Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632849 nr. 65

32 849 Mijnbouw

Nr. 65 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 maart 2016

In het plenaire debat over mijnbouw van 2 maart jl. (Handelingen II 2015/16, nr. 59, Mijnbouw) heeft het lid Van Tongeren (GroenLinks) een vraag gesteld over het gebruik van dieselolie bij de voorgenomen winning van zout onder de Waddenzee. Ik heb toen aangegeven dat bij deze voorgenomen diepe zoutwinning geen gebruik wordt gemaakt van dieselolie. Tot mijn spijt is mij inmiddels gebleken dat deze informatie niet correct was. Ook bij diepe zoutwinning wordt uit veiligheidsoverwegingen dieselolie in de caverne gebracht. Deze dieselolie drijft op het water dat in de caverne aanwezig is en zorgt ervoor dat de carnallietlaag (bestaande uit kalium/magnesiumchloride), die zich boven de caverne bevindt, niet wordt aangetast door het zoete water dat voor het oplossingsproces van steenzout (natriumchloride) in de caverne wordt gebracht. Na beëindiging van de zoutwinning wordt de olie weer uit de caverne verwijderd. In de «Passende beoordeling zoutwinning onder de Waddenzee», die ten grondslag ligt aan de vergunningverlening voor de zoutwinning in het kader van de Natuurbeschermingswet, is de toepassing van dieselolie in het zoutwinningsproces beschreven.

Tijdens het debat heeft het lid Van Tongeren ook een motie ingediend waarmee de regering wordt verzocht om onderzoek te laten doen naar veilig gebruik van zoutcavernes, en daarbij de risico’s van dieselgebruik in de Waddenzee en het oplossen van wanden van zoutcavernes mee te nemen (Kamerstuk 32 849, nr. 49). Op basis van de informatie die ik op dat moment had, heb ik deze motie ontraden. Nu is gebleken dat deze informatie niet correct was, zal ik mij op korte termijn nader over de techniek van deze zoutwinning informeren en uw Kamer vervolgens opnieuw adviseren met betrekking tot de motie van het lid Van Tongeren. Ik hoop dat de motie tot dan kan worden aangehouden.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp