Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233006 nr. 13

33 006 Wijziging van enkele belastingwetten (Geefwet)

Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID BRAAKHUIS

Ontvangen 15 november 2011

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel B, vervalt.

II

Na artikel I, onderdeel D, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

Artikel 6.38 komt te luiden:

Artikel 6.38 Het in aanmerking nemen van periodieke giften

  • 1. Periodieke giften worden in aanmerking genomen indien zij berusten op een bij onderlinge schenkingsovereenkomst aangegane verplichting om de uitkeringen of verstrekkingen gedurende vijf of meer jaren ten minste jaarlijks uit te keren.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde onderlinge schenkingsovereenkomst bevat in elk geval de volgende gegevens:

    • a. de naam van de belastingplichtige;

    • b. de naam van de begunstigde instelling of vereniging;

    • c. de omvang van de jaarlijkse gift;

    • d. de wijze waarop de gift wordt voldaan;

    • e. het moment waarop de gift jaarlijks wordt voldaan, en

    • f. de looptijd van de onderlinge schenkingsovereenkomst.

  • 3. De in het eerste lid bedoelde onderlinge schenkingsovereenkomst wordt tot ten minste vijf jaar na afloop van het laatste jaar van de looptijd in de administratie van de belastingplichtige en van de begunstigde instelling of vereniging bewaard.

III

Artikel I, onderdeel E, komt te luiden:

E

Na artikel 6.39 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6.39a Giften aan instellingen

  • 1. Het bedrag aan giften aan instellingen wordt voor de bepaling van het voor de toepassing van deze afdeling in aanmerking te nemen bedrag verhoogd met 50%.

  • 2. Het in artikel 6.39, eerste en tweede lid, bedoelde maximum wordt verhoogd met het bedrag van de in het eerste lid bedoelde verhoging.

IV

Na artikel I, onderdeel E, worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Ea

In artikel 8.19, tweede lid, wordt 0,7% vervangen door 1,3%.

Eb

In artikel 8.20, tweede lid, wordt 0,7% vervangen door 1,3%.

V

Artikel I, onderdeel G, vervalt.

VI

Artikel I, onderdeel H, vervalt.

VII

Artikel II vervalt.

VIII

Artikel IV, onderdeel D, onder 3, komt te luiden:

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De aftrek, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met 50 percent van het bedrag van de giften die zijn gedaan aan een algemeen nut beogende instelling, doch ten hoogste met € 2500.

IX

Na artikel V worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL Va

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:

A

Na post 14, onderdeel c, van Tabel I, onderdeel b, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • d. muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets, alsmede lezingen; peepshows en andere optredens die primair zijn gericht op erotisch vermaak worden daaronder niet begrepen;.

B

Na post 16 van Tabel I, onderdeel b wordt een post ingevoegd, luidende:

  • 17. het optreden door uitvoerende kunstenaars;.

ARTIKEL Vb

In de Wet op de accijns wordt in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, «€ 423,60» vervangen door «€ 468,60». Voorts wordt «€ 434,34» vervangen door: € 479,34.

X

Na artikel VIII worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VIIIa

Voor het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets, alsmede lezingen, en optredens door uitvoerende kunstenaars die op of na 1 januari 2012 plaatsvinden en ter zake waarvan vóór deze datum de vergoeding is ontvangen, blijft Tabel I, onderdeel b, van de Wet op de omzetbelasting 1968, zoals deze luidde op 31 december 2011, van toepassing.

ARTIKEL VIIIb

In het Belastingplan 2011 vervallen artikel III, onderdelen B en C, en artikel IIIbis, onderdelen D, E, F en G.

Toelichting

Algemeen

Met dit amendement wordt de verhoogde aftrek van giften uitbreid naar giften die zijn gedaan aan alle ANBI’s. Voor het uitbreiden van de multiplier tot giften aan alle ANBI’s is ten opzichte van het wetsvoorstel een derving van € 170 mln. gemoeid. Op de multiplier blijft de horizonbepaling van toepassing.

Met dit amendement wordt het verlenen van toegang tot podiumkunsten en het optreden door uitvoerende kunstenaars onder het verlaagde btw-tarief gebracht. Deze wijziging leidt tot een budgettaire derving van € 48 mln.

Met betrekking tot de verhoging van het btw-tarief voor podiumkunsten is overgangsrecht opgenomen voor alle in 2011 verkochte kaartjes van voorstellingen die in 2012 plaatsvinden. Dit heeft geen gevolgen voor de voorziene budgettaire derving voor 2012.

Voorts worden in dit amendement de heffingskortingen voor maatschappelijk (groen en sociaal-ethisch) en cultureel beleggen en directe beleggingen in durfkapitaal teruggebracht naar het niveau dat deze hadden voor 1 januari 2011, namelijk 1,3%. De stapsgewijze afbouw wordt stopgezet en de daarmee verband houdende artikelen uit het Belastingplan 2011 komen te vervallen. De derving hiervan bedraagt € 112 mln. structureel.

Daarnaast worden in dit amendement de in het wetsvoorstel opgenomen aanpassingen van de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden teruggedraaid. Dit leidt ten opzichte van het wetsvoorstel tot een derving van € 12 mln.

Vervolgens wordt de eis dat bij een periodieke gift een notariële akte vereist is, vervangen door de eis dat een onderlinge schenkingsovereenkomst. Aan die overeenkomst is een aantal voorwaarden verbonden, dat in de wet wordt opgenomen.

Dit amendement voorziet er in om het accijnstarief voor diesel te verhogen met 4,5 eurocent per liter. Hiermee wordt een opbrengst beoogd van € 342 mln.

Tabel met een uitsplitsing van de budgettaire effecten:

Onderwerp

2012

2013

2014

2015

Multiplier alle ANBI's

170

170

170

170

Verlaagd BTW podiumkunsten

48

48

48

48

Heffingskortingen maatschappelijk, cultureel & durfkapitaal naar niveau 2011

53

79

109

112

Ongedaanmaking versobering aftrek uitgaven monumentenpanden

12

12

12

12

Formele aanpassing periodieke giftenaftrek

0

0

0

0

Totaal lastenverlichting

283

309

339

342

         

Verhogen accijns diesel

342

342

342

342

Totaal lastenverzwaring

342

342

342

342

         

Totaal aanpassing

59

33

3

0

Artikelsgewijs

Onderdelen I, V en VI

Artikel I, onderdelen B, G en H (artikelen 6.31, 10.4 en 10.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

De in het wetsvoorstel Geefwet voorgestelde versobering van de aftrek voor uitgaven monumentenpanden wordt teruggenomen.

Onderdeel II

Artikel I, onderdeel Da (artikel 6.38 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

Voor het in aftrek kunnen nemen van een periodieke gift vervalt de verplichting voor het vastleggen van deze periodieke giften in een notariële akte. In plaats van een notariële akte, kan voortaan worden volstaan met een onderlinge schenkingsovereenkomst. In die overeenkomst moet wel een aantal gegevens worden opgenomen. Deze gegevens worden opgesomd in het nieuwe tweede lid van artikel 6.38 van de Wet IB 2001. In het nieuwe derde lid van artikel 6.38 van de Wet IB 2001 wordt bepaald dat de onderlinge schenkingsakte tot ten minste 5 jaar na afloop van de looptijd van de onderlinge schenkingsovereenkomst bewaard dient te worden in de administratie van de donateur en de begunstigde instelling of vereniging.

Onderdeel III

Artikel I, onderdeel E (artikel 6.39a van de Wet inkomstenbelasting 2001)

De in het wetsvoorstel Geefwet voorgestelde multiplier in de giftenaftrek in de inkomstenbelasting gaat gelden voor alle giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s). Het bedrag aan giften aan ANBI’s wordt voor de berekening van het in aanmerking te nemen bedrag verhoogd met 50%. Het plafond voor de in aanmerking te nemen giftenaftrek wordt verhoogd met de verhoging als gevolg van de multiplier.

Onderdeel IV

Artikel I, onderdelen Ea en Eb (artikelen 8.19 en 8.20 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

De stapsgewijze afbouw van de heffingskortingen voor maatschappelijke beleggingen (groen en sociaal-ethisch beleggen), directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen wordt stopgezet. De heffingskorting wordt vastgesteld op 1,3%, het niveau dat deze heffingskortingen hadden voor het Belastingplan 2011.

Onderdeel VII

Artikel II (overgangsrecht artikel 6.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

In verband met het terugdraaien van de versobering van de aftrek voor uitgaven monumentenpanden, kan het voorgestelde overgangsrecht voor deze aftrek komen te vervallen.

Onderdeel VIII

Artikel IV, onderdeel D (artikel 16 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969)

Dit amendement regelt dat de verhoogde aftrek van giften met 50% met een maximum van € 2 500 wordt uitbreid naar giften die zijn gedaan aan alle ANBI’s.

Onderdeel IX

Artikel Va, onderdelen A en B (Tabel I van de Wet op de omzetbelasting 1968)

In Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968, waarin de categorieën diensten en goederen zijn opgesomd waarop het verlaagde btw-tarief mag worden toegepast, worden posten voor podiumkunsten (onderdeel b, post 14, onderdeel d, en post 17) toegevoegd. Dit betekent dat voor deze diensten het btw-tarief van 6% zal gaan gelden.

Artikel Vb (artikel 27 van de Wet op de accijns)

Het in artikel 27, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns opgenomen tarief voor zwavelvrije halfzware olie en gasolie wordt verhoogd met 4,5 eurocent per liter. Hiermee wordt een opbrengst beoogd van € 342 mln. Ook het iets hogere tarief voor andere dan zwavelvrije halfzware olie en gasolie wordt verhoogd met 4,5 eurocent per liter. Niet zwavelvrije producten mogen niet meer op de binnenlandse markt worden verkocht maar worden nog wel in Nederland geproduceerd voor exportdoeleinden. In het geval dat er in Nederland een vermis zou worden geconstateerd, is het hogere tarief verschuldigd. De verhoging van dit tarief genereert in principe geen of een te verwaarlozen opbrengst.

Onderdeel X

Artikel VIIIa (overgangsrecht btw op podiumkunsten)

Voor vergoedingen die vóór 1 januari 2012 zijn ontvangen ter zake van het verlenen van toegang tot muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, alsmede lezingen, en optredens door uitvoerende kunstenaars die op of na deze datum plaatsvinden, blijft het algemene btw-tarief van toepassing. Dit betekent dat bijvoorbeeld voor kaartjes die zijn aangeschaft en betaald voor een concert dat in 2012 plaatsvindt, geen 13% omzetbelasting kan worden teruggevorderd. Aan het kaartje is niet te zien wanneer betaling heeft plaatsgevonden zodat een terugbetalingsactie feitelijk onmogelijk is.

Artikel VIIIb (Artikel III, onderdelen B en C, en Artikel IV, onderdelen D, E, F en G van het Belastingplan 2011)

In verband met het stopzetten van de afbouw van de heffingskortingen voor maatschappelijke beleggingen (groen en sociaal-ethisch beleggen), directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen, vervallen de hierop ziende wijzigingen opgenomen in het Belastingplan 2011 die na 1 januari 2012 nog op zouden moeten treden.

Braakhuis