Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232815 nr. 74

32 815 Wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden

Nr. 74 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2011

Het lid Spekman heeft mij gevraagd om een nadere reactie op het begrip «overige voorwaarden» zoals verwoord in mijn brief aan uw Kamer d.d. 10 oktober 2011, kamerstuk 32 815, nr. 69.

De tijdelijke regeling heeft tot doel de belanghebbenden tegemoet te komen bij het aan de gemeente aannemelijk maken dat er binnen het gezin door gezinsleden voor ten minste tien AWBZ-geïndiceerde uren per week mantelzorg wordt verleend.

De tijdelijke regeling ziet op een overgangssituatie, die geldt zolang het Centraal indicatieorgaan zorg (CIZ) nog niet aan de klant de gegevens kan verstrekken over de hoeveelheid mantelzorg die binnen het gezin zelf geleverd wordt.

De vraag van het lid Spekman spitst zich toe op het AWBZ-indicatiebesluit dat nodig is voor de uitzondering op de gezinsbijstand. Hij vraagt of met een indicatiebesluit voor minder dan tien uren per week AWBZ-zorg, inclusief dus een nul uren indicatie voor AWBZ-zorg, aannemelijk kan worden gemaakt dat wordt voldaan aan de voorwaarde dat de AWBZ-geïndiceerde zorg die door het kind (of de kinderen) dan wel de ouder(s) zelf wordt verleend ten minste tien AWBZ-geïndiceerde uren per week omvat.

Ter verduidelijking kan ik het lid Spekman antwoorden, dat in het kader van de tijdelijke regeling aan bedoelde voorwaarde geacht kan worden te zijn voldaan indien er sprake is van een AWBZ-indicatie van het CIZ, dus inclusief een nul uren indicatie. Tevens vraagt de gemeente de belanghebbende een schriftelijke verklaring te ondertekenen dat de AWBZ-geïndiceerde zorg voor het betreffende gezinslid door het kind (of de kinderen) dan wel de ouder(s) zelf wordt verleend voor ten minste tien AWBZ-geïndiceerde uren per week.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Krom