33 000 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2012

Nr. 17 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2011

Tijdens het Algemeen overleg op 28 september jl. (kamerstuk 33 000 X, nr. 13) over de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied (KWCARIB) heb ik toegezegd uw Kamer voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg Materieel op 7 november a.s. te informeren over de inzetbaarheid van de Superrhibs en daarbij ook een vergelijking te maken met materieel dat bij andere landen in de regio in gebruik is. Met deze brief doe ik mijn toezegging gestand. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft uw kamer per brief geïnformeerd over de verdeling van de kosten voor de Kustwacht tussen Nederland en de Caribische Landen en daarmee uitvoering gegeven aan mijn tweede toezegging (TK 2011–2012, 33 000 IV nr. 35). Tenslotte zal in het Jaarplan 2012 en in het Jaarverslag 2011 van de Kustwacht meer aandacht worden besteed aan internationale samenwerking. Daarmee wordt mijn derde toezegging aan uw Kamer gestand gedaan.

Uitgangspunten materiële gereedheid en inzetbaarheid Superrhibs

Voor de uitvoering van haar taken maakt de Kustwacht onderscheid tussen planmatige patrouilles en reactieve inzet. Bij planmatige patrouilles staan toezicht en handhaving, waaronder het uitvoeren van controles, centraal. Reactieve inzet is gericht op specifieke situaties, zoals het achtervolgen en onderscheppen van een verdacht vaartuig (interceptie) of het opvolgen van een Search and Rescue (SAR) melding. De Superrhib wordt zowel voor reguliere patrouilletaken als voor interceptietaken ingezet vanuit de drie steunpunten van de Kustwacht op Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het steunpunt op Curaçao ondersteunt ook de inzet van vaartuigen rondom Bonaire; het steunpunt op Sint Maarten die rondom Saba en Sint Eustatius.

De Kustwacht beschikt over twaalf Superrhibs, gelijkelijk verdeeld over de drie steunpunten. De Kustwacht hanteert de navolgende uitgangspunten voor de materiële gereedheid en inzetbaarheid van deze vaartuigen:

  • vanuit ieder steunpunt moeten twee Superrhibs direct inzetbaar zijn voor de combinatie van planmatige patrouilles en reactieve inzet;

  • vanuit ieder steunpunt moet een derde Superrhib met een reactietijd van maximaal 48 uur beschikbaar zijn;

  • ieder steunpunt moet rekening houden met klein en groot onderhoud aan de vaartuigen. Klein onderhoud wordt gedaan op het steunpunt. Groot onderhoud geschiedt op Curaçao en duurt meerdere weken;

  • ieder steunpunt roteert de vaartuigen voor groot onderhoud. De vierde Superrhib maakt dit planmatig mogelijk.

Knelpunten en korte termijn maatregelen

De Kustwacht heeft de Superrhibs tussen december 2004 en medio 2006 in gebruik genomen. In de loop van 2005 zijn (structurele) technische problemen met dit vaartuig geconstateerd. Over de aard en oorzaak van de problemen die zich sinds de ingebruikname van de Superrhib hebben voorgedaan en de getroffen maatregelen ter verbetering van de inzetbaarheid en het onderhoud van de Superrhibs bent u eerder geïnformeerd in de Jaarverslagen van de Kustwacht en in antwoorden op vragen van het lid Pechtold (D66) over de slijtage van materieel op de Nederlandse Antillen en Aruba (TK 2006–2007, Aanhangsel, 45294530).

In 2009 en 2010 heeft de Kustwacht het voorziene aantal vaaruren en het aantal afgesproken controles voor de kleine vaartuigen volledig gerealiseerd. Dit was mogelijk door de beschikbare Superrhibs vaker in te zetten en het onderhoud hierop te beperken tot hoogst noodzakelijke reparaties. Hierdoor is overbelasting en een onderhoudsachterstand ontstaan met als gevolg een grotere uitval van de vaartuigen in de eerste helft van 2011. De Kustwacht loopt deze onderhoudsachterstand, die ook betrekking heeft op het onderhoud aan de motoren, nu in. Ook wordt de centrale onderdelenvoorraad op Curaçao de komende maanden aangevuld en uitgebreid om toekomstig onderhoud en reparatiewerkzaamheden sneller uit te kunnen voeren. De Kustwacht verwacht begin 2012 weer te kunnen beschikken over het minimaal noodzakelijke aantal van zes direct inzetbare superrhibs, dat wil zeggen twee per steunpunt, en per steunpunt over een derde superrhib met een reactietijd van maximaal 48 uur in de eerste helft van 2012.

Langere termijn maatregelen

In het Lange Termijn Plan 2009–2018 van de Kustwacht (TK 2009–2010, 32 123 X nr. 7) is vastgesteld dat de Kustwacht behoefte heeft aan een capaciteit van kleine vaartuigen voor het uitvoeren van kustwachttaken in ondiepe wateren en dicht onder de kust. In 2010 is het verwervingstraject voor deze aanschaf gestart. De Kustwacht verwacht in 2012 over vijf nieuwe kleine vaartuigen te kunnen beschikken. Deze toevoeging stelt de Kustwacht in staat om meer differentiatie aan te brengen in de inzet van de kleine vaartuigen, hetgeen de belasting van de superrhibs vermindert en de inzetbaarheid bevordert. Deze ontwikkeling zal nader worden toegelicht in het Jaarplan 2012 van de Kustwacht. Dit Jaarplan is thans in voorbereiding en zal u na goedkeuring in de Rijksministerraad (naar verwachting december) worden aangeboden.

Materieel en inzet van andere landen in de regio

Voor een inventarisatie bij andere landen in de regio die kustwachttaken uitvoeren van materieel dat vergelijkbaar is met de Superrhib, is gekeken naar de Verenigde Staten, Frankrijk, Trinidad en Tobago, Venezuela en Colombia.

Hieruit blijkt dat op de Verenigde Staten na, al deze landen gebruik maken van kleinere vaartuigen met minder inzetmogelijkheden en een kleinere actieradius.

De kustwacht van de Verenigde Staten beschikt over vergelijkbaar materieel. Door de grote omvang van deze organisatie wordt dit materieel voor minder taken ingezet, waardoor de belasting per vaartuig aanzienlijk lager is. Inzetbaarheidgegevens van deze landen zijn niet beschikbaar.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen

Naar boven