33 000 IV Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2012

H VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 20 april 2012

De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties1 heeft op 21 december 2011 een brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontvangen2, inzake de aan de Eerste Kamer toegezegde legislatieve terughoudendheid voor de BES-eilanden.3 Deze legislatieve terughoudendheid is toegezegd tijdens de plenaire behandeling van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) op 11 mei 2010 (T01157). In haar brief gaat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, vanuit haar regierol ten aanzien van de legislatieve terughoudendheid4, in op de wijze waarop deze terughoudendheid gedurende de eerste vijf jaren na het ingaan van de nieuwe staatkundige verhoudingen wordt gewaarborgd. Deze brief is bij diverse gelegenheden in commissieverband besproken, laatstelijk op 13 maart 2012.

Naar aanleiding daarvan heeft de commissie op 21 maart 2012 een brief gestuurd aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De minister heeft op 26 april 2012 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, Fred Bergman

BRIEF AAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Den Haag, 21 maart 2012

De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft op 21 december 2011 een brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontvangen5, inzake de aan de Eerste Kamer toegezegde legislatieve terughoudendheid voor de BES-ellanden.6 Deze legislatieve terughoudendheid is toegezegd tijdens de plenaire behandeling van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) op 11 mei 2010 (T01157). In haar brief gaat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, vanuit haar regierol ten aanzien van de legislatieve terughoudendheid4, in op de wijze waarop deze terughoudendheid gedurende de eerste vijf jaren na het ingaan van de nieuwe staatkundige verhoudingen wordt gewaarborgd. Deze brief is bij diverse gelegenheden in commissieverband besproken, laatstelijk op 13 maart jl.

De legislatieve rust gedurende vijf jaar heeft als doel om een periode van gewenning en rust te creëren voor de burgers en bestuurders van de BES-eilanden, nadat zij met het Ingaan van de nieuwe staatkundige verhoudingen zijn geconfronteerd met een grote hoeveelheid nieuwe regelgeving. Daarnaast biedt deze periode de mogelijkheid om eerst enige ervaring op te doen met nieuwe regelgeving alvorens over eventuele (nieuwe) wijzigingen na te denken.8

In bovengenoemde brief stelt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onder andere: «Verder moet in voorkomende gevallen de noodzaak om tot nieuwe of gewijzigde regelgeving te komen uitdrukkelijk worden gemotiveerd tegen de achtergrond van de legislatieve terughoudendheid. Dit is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor de bewindspersoon belast met het betreffende beleidsdossier.9

Ook schrijft zij (met een toespitsing op voorgenomen onderwijswetgeving): «In het kader van de legislatieve terughoudendheid wordt daarbij steeds de vraag gesteld of het in verband met de uitvoerbaarheid ven administratieve lasten mogelijk en/of nodig is om de nieuwe artikelen al in werking te laten treden of niet.10

Teneinde de toegezegde legislatieve terughoudendheid beter te kunnen monitoren, verzoekt de commissie u om een overzicht te doen toekomen van de (mede) op de BES-eilanden van toepassing zijnde wet- en regelgeving welke in voorbereiding is bij uw departement dan wel reeds aanhangig is bij de Staten-Generaal en een bijgewerkte versie van dit overzicht halfjaarlijks (begin september en begin januari) aan de Eerste Kamer te doen toekomen.

Naast de hoeveelheid nieuwe wet- en regelgeving, is het bestuurlijk en maatschappelijk effect van de wet- en regelgeving (waarvan wordt geoordeeld dat deze noodzakelijk is om tijdens de periode van legislatieve terughoudendheid in te voeren) mede bepalend voor de vraag of de voorgenomen periode van legislatieve rust en gewenning in acht wordt genomen. De commissie gaat ervan uit dat bij de voorgestelde wet- en regelgeving die (mede) van toepassing zal zijn op de BES-eilanden de noodzaak van regelgeving op dat moment door de verantwoordelijk bewindspersoon uitdrukkelijk wordt gemotiveerd en dat in dat kader ook zal worden ingegaan op de effecten van de maatregelen, zoals de uitvoerbaarheid van de maatregelen, de lasten die de maatregelen opleveren voor het bestuur van de eilanden en de impact van de maatregelen voor de burgers van de BES-eilanden. Alleen dan is voor de Eerste Kamerleden adequaat te beoordelen hoe de voorgestelde wet- en regelgeving zich verhoudt tot de toegezegde legislatieve terughoudendheid.

De leden van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties zien het departementale overzicht van voorgenomen en aanhangige wet- en regelgeving graag uiterlijk 2 mei 2012 tegemoet en kijken met belangstelling uit naar de uitvoerige motivering terzake in de memories van toelichting bij de afzonderlijke voorstellen tot wet- en regelgeving die (mede) van kracht zullen zijn op de BES-eilanden.

Een gelijkluidende brief is verzonden aan de collega-ministers.

De voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, M. Y. Linthorst

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 april 2012

U hebt mij per brief van 21 maart jl. verzocht om u een overzicht te doen toekomen van de (mede) op de BES-eilanden van toepassing zijnde wet- en regelgeving welke in voorbereiding is bij mijn departement dan wel aanhangig is bij de Staten-Generaal.

Hierbij treft u het door u verzochte overzicht11 aan. Ik merk het volgende op. Voor cultuur is gekozen om de landsverordeningen van de Nederlandse Antillen om te zetten in Nederlandse wetgeving (Archiefwet BES en Monumentenwet BES). De oude Televisielandsverordening is vervangen door een nieuwe Mediawet BES met een beperkte set basisregels. Destijds is gekozen om de onderwijswetgeving voor de drie eilanden zoveel mogelijk te schoeien op de leest van de onderwijswetgeving in Europees Nederland. Een belangrijke aanleiding hiervoor waren de bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs in 2008, die aangaven dat onder het toenmalig wettelijk regime van het Land Nederlandse Antillen de kwaliteit van het onderwijs ernstig in gebreke bleef. De gemaakte keuze impliceert dat bij wijzigingen van wetgeving in Europees Nederland in alle gevallen moet worden overwogen of deze wijziging ook moet gelden voor de BES-eilanden en zo ja, op welke termijn dat het geval zal zijn. Daarmee wordt de positie van de BES-eilanden dus een integraal onderdeel van de beleidsafweging van mijn ministerie.

De met de legislatieve terughoudendheid beoogde periode van gewenning en rust wordt mede ingevuld door de beslissingen over de termijn van inwerkingtreding. Uiteraard zullen voornemens tot wetswijziging of nieuwe wetgeving worden besproken met de betrokkenen op de eilanden, waaronder in ieder geval de schoolbesturen voor zover het onderwijswetgeving betreft.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart


X Noot
1

Samenstelling: Holdijk (SGP), Linthorst (PvdA) (voorzitter), Terpstra (CDA), Slagter-Roukema (SP), Engels (D66), Nagel (50PLUS), Van Bijsterveld (CDA), Van Kappen (VVD), Koffeman (PvdD), Quik-Schuijt (SP), Th. de Graaf (D66) (vice-voorzitter), Ganzevoort (GL), De Lange (OSF), Koole (PvdA), Schrijver (PvdA), Sörensen (PVV), Reynaers (PVV), Van Dijk (PVV), Ester (CU), De Grave (VVD), Beckers (VVD) en Swagerman (VVD).

X Noot
2

Kamerstukken I, 2011–2012, 33 000 VII, C.

X Noot
3

Toezegging T01157, te vinden via www.eerstekamer.nl.

X Noot
4

Kamerstukken I, 2009–2010, 31 954, C, p. 3–4.

X Noot
5

Kamerstukken I, 2011–2012, 33 000 VII, C.

X Noot
6

Toezegging T01157, te vinden via www.eerstekamer.nl.

X Noot
8

Kamerstukken I, 2011–2012, 33 000 VII, C, p. 1.

X Noot
9

Kamerstukken I, 2011–2 012, 33 000 VII, C, p. 2.

X Noot
10

Kamerstukken I, 2011–2012, 33 000 VII, p. 2.

X Noot
11

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 149790.09.

Naar boven