Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233003 nr. 13

33 003 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2012)

Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID BRAAKHUIS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 121

Ontvangen 31 oktober 2011

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel A, komt te luiden:

A

In artikel 2.10 wordt de tarieftabel vervangen door:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 18 945

1,03%

€ 18 945

€ 33 863

€ 195

9,70%

€ 33 863

€ 56 491

€ 1 642

42%

€ 56 491

€ 11 145

52%

II

Artikel I, onderdeel B, komt te luiden:

B

In artikel 2.10a wordt de tarieftabel vervangen door:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 18 945

1,03%

€ 18 945

€ 34 055

€ 195

9,70%

€ 34 055

€ 56 491

€ 1 660

42%

€ 56 491

€ 11 083

52%

III

Na artikel II, onderdeel A, worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Aa

In artikel 2.10 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,37.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,47.

Ab

In artikel 2.10a wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,37.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,47.

IV

Vóór artikel III, onderdeel A, worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

0A

In artikel 2.10 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,31.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,28.

0aA

In artikel 2.10a wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,31.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,28.

V

Na artikel III wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIIA

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2015 als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2.10 wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,35.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,16.

B

In artikel 2.10a wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,35.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,16.

VI

Artikel V, onderdeel C, komt te luiden:

C

In artikel 20a wordt de tarieftabel vervangen door:

Bij een belastbaar loon van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 18 945

1,03%

€ 18 945

€ 33 863

€ 195

9,70%

€ 33 863

€ 56 491

€ 1 642

42%

€ 56 491

€ 11 145

52%

VII

Artikel V, onderdeel D, komt te luiden:

D

In artikel 20b wordt de tarieftabel vervangen door:

Bij een belastbaar loon van meer dan

maar niet meer dan

bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 18 945

1,03%

€ 18 945

€ 34 055

€ 195

9,70%

€ 34 055

€ 56 491

€ 1 660

42%

€ 56 491

€ 11 083

52%

VIII

Vóór artikel VI, onderdeel A, worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

0A

In artikel 20a wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,37.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,47.

0aA

In artikel 20b wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,37.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,47.

IX

Vóór artikel VII, onderdeel A, worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

0A

In artikel 20a wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,31.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,28.

0aA

In artikel 20b wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,31.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,28.

X

Na artikel VII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VIIA

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2015 als volgt gewijzigd:

A

In artikel 20a wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,35.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,16.

B

In artikel 20b wordt de tabel als volgt gewijzigd:

1. Het in kolom IV in de eerste regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,35.

2. Het in kolom IV in de tweede regel genoemde percentage wordt verlaagd met 0,16.

XI

Na artikel XXI wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XXIA

De Wet op de accijns wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid vervalt.

2. In het zesde lid wordt «het toevoegen van herkenningsmiddelen als bedoeld in het derde lid» vervangen door: het toevoegen van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen.

3. In het zevende lid wordt «het tweede lid en het derde lid» vervangen door: en het tweede lid.

B

In artikel 27a wordt «artikelen 27, eerste tot en met derde lid» vervangen door «artikelen 27, eerste en tweede lid». Voorts wordt «71c, tweede lid, 71e, tweede lid, 71f, tweede lid en 71g, tweede lid» vervangen door: 71c, tweede lid, en 71g, tweede lid.

C

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 27, eerste, tweede dan wel derde lid» telkens vervangen door: artikel 27, eerste of tweede lid.

2. In het tweede lid wordt «artikel 27, eerste, tweede dan wel derde lid» vervangen door: artikel 27, eerste of tweede lid.

3. In het derde lid wordt «artikel 27, eerste dan wel derde lid» vervangen door: artikel 27, eerste lid.

D

Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt.

2. Het eerste lid, onderdeel e, wordt geletterd d.

3. Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot vierde en vijfde lid.

4. In het vierde lid (nieuw) wordt «De teruggaaf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e» vervangen door: De teruggaaf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.

E

Artikel 71e vervalt.

F

Artikel 71f vervalt.

G

Artikel 84a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 27, eerste, tweede of derde lid» telkens vervangen door: artikel 27, eerste of tweede lid.

2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «artikel 27, eerste, tweede of derde lid» vervangen door: artikel 27, eerste of tweede lid.

H

In artikel 84b, eerste lid, wordt «artikel 27, eerste, tweede of derde lid» telkens vervangen door: artikel 27, eerste of tweede lid.

I

Artikel 91 komt te luiden:

Artikel 91

  • 1. Het is niet toegestaan minerale oliën die zijn voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen buiten een accijnsgoederenplaats voorhanden te hebben tezamen met middelen die de afscheiding, opheffing of verandering van die herkenningsmiddelen in deze oliën kunnen bewerkstelligen of bevorderen.

  • 2. Het is niet toegestaan minerale oliën die zijn voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen dan wel bestanddelen bevatten van die herkenningsmiddelen, voorhanden te hebben anders dan in tanks die behoren bij afleveringspompen waar minerale oliën worden afgeleverd in de brandstoftanks van andere schepen dan pleziervaartuigen, mits deze schepen in het bezit zijn van en gebruikt worden door degene die de beschikking heeft over de tank.

  • 3. Bij ministeriële regeling kan in bijzondere gevallen ontheffing worden verleend van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden.

J

Artikel 92 komt te luiden:

Artikel 92

Het is niet toegestaan herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 27, zesde lid, toe te voegen aan lichte olie, dan wel lichte olie die is voorzien van die herkenningsmiddelen of bestanddelen daarvan bevat voorhanden te hebben.

XII

Artikel XXIV komt te luiden:

ARTIKEL XXIV

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel a, vervalt, onder verlettering van de onderdelen b tot en met f tot a tot en met e.

B

Hoofdstuk II vervalt.

C

Artikel 60 vervalt.

D

In artikel 61 wordt «genoemd in artikel 59, eerste lid, 60, eerste en tweede lid» vervangen door: genoemd in artikel 59, eerste lid.

E

In artikel 62 wordt «artikel 59, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, en artikel 60, eerste lid, worden toegepast» vervangen door: artikel 59, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, worden toegepast.

F

Artikel 65 vervalt.

G

Artikel 86 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het tarief per kilogram bedraagt voor in een verpakking verwerkte materiaalsoorten van:

    • a. aluminium en legeringen van aluminium: € 5,7378

    • b. kunststof: € 2,8398

    • c. overige metalen: € 0,9570

    • d. biokunststof: € 0,4800

    • e. papier en karton: € 0,4800

    • f. glas: € 0,4332

    • g. hout: € 0,1266

    • h. een andere materiaalsoort: € 1,0596

2. In het derde lid wordt «€ 2,55» vervangen door: € 3,06.

H

In artikel 90 wordt «8, eerste en derde lid, 9, 18, 28, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 43, 59, eerste en derde lid, 60, eerste lid, en 86,» vervangen door: 18, 28, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 43, 59, eerste en derde lid, en 86.

XIII

Artikel XXV komt te luiden

ARTIKEL XXV

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt met ingang van 1 januari 2013 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel a, vervalt, onder verlettering van de onderdelen b tot en met e tot a tot en met d.

B

Hoofdstuk III vervalt.

C

In artikel 90 wordt «18, 28, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid» vervangen door: 28, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid.

D

In artikel 91, eerste lid, vervalt «20, eerste lid».

E

In artikel 92, eerste lid, vervalt «belasting op leidingwater,».

XIV

Na artikel XXV wordt een artikel toegevoegd:

ARTIKEL XXVa

De Wet belastingen op milieugrondslag wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 59 wordt met ingang van 1 januari 2012 als volgt gewijzigd:

1. De in het eerste lid, onderdeel a, als tweede en derde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,00875.

2. De in het eerste lid, onderdeel a, als vierde, vijfde en zesde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,01125.

3. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «10 000 000» telkens vervangen door: 3 000 000.

4. De in het eerste lid, onderdeel c, als tweede, derde, vierde en vijfde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,00875.

B

Artikel 59 wordt met ingang van 1 januari 2013 als volgt gewijzigd:

1. De in het eerste lid, onderdeel a, als tweede en derde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,00875.

2. De in het eerste lid, onderdeel a, als vierde, vijfde en zesde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,01125.

3. De in het eerste lid, onderdeel c, als tweede, derde, vierde en vijfde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,00875.

C

Artikel 59 wordt met ingang van 1 januari 2014 als volgt gewijzigd:

1. De in het eerste lid, onderdeel a, als tweede en derde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,00875.

2. De in het eerste lid, onderdeel a, als vierde, vijfde en zesde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,01125.

3. De in het eerste lid, onderdeel c, als tweede, derde, vierde en vijfde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,00875.

D

Artikel 59 wordt met ingang van 1 januari 2015 als volgt gewijzigd:

1. De in het eerste lid, onderdeel a, als tweede en derde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,00875.

2. De in het eerste lid, onderdeel a, als vierde, vijfde en zesde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,01125.

3. De in het eerste lid, onderdeel c, als tweede, derde, vierde en vijfde genoemde bedragen worden verhoogd met € 0,00875.

Toelichting

Dit amendement laat zien dat het ook in lastige economische tijden goed mogelijk is om toekomstgerichte keuzes te maken. Wij kiezen voor banen en voor duurzaamheid, zodat het ook op lange termijn goed vertoeven blijft in Nederland. In dit amendement schrappen we een aantal fiscale rariteiten waarmee de vervuiler wordt beloond en maken we groene keuzes; dit geld zetten we in voor 1 tot 2% lagere belastingtarieven.

Waarom betaalt een gewone burger een 220 keer zo hoog tarief voor de energiebelasting als de energie-intensieve industrie? Waarom zou je de fossiele energieverslindende bedrijven met 5,8 miljard euro blijven subsidiëren met belastingkortingen op de energiebelasting voor veelgebruikers, terwijl Nederland achteraan loopt op het gebied van duurzame energie? Waarom zou je deze subsidie op fossiele energie niet geleidelijk afbouwen zodat schone energie een eerlijkere kans krijgt? In Duitsland hebben ze de afgelopen 7 jaar al 250 000 banen gecreëerd met hernieuwbare energie. De Europese Commissie verwacht tot 2020 410 000 extra banen in deze sector. Maar wat doet Nederland? Dit kabinet blijft de gevestigde industrie steunen met maarliefst 5,8 miljard euro. Met dit amendement wordt deze fiscale bevoordeling in stapjes tot en met 2015 gehalveerd. Hierdoor neemt de druk toe voor energie-intensieve bedrijven om te investeren in energiebesparing of schone energie, zonder dat meteen de volledige prijs hoeft te worden betaald. Uiteindelijk krijgen op deze manier schone vormen van energie een eerlijke kans en profiteert Nederland ook van de groene banengroei.

Waarom zou je de verpakkingenbelasting afschaffen als je ook de mogelijkheid hebt om effectievere tarieven toe te passen conform het Deense voorbeeld, zodat het echt gaat lonen voor de verpakkingenindustrie om te investeren in duurzame oplossingen?

Waarom zou je de succesvolle afvalstoffenbelasting afschaffen die er immers toe heeft geleid dat meer afval wordt gerecycled in plaats van wordt gestort? En dat nog wel voordat er een goed alternatief is en bijvoorbeeld striktere stortverboden zijn ingevoerd en de bijpassende striktere handhaving is geïmplementeerd.

En waarom worden de vervuilers ontzien met een verlaagd tarief voor de glastuinbouw en een korting op de accijns voor rode diesel?

En waarom zou je dit geld niet inzetten om de belastingtarieven op arbeid nu eindelijk eens echt fors te verlagen in plaats van de belastingverhogingen die dit kabinet toch gewoon weer aan het doorvoeren is?

In dit amendement laten we zien dat er met groene keuzes een forse belastingverlichting op arbeid mogelijk wordt. Door de fiscale rariteiten te schrappen en groene keuzes te maken, maken we het mogelijk de belastingen in de 1e en 2e schijf in 2012 met ongeveer 1% te verlagen en dit loopt op naar een belastingverlaging met ongeveer 2% in 2015.

Dit amendement heeft ook gevolgen voor het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen. Daarom wordt gelijktijdig een technisch amendement ingediend op dat wetsvoorstel (zie 33 004 nr. 8).

Overzicht budgettaire gevolgen

Onderwerp

2012

2013

2014

2015

Verhoging verpakkingenbelasting tot het Deense niveau

1 500

1 800

1 800

1 800

Niet afschaffen afvalstoffenbelasting

43

43

43

43

Beperken korting op energiebelasting voor grootgebruikers

800

1 600

2 400

3 200

Afschaffen verlaagde accijns rode diesel

239

250

263

275

Afschaffen laag tarief glastuinbouw

91

92

93

93

Totaal lastenverzwaring

2 673

3 785

4 599

5 411

Verlaging Belastingtarief 1e schijf met 0,92%  2e schijf met 1,10%

–/– 2 673

     

Verlaging Belastingtarief 1schijf met 1,29% en 2e schijf met 1,57%

 

–/– 3 785

   

Verlaging Belastingtarief 1schijf met 1,6% en 2e schijf met 1,85%

   

–/– 4 599

 

Verlaging Belastingtarief 1met 1,95% en 2e schijf met 2,01 %

     

–/– 5 411

Totaal lastenverlichting op arbeid

– 2 673

– 3 785

– 4 599

– 5 411

Totaal aanpassing

0

0

0

0

Artikelsgewijs

Onderdelen I tot en met X

Met de wijzigingen in onderdelen I tot en met X wordt beoogd het tarief van de eerste en de tweede schijf in de loon- en inkomstenbelasting in vier jaar stapsgewijs te verlagen van 1,95% en 10,80% naar nihil respectievelijk 8,79%. Omdat de tabelcorrectiefactor voor de jaren 2013–2015 nog niet bekend is, zijn voor die jaren geen tarieftabellen opgenomen, maar is alleen de verlaging van het tarief genoemd. Deze tariefsverlaging dient te worden meegenomen in de tarieftabellen die in verband met de inflatiecorrectie van artikel 10.1 van de Wet IB 2001 per 1 januari 2013, per 1 januari 2014 en per 1 januari 2015 opnieuw worden vastgesteld.

Onderdeel XI

De wijzigingen in onderdeel XI , die zien op de Wet op de accijns, strekken ertoe het verlaagde tarief voor halfzware olie en gasolie die zijn voorzien van herkenningsmiddelen – het betreft hier vooral de zogenoemde rode diesel – te verhogen naar het niveau dat geldt voor halfzware olie en gasolie (diesel) die in het wegverkeer en de pleziervaart worden gebruikt. Daarnaast komt op grond van deze wijziging de zogenoemde grootverbruikersregeling te vervallen.

Voor het vervallen van artikel 71e van de Wet op de accijns, zie onderdeel XII.

Onderdeel XII

De onderdelen uit artikel XXIV die zien op het afschaffen van de afvalstoffenbelasting worden ingevolge dit onderdeel verwijderd.

In artikel 60 van de Wet belastingen op milieugrondslag en artikel 71e van de Wet op de accijns worden verlaagde tarieven gehanteerd voor aardgas dat bestemd is voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. Indien geen aardgasaansluiting aanwezig is, geldt bij dezelfde bestemming een verlaagd accijnstarief voor een aantal soorten minerale oliën in de vorm van een teruggaafregeling. Met het vervallen van artikel 60 van de Wet belastingen op milieugrondslag en artikel 71e van de Wet op de accijns worden bovengenoemde verlaagde tarieven voor aardgas en teruggaafmogelijkheden voor minerale oliën afgeschaft. Met het vervallen van artikel 60 dient ook de in de artikelen 61, 62 en 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag opgenomen verwijzing naar dat artikel te worden aangepast.

Met het vervallen van artikel 65 komt de vrijstelling voor het gebruik boven 10 miljoen kWh voor energie-intensieve bedrijven die energie-efficiency afspraken hebben met de Rijksoverheid te vervallen.

De onderdelen uit artikel XXV die zien op het afschaffen van de verpakkingenbelasting worden ingevolge dit onderdeel eveneens verwijderd. In plaats daarvan worden de tarieven verzesvoudigd, hiertoe strekt de wijziging van artikel 86 van de Wet belastingen op milieugrondslag.

Onderdeel XIII

De wijziging van artikel 59 van de Wet belastingen op milieugrondslag betreft het in vier jaar verhogen van de tarieven op aardgas en elektriciteit. Dit geldt voor de tarieven vanaf de tweede schijf.

Braakhuis

X Noot
1

Vervanging in verband met wijziging van de toelichting