32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid

Nr. 568 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 september 2020

In mijn Kamerbrief over de Uitvoering van het Urgenda-vonnis

(Kamerstuk 32 813, nr. 496) heb ik aangekondigd forse CO2-reductie te realiseren door de komende jaren de elektriciteitsproductie met kolen substantieel terug te brengen. Het doel daarbij is om een aanvullende CO2-reductie te realiseren van circa 5 tot 7,5 Mton terwijl de centrales in de positie blijven om eventuele leveringszekerheidsrisico’s op te vangen. In dat kader heb ik uw Kamer geïnformeerd (Kamerstuk 32 813, nr. 555) over de consultatie van het wetsvoorstel dat de elektriciteitsproductie met kolen wettelijk beperkt.

Het zou kunnen dat sluiting van één centrale, in combinatie met een minder vergaande productiebeperking van de andere centrales, voor de samenleving lagere kosten oplevert. Om ook die variant een kans te geven, wil ik naast de wettelijke productiebeperking ook één van de drie moderne kolencentrales in Nederland de mogelijkheid geven om vrijwillig te sluiten met behulp van een subsidie. Door maximaal één centrale te sluiten wordt de leveringszekerheid in Nederland geborgd. Wanneer één centrale sluit wordt een significant deel van de reductieopgave van 5 tot 7,5 Mton ingevuld door die sluiting. Als gevolg daarvan hoeven de andere centrales minder te worden beperkt in het kader van de tijdelijke wettelijke beperking van elektriciteitsproductie met kolen. Ik grijp dan voor de overige centrales minder in hun bedrijfsvoering in.

Call for proposals

Om de centrales de kans te geven vrijwillig te sluiten, indien dat voor de samenleving kostenefficiënt zou blijken te zijn, zal ik een call for proposals openstellen waarin ik de kolencentrales de kans geef om een voorstel in te dienen voor sluiting tegen een subsidiebedrag1. Door een call for proposals open te stellen geef ik alle centrales dezelfde mogelijkheid om een voorstel in te dienen, maar draag ik er tegelijk zorg voor dat maximaal één centrale uiteindelijk kan worden gesloten. Aan het voorstel dat de kolencentrales kunnen indienen stel ik een aantal eisen:

  • Ondersteuning werknemers: werknemers van de kolencentrale die als gevolg van beëindiging van de elektriciteitsproductie met behulp van kolen hun baan verliezen, moeten door het bedrijf adequaat worden ondersteund. Ik stel daarom een minimumeis aan het plan wat de centrales hiertoe moeten opstellen, wat aansluit bij de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het Westhavenarrangement. Werknemers kunnen een financiële tegemoetkoming krijgen en worden ondersteund en begeleid in de zoektocht naar een nieuwe baan.

  • Kosteneffectiviteit: de combinatie van sluiting van één centrale met de wettelijke productiebeperking mag naar verwachting niet meer kosten dan alleen de wettelijke beperking. Het maximumbedrag dat de kolencentrales kunnen aanvragen is € 328.000 per MW.

  • Staatssteun: er moet objectief worden vastgesteld dat het verdienvermogen van de kolencentrale over de periode 2021–2029 hoger is dan het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd, zodat er geen sprake is van Staatssteun.

  • Parlementaire goedkeuring: de Staten-Generaal moeten akkoord zijn met het ter beschikking stellen van voldoende middelen.

Met deze eisen draag ik er zorg voor dat voorstellen van de kolencentrales tot vrijwillige sluiting kosteneffectief zijn en daarbij de gevolgen voor de werknemers op een goede manier worden opgevangen. De aanvragers kunnen maximaal € 328.000 subsidie per gesloten megawatt ontvangen. Dit bedrag is «all-in», wat betekent dat de overheid niet op een andere wijze financiële vergoeding verstrekt voor de directe en indirecte kosten als gevolg van de vrijwillige sluiting. Door de vrijwillige sluiting wordt een significant deel van de opgave van 5 tot 7.5 Mton per jaar die ik met de kolenmaatregelen wil bereiken ingevuld.

Daarmee is de sluiting van één centrale in combinatie met het minder beperken van de overige centrales net zo kosteneffectief als wanneer er alleen sprake is van een striktere productiebeperking. Als meer dan één centrale een voorstel indient tot sluiting, wint het voorstel dat het laagste bedrag per MW subsidie aanvraagt, mits aan alle overige voorwaarden ook wordt voldaan.

Adaptieve strategie

In de Kamerbrief over de uitvoering van het Urgenda-vonnis heb ik aangegeven een adaptieve strategie te hanteren bij de wettelijke productiebeperking, waarbij de maatregel en de maatvoering daarvan op basis van de beschikbare informatie in het najaar zal worden bezien. In de consultatie van het wetsvoorstel is dat te zien in de bandbreedte die in de conceptwet is opgenomen met betrekking tot de maatvoering van de productiebeperking. Dit najaar zal ik naast de dan bekende emissiecijfers ook de uitkomst van de call for proposals meenemen in de adaptieve strategie. Onderdeel van de adaptiviteit is ook dat de productiebeperking over de jaren 2021, 2022 en 2023 met een verstandige onzekerheidsmarge, niet stringenter is dan noodzakelijk om het vonnis te kunnen uitvoeren.

Budgettaire gevolgen

De budgettaire gevolgen van de call for proposals zijn op dit moment onbekend, omdat het onzeker is of kolencentrales een voorstel voor vrijwillige sluiting zullen indienen en, zo ja, welke kolencentrale de subsidie zal ontvangen. Dekking van de kolenmaatregelen in het kader van het Urgenda-vonnis is, zoals ook aangegeven in de Kamerbrief over de uitvoering van het Urgenda-vonnis, voorzien door de beschikbare ruimte in de middelen voor de SDE+ en de SDE++. Daarbij is geborgd dat deze inzet van middelen niet ten koste gaat van onze langetermijndoelen: deze inzet van middelen vormt dus geen beperking voor het realiseren van de afgesproken 49% CO2-reductie in 2030. De benodigde verplichtingenruimte voor de tender wordt bij Najaarsnota verwerkt en aan uw Kamer voorgelegd ter autorisatie.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven