Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032849 nr. 190

32 849 Mijnbouw

Nr. 190 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 september 2019

Op 5 september 2019 heeft het nieuwsprogramma EenVandaag aandacht besteed aan «Oude gasputten lekken giftige stoffen in bodem en drinkwater»1. Op 6 september 2019 heeft uw Kamer mij verzocht om te reageren op deze berichtgeving. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

Bodemverontreinigingen bij mijnbouwinstallaties

In de berichtgeving wordt melding gemaakt van de verontreinigde NAM- gaswinningslocatie Wanneperveen-1, nabij het Nationaal Park Weerribben-Wieden. In tegenstelling tot wat in de berichtgeving staat gaat het hier om een bodemverontreiniging die tijdens het boren of produceren van gas is ontstaan als gevolg van bovengrondse lekkages. Het gaat dus niet om een ondergrondse lekkage als gevolg van een lekkende put.

In mijn brief van 18 juni 2018 aan uw Kamer2 ben ik ingegaan op bodemverontreinigingen bij mijnbouwinstallaties, het toezicht daarop, de saneringen, en de Wet bodembescherming (Wbb). Volgens de Wbb zijn bodemverontreinigingen die voor 1 januari 1987 zijn ontstaan zogenoemde historische verontreinigingen, waarvoor het bevoegd gezag niet bij het ministerie ligt. De bodemverontreiniging bij Wanneperveen-1 is een zogenoemde historische verontreiniging. De provincie Overijssel is hierbij het bevoegd gezag. Een historische verontreiniging hoeft volgens de Wbb niet direct te worden opgeruimd. Verontreinigingen die na 1 januari 1987 zijn ontstaan, dienen doorgaans direct opgeruimd te worden door mijnbouwondernemingen.

Zoals aangegeven is de verontreiniging bij Wanneperveen-1 niet veroorzaakt door een ondergrondse maar door een bovengrondse lekkage. In mijn brief van 21 december 20183 heb ik uw Kamer geïnformeerd dat in dit geval sprake is van een bodemverontreiniging waarbij geen onaanvaardbare risico’s spelen voor mens en milieu en voor verspreiding van de verontreiniging. De bodemverontreiniging bij Wanneperveen-1 is daarom niet spoedeisend op grond van de Wbb. Vanwege de zorgen die leven ten aanzien van deze mijnbouwlocatie, heb ik NAM echter gevraagd en ook bereid gevonden om versneld een deelsanering van deze locatie uit te voeren. NAM heeft hierover overleg gevoerd met het de provincie Overijssel. De deelsanering zal op korte termijn uitgevoerd worden.

Stand van zaken toezicht en onderzoek integriteit gas- en olieputten

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt toezicht op de integriteit van gas- en olieputten. Alle olie- en gasputten moeten integer zijn. Het toezicht begint al bij aanleg van de put waar inspecteurs van SodM de werkprogramma’s toetsen aan wetgeving en industriestandaarden. Gedurende de levenscyclus van de put worden de putten getoetst op integriteit door middel van inspecties en wederom door toetsingen van werkprogramma’s voor het onderhoud. Als blijkt dat er een gebrek in een put is ontstaan, dan moet het mijnbouwbedrijf dit repareren. Alle niet meer in gebruik zijnde putten moeten worden afgesloten. De werkprogramma’s voor afsluiting worden ook door inspecteurs van SodM getoetst. Na afsluiting worden de putten gedurende drie maanden gemonitord om zeker te zijn dat de afsluiting integer is. Daarnaast wordt de grond rondom een put bemonsterd, indien nodig gesaneerd en vervolgens voorzien van een schoongrondverklaring.

SodM heeft de afgelopen jaren een inspectieprogramma uitgevoerd waarbij alle mijnbouwbedrijven zijn getoetst op de beheersing van putintegriteit van olie- en gasputten op land en op zee, op geothermieputten en op zoutputten. In januari 2019 publiceerde SodM in dit kader het rapport «De integriteit van onshore putten in Nederland»4. De conclusie van het rapport is dat SodM nadrukkelijker toe gaat zien dat het relatief grote aantal gebreken aan gasputten en putten voor ondergrondse opslag vermindert. Een gebrek wil overigens niet altijd zeggen dat er een lek is, omdat de putten zo ontworpen zijn dat er altijd twee barrières zijn waardoor het risico op lekkage beheerst wordt. In het geval dat toch een lekkage optreedt, zal SodM passende maatregelen nemen.

SodM heeft verder opdracht gegeven voor onderzoek naar de lange termijn effecten en risico’s van verlaten olie- en gasputten op land. Als onderdeel hiervan heeft SodM bij 185 verlaten putten luchtmetingen uitgevoerd. Bij dit onderzoek is geen aardgaslekkage uit putten aangetroffen.

De Universiteit van Utrecht heeft bij een verlaten gasput in Monster wel een gasconcentratie in de bodem gemeten. Op 6 februari 20195 en op 22 mei 20196 heb ik uw Kamer geïnformeerd over deze lekke verlaten gasput in Monster. Tot nu toe is dit de enige situatie waarbij een aardgaslekkage bij een verlaten put is geconstateerd. Tijdens de reparatie is gebleken dat het om een geringe lekkage ging (ca 0,04 m3 gas per dag; hetgeen op jaarbasis overeenkomt met 1% van het gemiddelde gasverbruik van 1 huishouden per jaar), waarvan in de lucht erboven niets werd gemeten. Een sanering van de bodem was niet nodig, omdat er geen bodemverontreinigingen zijn aangetroffen. Op dit moment zijn bij mij geen bodemverontreinigingen in Nederland bekend die veroorzaakt zijn door lekkage van olie- en gasputten.

Ik vind het belangrijk dat er beter zicht komt in de langetermijneffecten en -risico’s van verlaten putten. SodM heeft onder andere opdracht gegeven voor meerdere onderzoeken waarbij zowel nationale als internationale gegevens worden bestudeerd. SodM werkt daarbij nauw samen met het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM), TNO en RIVM. De resultaten van deze onderzoeken worden naar verwachting in 2021 gepubliceerd.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes