Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233000-V nr. 121

33 000 V Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2012

Nr. 121 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 december 2011

Zoals toegezegd aan uw Kamer in het Algemeen Overleg Iran op 9 november (Kamerstuk 33 000 V, nr. 116) en het VAO Iran op 10 november jl. (Handelingen II 2011/12, nr. 22, behandeling van het verslag van een algemeen overleg over Iran), stuur ik u hierbij een overzicht van activiteiten van Nederland gericht op bevordering van internetvrijheid in Iran, en mijn inzet voor de conferentie over internetvrijheid op 8–9 december a.s. in Den Haag.

Conform de toezegging aan uw Kamer en de motie Peters e.a. van 10 november jl. (ref. 33 000 V, nr. 18), heeft Nederland de Europese Commissie opgeroepen om een dual use-uitvoerverordening voor internetmonitoringtechnologieën en -diensten in te stellen. Met deze brief geef ik tevens uitvoering aan de motie Pechtold van dezelfde datum (ref. 33 000 V, nr. 17). Later in deze brief kom ik terug op de in die motie genoemde inzet van de regering t.a.v. noodinternet.

Inzet conferentie internetvrijheid 8–9 december 2011

Op 8–9 december a.s. ben ik gastheer van een ministeriële conferentie over internetvrijheid. Voor de conferentie heb ik mijn collega’s uitgenodigd uit die landen die de afgelopen jaren hebben laten blijken internetvrijheid in hun buitenlands beleid prioriteit te geven, zowel door hun bilaterale opstelling, als door projectsteun en het ondersteunen van verklaringen op dit gebied in multilaterale fora. De ministers van Buitenlandse Zaken van Estland, Ghana, Kenia, de Verenigde Staten en Zweden hebben bevestigd hierbij aanwezig te zijn. Eveneens zullen delegaties uit Brazilië, Canada, Duitsland, Finland, Indonesië, Japan, Mexico, Oostenrijk, Tsjechië, Uruguay en het VK deelnemen. Verschillende leden van de Staten-Generaal en het Europees Parlement zullen hier eveneens aan deelnemen.

Bij de bevordering van internetvrijheid is de betrokkenheid van alle belanghebbende partijen van essentieel belang. Daarom heb ik ook een veertigtal bedrijven, experts, Ngo’s, technische platforms, en internationale organisaties uitgenodigd. De conferentie zal via sociale mediakanalen (Facebook, Twitter) en via www.minbuza.nl in zijn geheel online kunnen worden gevolgd.

Mijn inzet voor de conferentie is om met genoemde landen een coalitie op te richten en om de volgende doelstellingen neer te leggen in een gezamenlijke verklaring:

  • Het delen van zoveel mogelijk informatie over schendingen van internetvrijheid wereldwijd, en het identificeren van concrete projecten en middelen om deze te bevorderen. De relevante thema-experts van deze landen zullen daartoe een aantal maal per jaar bij elkaar komen. Daarnaast zet Nederland in op een jaarlijkse bijeenkomst op politiek niveau om de stand van zaken rond internetvrijheid te bespreken.

  • Samenwerking, gericht op bevorderen van toegang tot internet voor individuele bloggers en andere mensen in landen met repressieve regimes. De huidige en toekomstige projectsteun van deze landen zal in de genoemde expertwerkgroep worden gecoördineerd.

  • Gezamenlijke activiteiten om internetvrijheid te bevorderen in de relevante internationale en regionale organisaties en in diplomatieke contacten met individuele landen ter bevordering van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging op internet.

  • Aanspreken van bedrijven die technologie en/of diensten leveren die kunnen worden misbruikt voor de schending van mensenrechten online.

  • Overleg over de mogelijkheden om – bijvoorbeeld in lijn met de Amerikaanse conceptwet ter bevordering van internetvrijheid (GOFA) – export van internetvrijheidbelemmerende technologie te blokkeren.

Bij de uitvoering van deze doelstellingen zal ik zoveel mogelijk belanghebbende partijen betrekken.

Nederlandse inzet ten aanzien van internetvrijheid in Iran

Dit kabinet heeft tot nu toe duidelijk ingezet op het bevorderen van internetvrijheid, met name in Iran. Dat gebeurde onder meer door bij te dragen aan het vergroten van servercapaciteit van organisaties in andere landen, waarmee Iraanse cyberdissidenten, mediaorganisaties en websites bescherming is geboden tegen aanvallen door en censuur van de Iraanse overheid. In 2011 werd daartoe circa € 1 miljoen uit het centrale Mensenrechtenfonds besteed aan projecten ter bevordering van internetvrijheid in Iran. In aanvulling daarop is circa € 2 miljoen besteed aan projecten ter bevordering van mediadiversiteit en de vrijheid van meningsuiting in Iran, waarvan internetvrijheid een belangrijk deel uitmaakt.

Het kabinet is voornemens de inzet ten aanzien van internetvrijheid verder uit te breiden. Een deel van de hierboven bedoelde projecten loopt door tot en met 2013. Daarnaast wil Nederland zich de komende jaren richten op training en technische ondersteuning van bloggers en activisten die zich op internetvrijheid richten, waarbij het deze mensen in staat stellen om veilig op het internet te opereren voorop staat. Totaal zal hieraan in de periode 2012 – 2015 een bedrag van € 4.9 miljoen uit het Mensenrechtenfonds worden besteed. Van deze projecten zal er één (waarmee € 1.5 miljoen is gemoeid) specifiek gericht zijn op Iran.

Steun voor noodinternet

Naast de bovengenoemde inzet zal Nederland samen met de VS een publiek-private Freedom online-faciliteit oprichten. Hiermee geef ik uitvoering aan de motie Pechtold van 10 november jl. (ref. 33 000 V, nr. 17). Het doel van deze faciliteit is om snelle ondersteuning te kunnen bieden aan bloggers en cyberactivisten in reactie op dreigingen voor internetvrijheid, en het beschikbaar maken van technologie en andere ondersteuning voor noodinternet in landen als Iran en Syrië. Ten aanzien van oplossingen voor noodinternet zullen projecten worden gesteund met de volgende doelstellingen:

  • Ontwikkeling van gedecentraliseerde, mobiele internetapplicaties die computers aan elkaar verbinden als onafhankelijk netwerk (mesh networks)

  • Ontwikkeling van onafhankelijke mobiele netwerken, dus buiten bestaande private partijen.

  • Bieden van internetverbindingen via satellieten in geval van volledig platleggen van het internet door kill switches.

Naast de reeds genoemde projecten gericht op internetvrijheid voor de periode 2012–2015 zal ik uit het Mensenrechtenfonds 2012 een bedrag van € 1 miljoen aan deze faciliteit ter beschikking stellen.

Zoals blijkt uit de geactualiseerde Mensenrechtenstrategie «Verantwoordelijk voor Vrijheid», is de bevordering van internetvrijheid wereldwijd, één van de prioriteiten van mijn mensenrechtenbeleid.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal