Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032852 nr. 95

32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid

Nr. 95 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 oktober 2019

De sociale en ecologische voetafdruk van de textielindustrie is zowel in de productie- als afvalfase groot. Een transitie naar een duurzame en circulaire textielketen is noodzakelijk en biedt uitkomst. In het Algemeen Overleg Circulaire Economie van 11 april jl. heb ik aangekondigd u aan het einde van dit jaar te informeren over het Beleidsprogramma Circulair Textiel. Veel onderwerpen die eerder in de gesprekken met uw Kamer aan de orde zijn geweest, krijgen hierin een plek. Ook mijn reactie op de recente «brandbrief» van de Vereniging Herwinning Textiel (VHT) die aangeeft dat er een kwaliteitsafname is in ingezameld textiel, zal ik hierin meenemen. Vooruitlopend op het beleidsplan van eind dit jaar hecht ik eraan u alvast te informeren over de acties die op dit moment lopen op het gebied van kleding en textiel.

Context

De textielketen wordt getekend door een sterk internationale productketen met weinig transparantie over materialen en arbeidsomstandigheden in productielanden, door een omvangrijk water- en energiegebruik bij de productie van textiel juist waar hier toenemende tekorten zichtbaar worden, en een afnemende kwaliteit van op de markt gebrachte kleding en een steeds snellere omloop van collecties in winkels. Bovendien neemt de vraag vanuit het buitenland naar secundair textiel af en neemt het aanbod van afgedankt textiel dat in toenemende mate niet meer herdraagbaar is, toe. Consumenten zijn zich veelal niet bewust van het effect van hun aankoopgedrag op het systeem van de textielketen en de gevolgen voor de sociale en ecologische omstandigheden in zowel productielanden als hier in Nederland.

De textielketen in Nederland biedt kansen voor alle actoren in de keten. Nederland is een innovatief land, waar bedrijven in de waardeketen elkaar gemakkelijk vinden, waar bedrijven, overheden en NGO’s in partnerschap samenwerken. Nieuwe bedrijvigheid kan ontstaan door de opzet van circulaire ambachtcentra, regionale sorteercentra en recyclingbedrijven voor textiel. Er zijn vier regionale innovatie hubs in Nederland (Tilburg, Twente, Amsterdam en Arnhem) waar veel bedrijvigheid in kleding en textiel plaatsvindt en waar veelbelovende circulaire initiatieven worden ondernomen, actief ondersteund door provinciale en regionale overheden. Ook de rijksoverheid kan hier een stimulerende rol in spelen, zoals via het circulair inkoopbeleid. Tegelijkertijd is het voor succesvolle doorbraakprojecten in de kleding- en textielketen van belang dat de verbinding tussen die hubs versterkt wordt. Verder moeten er in elke fase van de keten nog grote stappen worden gezet om de textielketen te kunnen sluiten: bij het ontwerp, tijdens het gebruik, in de afval- en recycling fase en bij de toepassing van gerecyclede stoffen in nieuwe kleding en textiel.

Om dit mogelijk te maken is het noodzakelijk dat het Rijk de juiste kaders stelt, publiek-private innovaties stimuleert en het consumentenbewustzijn over de eigen mogelijkheden om bij te dragen aan een circulaire textielketen vergroot.

Het Beleidsprogramma Circulair Textiel dat ik eind 2019 aan uw Kamer zal aanbieden, zal concrete doelen bevatten en richtinggevend zijn. De keten van bedrijfskleding is veelal gesloten en deze stroom loopt in de transitie voor op de gewenste transitie in de consumententextiel. In het beleidsprogramma wordt hiermee rekening gehouden.

Het beleidsprogramma zal een overzicht geven van de kaders die ik voor de toekomst van kleding en textiel wil stellen, en zal tevens interventies bevatten die innovatie, ketensamenwerking en duurzaam consumentengedrag bevorderen. In dit kader zullen ook enkele onderzoeken worden uitgevoerd, die mogelijk tot verdere interventies gaan leiden.

Voor nu geef ik u graag een overzicht van al lopende acties.

Kaders

Doelen stellen

Ik heb de brancheorganisaties van kleding en textiel (Modint, InRetail en VGT) verzocht om een sectorplan te ontwikkelen, waarin zij ambitieuze doelen en acties formuleren hoe de textielkringloop kan worden gesloten en hoe zij hun producentenverantwoordelijkheid willen vormgeven. De branches zijn na een voorzichtig begin op gang gekomen met het overleggen met hun achterban en het betrekken van diverse stakeholders en hebben mij op 7 oktober het sectorplan aangeboden. Mijn reactie op het sectorplan zal ik verwerken in het Beleidsprogramma. Hierin zal ik in ieder geval ook aangeven hoe de producentenverantwoordelijkheid wordt vormgegeven.

Meten

Op het moment dat er concrete doelen worden gesteld in het beleidsprogramma, is het belangrijk om de resultaten te kunnen meten en tijdig bij te kunnen sturen als dat nodig is. Er zijn op dit moment weinig data bekend over de omvang van de textielstromen en de beschikbare informatie is gedateerd. Om die reden wordt op korte termijn een nulmeting uitgezet om een actueel en coherent beeld te krijgen van de hele textielketen (o.a. de hoeveelheid kleding die geïmporteerd wordt, de productie in Nederland, de afgedankte stromen kleding en textiel, de materiaalsoorten, etc.).

Aansluitend wordt een monitoringsysteem voor kleding en textiel ontwikkeld waarmee in ieder geval een EPR-systeem kan worden gemonitord. Het monitoringsysteem voor kleding en textiel wordt in afstemming met de monitoring van het CE-programma vormgegeven.

Interventies in fase van ontwerp en productie

Onderzoek «Fast Fashion»

Kleding is steeds meer een wegwerpartikel geworden. De hoeveelheid en omloopsnelheid van geproduceerd textiel neemt toe, terwijl de kwaliteit en de gebruiksduur en -intensiteit afneemt. Dit fenomeen, ook wel «fast fashion» genoemd, zorgt voor een grote negatieve milieu-impact en leidt tot een hogere druk op zowel het verdienmodel van retailers als op de verwerking van afgedankte kleding. Het is zaak om de grootte van het probleem, de onderliggende oorzaken en een mogelijke aanpak in kaart te brengen. Dit is dan ook de reden dat ik conform de motie van de leden Dik-Faber en Van Eijs1 een onderzoek heb uitgezet naar «fast fashion». De resultaten van dit onderzoek verwacht ik eind dit jaar.

Onderzoek Kleding labels

Door het gebruik van de innovatieve Fibresort sorteermachine is aan het licht gekomen dat de weergave van de samenstelling van de grondstoffen op kleding labels vaak niet klopt. De leden Dik-Faber en Van Eijs hebben een motie ingediend2 waarin zij veronderstellen dat dit problemen oplevert voor de recycling van textiel en mij verzocht hebben dit probleem aan te pakken door met de branches in gesprek te gaan.

Er is op dit moment nog weinig inzicht in (de grootte van) deze problematiek en het is de vraag voor wie in de keten dit problemen oplevert. Eerste steekproeven met de Fibresort lijken erop te duiden dat een substantieel deel van de kleding labels inderdaad niet klopt. Een uitgebreid onderzoek wordt op dit moment uitgevoerd. Naar verwachting zijn de resultaten van het onderzoek op tijd bekend zodat in het Beleidsprogramma Circulair Textiel hierop kan worden ingegaan.

Interventies in de afdankfase

Inzameling en sortering

De inzameling en sortering van kleding en textiel is van oudsher opgepakt door «goede doelen» acties, waarmee middelen werden verkregen om sociale projecten in binnen- en buitenland te financieren. Door het hoge rendement van de verkoop van tweedehands (herbruikbaar) kleding en textiel boden deze goede doelen acties tegen elkaar op in het verkrijgen van gemeentelijke aanbestedingen voor de inzameling van kleding en textiel. Inmiddels is het rendement sterk teruggelopen door afnemende belangstelling uit het buitenland voor de tweedehands kleding en textiel alsmede de toegenomen vervuiling en laagwaardige kwaliteit ervan. Tegelijkertijd blijken gemeenten gewend geraakt aan de inkomsten van de inzameling van kleding en textiel. Dit wordt ook wel aangeduid als de «weeffout» in de inzameling en verwerking van afgedankte kleding en textiel. Uw kamer heeft bij monde van het lid Dik-Faber hierover vragen gesteld. Ook heb ik hierover een brief ontvangen van de Vereniging Hergebruik Textiel (VHT). Ik zal in het Beleidsprogramma nader op deze problematiek ingaan.

Interventies ter bevordering van ketensamenwerking en innovatie

Icoonproject Dutch Circular Textile Valley

In het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie wordt bij de prioriteit Consumptiegoederen het icoonproject Dutch Circular Textile Valley (DCTV) genoemd als middel om de sortering, mechanische en chemische recycling en de toepassing van circulair textiel te versnellen. Daarbij wordt expertise op het gebied van textiel in vier verschillende regio’s (hubs) in Nederland gebundeld en wordt de realisatie van innovatieve projecten gericht aangejaagd. Inmiddels is in dit kader een versnellingsteam samengesteld vanuit verschillende organisaties met diverse expertises met als doel het textielnetwerk te versterken door ketensamenwerking tussen private en publieke partijen in en tussen de hubs te bevorderen en innovaties te versnellen. De hiertoe opgerichte stichting heb ik een startsubsidie toegekend. Het doel van de DCTV is dat resultaatgericht wordt gewerkt aan nieuwe business cases om die op de markt te krijgen, van startups tot opschalingsprojecten, gericht op het sluiten van de keten met als effect dat de CO2-uitstoot in Nederland verlaagd wordt. De aanpak met een versnellingsteam is één van de eerste voorbeelden van het Versnellingshuis. Zowel de aanbod- als de afnemerszijde zijn betrokken bij de initiatieven die het versnellingsteam realiseert. De DCTV zal het komende jaar 6–8 projecten oppakken om te versnellen.

Interventies in de fase van toepassing van recyclaat

In 2018 heb ik samen met premier Mark Rutte Denim City bezocht in Amsterdam. Daar werd ik geïnspireerd door de creativiteit en innovatiekracht van de denim sector in Nederland. Ik heb hen vervolgens uitgedaagd om – vooruitlopend op de gehele kleding en textielsector – de handschoen op te pakken en te komen tot opschaling van «post-consumer gerecyclede denim» in nieuwe denim producten. Het streven is om in het voorjaar van 2020 met de relevante ketenpartijen te komen tot een «Denim Deal» waarin een minimumpercentage gerecyclede content in denim kleding wordt afgesproken.

Consumentengedrag

Consumentenbewustwording en gedragsverandering zijn belangrijke thema’s in de transitie naar een duurzame en circulaire textielketen. Immers, ook de consument heeft een verantwoordelijkheid in deze en heeft de mogelijkheid in zijn of haar aankoopgedrag andere, duurzame keuzes te maken. Met de campagne «Love your Clothes» van Milieu Centraal werk ik aan het vergroten van consumentenbewustzijn. Ook steun ik de Dutch Sustainable Fashion Week (DSFW) in haar missie om de bewustwording van consumenten over duurzame mode te vergroten. Daarnaast zal ik naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek naar «Fast Fashion» bezien hoe verder kan worden ingezet op het verduurzamen van het consumentengedrag met betrekking tot het gebruik van kleding en textiel.

Europees en Internationaal

De textielketen vereist bij uitstek een internationale aanpak. Een coherente Europese strategie, bilaterale samenwerkingen en betrokkenheid van productielanden is cruciaal voor de transitie. Ondanks het feit dat internationale ontwikkelingen op het gebied van circulair textiel nog in de kinderschoenen staan, is er volop beweging.

De nieuwe Europese Commissie komt naar alle waarschijnlijkheid met een Europese textielstrategie in 2020/2021. Daarin zal meer aandacht zijn voor hergebruik en recycling van kleding en mogelijk worden in dat kader richtlijnen ontwikkeld voor de implementatie van systemen van uitgebreide productenverantwoordelijkheid voor kleding en textiel en de mogelijkheden om hierin een koppeling te maken met internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). Op 14 mei jl. (Handelingen II 2019/20, nr. 81, item 14) heeft de Kamer met de motie van de leden Van Eijs en Dik-Faber3 mij verzocht de mogelijkheden voor een duurzaamheidskenmerk voor textiel te onderzoeken. Dit punt heb ik in het kader van het vergroten van de transparantie geagendeerd bij de Europese Commissie. In het beleidsprogramma zal ik verder ingaan op de internationale inspanningen vanuit Nederland.

Tenslotte wil ik niet onvermeld laten, dat het kabinet een bedrag van € 80 miljoen extra beschikbaar heeft gesteld voor de circulaire economie in 2019 en 2020. Daarmee krijgen bedrijfsleven en decentrale overheden de kans om projecten aan te dragen die passen in de transitie naar een klimaat neutrale en circulaire economie en die concreet een bijdrage leveren aan de CO2-reductieopgave. Ook verschillende ketenpartijen die werken aan de opschaling van textielrecycling kunnen hier een beroep op doen.4

Tot zover het overzicht van lopende acties voor dit moment. Tegen het einde van dit jaar zal ik u het Beleidsprogramma Circulair Textiel doen toekomen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer