Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2015
Door middel van deze brief doe ik u, mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst,
een reactie toekomen op het verzoek van het lid Van Toorenburg (CDA) om te reageren
op berichten uit de media dat «het gerechtshof in Leeuwarden toch banen gaat verliezen»
(Handelingen II 2014/15, nr. 63, item 6). Hieronder geef ik u de reactie.
Verkenningen gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het bestuur van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voert op dit moment verkenningen
uit naar de toekomstige huisvestingsbehoefte van de organisatieonderdelen van het
gerechtshof. Het is evident dat dergelijke verkenningen zorgvuldig ter hand dienen
te worden genomen. Mogelijke wijzigingen in de huisvesting van het hof kunnen in de
eerste plaats – soms ingrijpende – gevolgen hebben voor zijn medewerkers. Daarnaast
kunnen er gevolgen zijn voor de regionale werkgelegenheid. Het gerechtsbestuur heeft
nog geen besluit genomen en bespreekt eerst vier mogelijke scenario’s met omgevingspartners
en met het eigen personeel. De scenario’s variëren van geen verandering ten opzichte
van de huidige situatie tot het concentreren van de kantoorfunctie van het gerechtshof
op één locatie. In drie van de vier scenario’s is er sprake van verplaatsing van arbeidsplaatsen
binnen het werkgebied van het hof; er zullen dus geen arbeidsplaatsen bij het gerechtshof
verloren gaan. De Raad voor de rechtspraak (hierna: Raad) heeft mij laten weten dat
twee scenario’s uitgaan van een verplaatsing van 54 arbeidsplaatsen uit de zittingsplaats
Leeuwarden. Een ander scenario gaat uit van verplaatsing van alle arbeidsplaatsen
uit de zittingsplaats Leeuwarden naar de zittingsplaats Zwolle. Eén scenario brengt
geen wijziging in het aantal arbeidsplaatsen in Leeuwarden.
Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer in de beantwoording van schriftelijke vragen over
een inmiddels ingetrokken voornemen van het gerechtsbestuur van de rechtbank Noord-Nederland
om de kantoorfunctie van die rechtbank op termijn in Groningen te concentreren1, medegedeeld dat de Raad op dit moment in gesprek is met gerechtsbesturen over de
wijze waarop de kwaliteit van rechtspraak verder kan worden bevorderd en hoe de kantoorfunctie
van gerechten daar in past. De verkenningen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
passen in dit kader. De Raad informeert mij binnenkort over zijn bevindingen naar
aanleiding van het overleg met gerechtsbesturen en eigen onderzoek.
Afstemming mogelijke werkgelegenheidseffecten
De rechterlijke organisatie past zich voortdurend aan de behoeften van de samenleving
aan. De huisvestingsbehoefte verandert met de organisatieontwikkelingen mee en is
per definitie geen statisch gegeven. Ik ben mij ervan bewust dat organisatieveranderingen
van Rijksdiensten, en ook van de Rechtspraak, gevolgen kunnen hebben voor de regionale
werkgelegenheid.
Uw Kamer heeft de regering gevraagd om bij de komende afslanking vanaf 2016 de coördinatie
al op voorhand op zich te nemen en aan de betreffende Rijksdiensten een inspanningsverplichting
mee te geven dat de provincies Friesland, Drenthe, Limburg en Zeeland bij deze nieuwe
operatie per saldo niet meer dan gemiddeld werkgelegenheid mogen verliezen (motie-De
Vries).2 De Minister voor Wonen en Rijksdienst geeft uitvoering aan deze coördinerende taak.
Indien er op enig moment sprake zou zijn van een verandering in de huisvestingsbehoefte
van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die raakt aan de strekking van de motie-De
Vries, dan zal ik de Minister voor Wonen en Rijksdienst hierover informeren. In onderling
overleg kan worden bezien of negatieve effecten op de werkgelegenheid in Friesland
op alternatieve wijze kunnen worden gecompenseerd. Bij de oplossingsrichting kan de
Minister voor Wonen en Rijksdienst andere Rijksdiensten betrekken.
Tot slot verwijs ik u nog naar de beantwoording van de schriftelijke vragen van het
lid Segers (ChristenUnie) over het bericht dat justitiebanen wegvloeien uit Leeuwarden
(Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 1803), de schriftelijke vragen van de leden Recourt en Jacobi (beiden PvdA), mede aan
de Minister voor Wonen en Rijksdienst, over het verlies van banen bij het gerechtshof
in Leeuwarden (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 1804), de schriftelijk vragen van de leden Van Oosten en Aukje de Vries (beiden VVD) over
het bericht dat justitiebanen verdwijnen in Leeuwarden en dat uitholling dreigt voor
het Leeuwarder Gerechtshof (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 1801) en de schriftelijke vragen van de leden Recourt, Albert de Vries en Çegerek (allen
PvdA), mede aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst, over het verlies van banen
bij het gerechtshof in Arnhem (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 1802), die ik gelijktijdig met deze brief aan uw Kamer verzend.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur