Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833009 nr. 48

33 009 Innovatiebeleid

Nr. 48 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 januari 2018

Hierbij ontvangt u de door u verzochte reactie op de CPB Policy Brief «Scientia potentia est: de makelaar van alles».

Het kabinet heeft met veel belangstelling kennis genomen van de Policy Brief.

Het Centraal Planbureau (CPB) signaleert hierin voordelen en risico’s van internetplatforms, die het kabinet onderschrijft.

Platformbedrijven als Apple, Alphabet (moederbedrijf van Google) en Microsoft hebben momenteel de hoogste beurswaarde ter wereld, en zijn niet meer uit ons leven weg te denken. Mensen brengen dagelijks veel tijd door met zoeken in zoekmachines, communiceren via sociale media en kopen in online marktplaatsen.

«Platforms veranderen de wereld», schrijft het CPB, en «leveren substantiële voordelen» voor consumenten, als ook voor aanbieders die er toegang verkrijgen tot afnemers in de hele wereld.

Het CPB merkt echter terecht op dat platforms ook risico’s meebrengen. Het CPB benoemt in het bijzonder het risico dat platformbedrijven misbruik maken van hun informatiepositie. Zo kunnen platforms nieuws selecteren of zoekresultaten ordenen op manieren die gebruikers niet kunnen inzien. Dit kan platforms bijvoorbeeld prikkelen tot subtiele aanpassingen in zoekresultaten die voor hen winstgevend zijn, maar niet in het belang van de gebruiker.

Ook noemt het CPB het risico van onvoldoende prikkels voor platformbedrijven om ongewenst gedrag van gebruikers tegen te gaan. Dit speelt bijvoorbeeld een rol bij de verspreiding van nepnieuws vanaf nepaccounts (eventueel door statelijke actoren). Het CPB stelt dan ook voor de transparantie en aansprakelijkheid van platforms te vergroten, rekening houdend met risico’s voor vrijheid van meningsuiting en de ruimte voor innovatie.

Gelet op de enorme voordelen van internetplatforms hecht het kabinet sterk aan de genoemde ruimte voor platforms om zich innovatief te blijven ontwikkelen. Tegelijk acht het kabinet de risico’s die platforms meebrengen van toenemend belang. Dit heeft de vorige Minister van Economische Zaken ook aangegeven in de brief van 18 december 20151. In mijn brief van 9 januari jl. over een rapport van het Rathenau Instituut over de deeleconomie heb ik dit nogmaals bevestigd2.

Geconstateerd is hierin ook dat er voor de aanpak van risico’s vaak al instrumenten beschikbaar zijn in bestaande wet- en regelgeving. Deze kan overigens wel verschillen naar gelang het type platform, omdat typen platforms onderling sterk kunnen verschillen.

Onze democratische rechtsorde en open samenleving zijn gebouwd op de fundamenten van vrije pers en vrijheid van meningsuiting. Het kabinet maakt zich dan ook sterk voor een kwalitatief goede nieuwsvoorziening voor Nederlanders. Daarom heeft het veel aandacht voor nepnieuws en desinformatie, en voor de rol en verantwoordelijkheid van platforms hierbij. Ik informeer u hierbij graag over de acties die de regering binnen Nederland en in Europa onderneemt.

Concreet heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer op 19 december 2017 geïnformeerd over haar activiteiten in het bestrijden van heimelijke beïnvloeding door statelijke actoren door middel van de verspreiding van desinformatie.3 In gesprek met sociale-mediaplatforms is afgesproken om het gesprek de komende periode voort te zetten en te bespreken hoe nadere stappen kunnen worden gemaakt door onder meer de wederzijdse informatie-uitwisseling te versterken en de weerbaarheid van platformgebruikers te verhogen.

Ook doet de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Mediaonderzoek naar de toekomst van de journalistiek in Nederland.4 In het verlengde hiervan heeft het kabinet geld vrijgemaakt voor onderzoeksjournalistiek. Het is van belang voor ogen te houden dat verspreiding van nepnieuws ongewenst is, maar niet noodzakelijkerwijs als strafbare online content gelijk gesteld kan worden aan zogeheten hate speech of uitingen van discriminatie.

De vorige ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben in hun brief van 5 juli 2017 bovendien beschreven wat de Nederlandse overheid doet om de verspreiding van illegale content via sociale media te bestrijden.5 Het vorige kabinet heeft deze activiteiten in een BNC-fiche meer in detail beschreven, in reactie op de Commissiemededeling over bestrijding van illegale online content op 28 september 2017.

In dit fiche staat ook aangegeven dat Nederland positief staat tegenover maatregelen van platforms zelf tegen illegale inhoud. Het blijft evenwel belangrijk dat maatregelen niet leiden tot het vervallen van de aansprakelijkheidsbeperking die platforms genieten op grond van de e-commerce richtlijn (Richtlijn 2000/31/EG) en niet ten koste gaan van grondrechten zoals het recht op vrijheid van meningsuiting en privacy.6

Ten aanzien van de rol van online platforms geldt het belang van een aanpak op Europees niveau. De reden hiervoor is dat platforms erg grootschalig kunnen zijn en vaak internationaal opereren. Het spreekt voor zich dat het kabinet de activiteiten van de Europese Commissie ten aanzien van online nepnieuws, desinformatie en andere platformrisico’s nauwgezet volgt.7

Dit neemt echter het belang niet weg om de risico’s ten aanzien van platforms ook nationaal nadrukkelijk en blijvend te bezien, bijvoorbeeld als het gaat om transparantie en aansprakelijkheid van platforms. Dit zal onder meer gebeuren in het kader van de kabinetsbrede nationale digitaliseringsstrategie die in de begrotingsbehandeling van Economische Zaken en Klimaat op 14 december 2017 is aangekondigd, en die in het voorjaar aan uw Kamer zal worden aangeboden. Hierin zal ook aandacht uitgaan naar de vrijheden en verantwoordelijkheden van platforms.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer


X Noot
1

Kamerstuk 33 009, nr. 12.

X Noot
2

Kamerstuk 33 009, nr. 47.

X Noot
3

Kamerstuk 26 643, nr. 508.

X Noot
4

Kamerstuk 32 827, nrs. 116 en 122.

X Noot
5

Kamerstuk 30 950, nr. 138.

X Noot
6

Kamerstuk 22 112, nr. 2420.