Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232824 nr. 5

32 824 Integratiebeleid

Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 mei 2012

In relatie tot uw brief van 17 april 2012 met het verzoek van Tweede Kamerlid Van Klaveren (PVV), zoals vastgelegd in het stenografisch verslag van het ordedebat van 17 april 2012, stuur ik u hierbij mijn reactie.

De PVV, met steun van de VVD, verzoekt de minister van Immigratie, Integratie en Asiel om een brief over de brede consequenties van de toename van het aantal mensen van allochtone herkomst in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.

Reactie

Uit het Jaarrapport Integratie 2011 (Kamerstuk 32 824, nr. 2) blijkt dat in Nederland ongeveer 20% van de bevolking van allochtone herkomst is. Het gaat hierbij om 1,5 miljoen mensen (9%) van westerse en 1,9 miljoen mensen (11%) van niet-westerse afkomst. De niet-westerse groep bestaat uit bijna 1,1 miljoen mensen van de eerste generatie en 830 000 mensen van de tweede generatie.1 Arbeidsmigranten uit de Europese Unie, zoals bijvoorbeeld uit Midden- en Oost-Europa, maken onderdeel uit van de groep westerse allochtonen.

De bevolkingssamenstelling over het jaar 2011 voor de vier grote steden Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Utrecht staat in onderstaande tabel2.

Gemeente

Totale bevolking

Autochtoon relatief

Allochtoon relatief

Rotterdam

610 386

52,3%

47,7%

Den Haag

495 803

51,3%

48,7%

Amsterdam

779 808

49,7%

50,3%

Utrecht

311 367

68,1%

31,9%

De toename van het aandeel allochtonen in de grote steden heeft vooral te maken met de tweede generatie. Het gaat hier om kinderen van nieuwe Nederlanders. Dit heeft te maken met de leeftijdsopbouw van de tweede generatie. Deze groep is relatief jong. Vaak gaat het hier om burgers met een Nederlandse nationaliteit. De laatste tien jaar zijn Nederlanders van niet-westerse afkomst steeds meer naar de randgemeenten om de steden heen getrokken. Deze ontwikkeling zet zich waarschijnlijk de komende jaren voort.

De Nederlandse samenleving is open en pluriform en wordt gevormd door mensen met allerlei verschillende achtergronden. In deze diverse samenleving is het van belang om te werken aan maatschappelijke samenhang en een gemeenschappelijke basis. Voor deze sociale samenhang draagt iedere burger verantwoordelijkheid. Uitgangspunt is de toekomst van mensen en niet zozeer hun afkomst of achtergrond.

Het Jaarrapport Integratie 2011 geeft aan dat jonge mensen het beter doen dan hun ouders en grootouders als het gaat om participatie, bijvoorbeeld in het onderwijs. Ook zijn er hardnekkige problemen op het gebied van integratie die niet van de ene dag op de andere verdwijnen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid of taalachterstand.

Inzet van beleid is aan de ene kant het beperken van de instroom van kansarme migranten. Aan de andere kant gaat het om het verbeteren van de integratie door actief deel te nemen aan de samenleving. Het behalen van kwalificaties via onderwijs en het deelnemen aan de arbeidsmarkt zijn hierbij essentieel. Leidraad hierbij is de eigen verantwoordelijkheid van migranten.

Ook gaat het hier om eerlijke kansen. Eerlijke kansen om mee te doen aan de samenleving. Waarbij de statistische indeling, autochtoon of allochtoon, niet voor belemmeringen mag zorgen om te kunnen participeren. Het gaat er om wat mensen kunnen en wie ze zijn.

De minister van Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers


X Noot
1

Jaarrapport Integratie 2011 (SCP, Den Haag).

X Noot
2

CBS Statline, 7 mei 2012.