerste deals uit 2011, wordt ingegaan op de portfolio aan deals: welke acties pakken partijen op en welke rol wordt van de overheid gevraagd. Daarnaast wordt gekeken naar de voortgang van de afzonderlijke deals en worden de eerste veelbelovende tussenresultaten gepresenteerd. De uiteindelijke effecten op duurzaamheid en economische groei vallen buiten de scope van deze rapportage. In de midterm review van volgend jaar wordt hier aandacht aan besteed.

Hieronder licht ik graag enkele zaken uit de voortgangsrapportage.

  • De portefeuille aan deals laat zien dat de beoogde verbreding van de Green Deal aanpak van energie naar de thema’s grondstoffen, biodiversiteit, water en mobiliteit duidelijk zichtbaar wordt, waarbij extra aandacht kan worden besteed aan de kansrijke thema’s water en mobiliteit.

  • Van de 75 deals die in 2011 zijn gesloten, zijn er inmiddels 5 afgerond, liggen er 54 op koers en hebben er 11 vertraging opgelopen. Van 5 deals wordt verwacht dat de afspraken niet volledig kunnen worden uitgevoerd. Ruim 90% van de dealpartijen heeft vertrouwen in een goede afronding van de deal. De 56 deals die in juni van dit jaar zijn getekend bevinden zich in de opstartfase.

  • Er nemen 440 partijen deel aan de deals, waarvan 70% bedrijven en brancheorganisaties, 14% medeoverheden, 8% maatschappelijke organisaties, 6% kennisinstellingen en 2% financiële instellingen. Initiatieven van individuele burgers laten zich helaas moeilijk vertalen in een Green Deal.

  • De meeste Green Deals bestaan uit een pakket van meerdere acties. In deze acties is het vernieuwende karakter van de deals terug te zien. Zo richten de activiteiten zich vaak op het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen, vraagt men om het slechten van juridische drempels die vernieuwing in de weg staan en zoekt men naar nieuwe netwerken.

  • De nieuwe vraaggerichte werkwijze betekent ook een leerproces. Het vergt een open opstelling van de overheid en een meedenken met partijen in mogelijkheden en oplossingen. Daarbij is het van belang om vooraf duidelijk te zijn over de wederzijdse verwachtingen. Dit is als verbeterpunt opgepakt in de tweede ronde green deals.

De rapportage geeft een beeld van de oplossingen die partijen in het veld zien om economie en samenleving te vergroenen. De eerste concrete resultaten zijn potentieel goed navolgbaar. En dat is waar het uiteindelijk om gaat, een verbetering van de condities voor duurzame initiatieven, zodat brede navolging kan plaatsvinden. Helaas is het nu nog te vroeg om op basis van deze rapportage aan te geven wat het vliegwieleffect van de aanpak is.

Ex-ante evaluatie Planbureau voor de Leefomgeving

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in het voorjaar in het kader van de motie Halsema een ex-ante evaluatie van de eerste ronde green deals uitgevoerd met een focus op vier deelonderwerpen: windenergie op land, energieproductie uit vergisting van mest en biomassa, energiebesparing in de gebouwde omgeving en decentrale electriciteitsopwekking met zonnepanelen. Conclusie is dat met de aanpak daadwerkelijk knelpunten worden weggenomen, zij het dat de Rijksoverheid voor het succes daarbij mede afhankelijk is van overeenstemming met decentrale overheden en de Europese Commissie. Het PBL acht verschillende maatregelen uit de deals kansrijk om gunstigere uitgangspunten voor brede navolging te creëren, zoals bijvoorbeeld de uitbreiding van het aantal biomassasoorten dat mag worden meevergist. Het uitstralingseffect van succesvolle green deals helpt volgens het PBL bovendien om de kans op navolging door niet-deelnemers te vergroten. Dit is in lijn met de bevindingen in de voortgangsrapportage. Het PBL noemt de Green Deal een mooi voorbeeld van gericht werken aan concrete belemmeringen in de praktijk en beveelt aan green deals verder te ontwikkelen en te verbreden van energie naar andere materialen en voedsel. Ik beschouw dit als steun voor de gevolgde aanpak.

Visie en aanbevelingen Green Deal Board

In het voorjaar van 2012 heb ik de Green Deal Board in het leven geroepen. De board staat onder voorzitterschap van Monika Milz en bestaat uit vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en mede-overheden. Ik heb de board gevraagd om toezicht te houden op de aanpak, de voortgang te bewaken en groepen en geledingen uit de samenleving te betrekken bij de aanpak. De Green Deal-aanpak is een nieuwe werkwijze die steeds meer uitkristalliseert. Daarom heb ik de board verzocht om haar bevindingen tot nu toe met mij te delen en met een aantal aanbevelingen te komen ter versterking van de aanpak. Deze vindt u bijgaand. Met genoegen heb ik kennis genomen van de waardering door de board voor de aanpak. De board kijkt zeer positief naar de intenties en de gemaakte principiële keuzen en merkt op dat er in korte tijd veel waardevolle initiatieven tot stand zijn gekomen. De board is van mening dat de Green Deals een goed aanvullend kanaal zijn om zicht te krijgen op de belemmeringen die «in het veld» ervaren worden, alsmede de mogelijkheden die de samenleving ziet voor verduurzaming op economisch perspectiefrijke wijze. Volgens de board wordt met de Green Deal-aanpak de interactie tussen het beleid en de partijen in het veld op positieve wijze versterkt. De board doet verschillende concrete aanbevelingen die mijns inziens de verdere uitwerking van de werkwijze kunnen versterken. Ik noem er enkele.

Zo beveelt de board aan om, nu er een brede portfolio aan deals ligt, het accent primair te leggen op kwaliteit en impact van de Green Deal en daarbij veel aandacht te besteden aan de kansen voor herhaling en opschaling. Om daadwerkelijk een vliegwiel in gang te zetten, is actieve kennisdeling en verspreiding vanuit een gezamenlijke filosofie over communicatie «van en voor de deelnemende partijen» volgens de board van groot belang. Natuurlijk is het aan het volgende kabinet om hieraan gevolg te geven.

Concluderend

De Green Deal-aanpak is goed van start gegaan. De animo voor de green deals is groot. In totaal zal het aantal deals eind dit jaar rond de 150 liggen. Ook krijgt de aanpak navolging op zowel provinciaal als gemeentelijk niveau. Deze ontwikkeling toont mijns inziens aan dat deze nieuwe werkwijze aanslaat en beantwoordt aan een groeiende behoefte in de samenleving om zelf kansen te kunnen realiseren, waarbij men een beroep kan doen op een laagdrempelige, faciliterende overheid.

Mijn beeld is dat de aanpak al veel beweging in de samenleving genereert op het terrein van duurzame economische groei. De eerste concrete resultaten zijn potentieel goed navolgbaar. En dat is waar het uiteindelijk om gaat, een verbetering van de condities voor duurzame initiatieven, zodat brede navolging kan plaatsvinden.

De minister van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie, M. J. M. Verhagen

*) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven