Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2026
Voorrang voor statushouders bij sociale huur knelt steeds meer, omdat andere woningzoekenden
te lang op een wachtlijst staan. Het kabinet gaat hier wat aan doen langs drie routes:
minder instroom, meer nieuwbouw en alternatieve huisvesting tussen COA-locaties en
een reguliere woning. Zodra deze alternatieve huisvesting er in voldoende mate is,
zal de mogelijkheid van voorrang voor statushouders in sociale huurwoningen niet langer
wettelijk mogelijk zijn. In het coalitieakkoord is afgesproken dat we, zolang er geen
goed alternatief is om statushouders te huisvesten, het beleid op dit punt aan gemeenten
zelf laten. Ondertussen bereid ik een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel voor dat de
voorrang in sociale huurwoningen niet langer mogelijk maakt. Het huidige wetsvoorstel
dat nu klaarligt in de Tweede Kamer, trek ik daarmee in. Ik neem regie om tot oplossingen
te komen en invulling te geven aan de afspraken uit het coalitieakkoord. Ik ga langs
twee sporen verder.
Met gemeenten en andere maatschappelijke partners ga ik aan de slag met de uitwerking
van een convenant, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord. Hierin maak ik afspraken
over het snel ontwikkelen van flexibele locaties voor tijdelijke woningen waar statushouders,
Oekraïners en andere woningzoekenden die tijdelijke huisvesting nodig hebben, terechtkunnen
als alternatief voor het gebruik van sociale huurwoningen. Daarbij sluit ik aan bij
succesvolle initiatieven in het land die we kunnen opschalen. Zo zijn verschillende
gemeenten al aan de slag met alternatieve huisvesting, zoals flexwoningen. Ook woningdelen
kan een oplossing zijn. Hierdoor zijn minder woningen nodig voor huisvesting van statushouders,
wat de wachttijd voor sociale huurwoningen vermindert. Ik heb een aanjaagteam aangesteld
dat deze goede voorbeelden in kaart brengt en gemeenten helpt als de huisvesting nog
moeizaam verloopt. Ik wil duidelijke afspraken maken met medeoverheden en corporaties
over hoe we deze verschillende vormen van alternatieve huisvesting kunnen opschalen
en de concrete aantallen die moeten worden gerealiseerd. Deze afspraken moeten zo
snel mogelijk leiden tot oplossingen voor de huisvesting van statushouders en bijdragen
aan meer woonruimten voor andere woningzoekenden.
In samenwerking met gemeenten en andere maatschappelijke partners werk ik een nieuw,
uitvoerbaar wetsvoorstel uit waarbij tegemoet gekomen wordt aan de reacties van de
Raad van State, gemeenten en andere betrokken partijen over de uitvoerbaarheid van
het eerdere wetsvoorstel voor verbod op voorrang statushouders. Daarmee kunnen we
de druk op de sociale woningvoorraad verminderen, met alternatieven voor statushouders
en voldoende uitstroom uit de asielopvang.
Mijn doel is om voor de zomer een concept convenant klaar te hebben. In de Ministeriële
Taskforce Asiel en Migratie (TAenM) is dit een belangrijke actielijn. Daarmee is geborgd
dat we hier gezamenlijk en met volle inzet mee aan de slag gaan. De wettelijke verankering
van deze afspraken volgt in het wetsvoorstel. Ik start de voorbereidingen van het
vervangende wetsvoorstel en zal deze dit jaar nog in internetconsultatie doen.
Tot slot blijf ik mij als Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onverminderd
inzetten voor het realiseren van 100.000 woningen per jaar. Dat doe ik door meer woningen toe te voegen, door nieuwbouw, het
beter benutten van de bestaande bouw en alternatieve huisvestingsmogelijkheden.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O’Sullivan