33 037 Mestbeleid

Nr. 157 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 2015

Hierbij bied ik u de negende rapportage over de Nederlandse derogatie aan zoals deze naar de Europese Commissie is verzonden1.

Rapportageverplichting derogatie

Met uitvoeringsbesluit (2014/291/EU) heeft de Europese Commissie voor de derde maal aan Nederland ruimte geboden om onder voorwaarden een ruimere norm voor de toepassing van stikstof uit dierlijke mest toe te passen dan rechtstreeks volgt uit de Nitraatrichtlijn.

Nederland is, conform dit besluit, gehouden een monitoringsnetwerk in stand te houden van tenminste 300 bedrijven die gebruikmaken van een derogatie. De derogatiemonitoring is ondergebracht bij het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid en wordt uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Landbouw Economisch Instituut (LEI).

Verder bevat de derogatiebeschikking de verplichting dat de jaarlijkse mestproductie (uitgedrukt in kilogrammen stikstof en fosfaat) de omvang van de mestproductie in 2002 niet zal overschrijden. Monitoring van de mestproductie vindt plaats door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Op 1 juni (Kamerstuk 33 979, nr. 96) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de tweede prognose van het CBS over de fosfaatproductie in Nederland in 2014.

Nederland dient de Europese Commissie jaarlijks te rapporteren over resultaten van deze monitoring. Onderhavige derogatierapportage bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1. Het RIVM-rapport «Landbouwpraktijken en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2013» (RIVM rapport 2015–0071). Dit rapport bevat gegevens over de monitoring bij derogatiebedrijven van bodemwater, waterlopen en ondiep grondwater alsmede de gegevens over bemesting en opbrengst per bodemtype en gewas.

  • 2. Het rapport «Resultaten van controles in 2014 op Nederlandse derogatiebedrijven en trends in de veehouderij».

    Dit rapport is gebaseerd op gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en bevat de uitkomsten van controle en handhaving en verscheidene trends in de landbouw.

De rapporten zijn aan de Europese Commissie ter beschikking gesteld. Beide rapporten treft u als bijlage bij deze brief aan.

Resultaten monitoring derogatiebedrijven

Hieronder volsta ik met het beschrijven van de belangrijkste resultaten. Voor een meer volledig beeld verwijs ik naar de (samenvattingen van de) bijgevoegde rapporten.

De hoeveelheid stikstof die als nitraat kan uitspoelen naar het grondwater wordt onder andere bepaald door het stikstofbodemoverschot. Dit is het verschil tussen de aanvoer van stikstof (zoals meststoffen) en de afvoer ervan (waaronder via de melk). Het stikstofbodemoverschot, gemiddeld over heel Nederland is niet duidelijk veranderd tussen 2006 en 2013.

Uit de rapportage blijkt ook dat het stikstofgebruik uit dierlijke mest op de derogatiebedrijven in 2013 gemiddeld circa 4 kilogram per hectare lager was dan de maximaal toegestane 250 kilogram stikstof per hectare.

Uit de resultaten blijkt dat de nitraatconcentratie in het grondwater in de periode 2006 en 2013, afhankelijk van de regio, is gedaald of gelijk is gebleven.

In 2013 lag de nitraatconcentratie in het grondwater in de zandregio (gemiddeld 37 milligram per liter (mg/l)) onder de nitraatnorm van 50 mg/l. Bedrijven in de kleiregio en de veenregio hadden gemiddeld een lagere nitraatconcentratie (respectievelijk 11 en 6 mg/l). Alleen de derogatiebedrijven in de lössregio lagen gemiddeld boven de norm (56 mg/l). Het verschil tussen de regio’s wordt vooral veroorzaakt door een hoger percentage uitspoelingsgevoelige gronden in de zand- en lössregio; dit zijn gronden waar nitraat in mindere mate in de bodem wordt afgebroken en daardoor meer kan uitspoelen naar het grondwater.

Ook in 2014 heeft Nederland voldaan aan de in de derogatiebeschikking opgenomen controleverplichtingen.

Tenslotte

Hiermee voldoe ik aan de toezegging de negende derogatierapportage aan de Tweede Kamer te zenden. Conform de derogatiebeschikking voor de periode 2014–2017 zal Nederland in 2016 de Europese Commissie wederom voorzien van een geactualiseerde derogatierapportage, die ook aan u gezonden zal worden.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven