Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032813 nr. 535

32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid

35 300 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2020

Nr. 535 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2020

Zomer 2019 heeft het Kabinet het Klimaatakkoord vastgesteld. Hierin is afgesproken dat het Rijk tot een rijksstrategie komt voor klimaatneutrale en circulaire infraprojecten. Ook is afgesproken dat Rijk en regionale overheden in 2020 tot afspraken komen over het bundelen van hun inkoopkracht, om zo in 2030 klimaatneutraal en circulair te kunnen werken. Met deze brief informeren wij u over de invulling van beide afspraken.

Strategie Naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfraprojecten

Om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen en de economie te versterken werkt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) onder andere aan het verduurzamen van de Rijksinfrastructuur. Als grote opdrachtgever van infraprojecten (weg, water, spoor en vaarweg) is het de ambitie van IenW om in 2030 volledig klimaatneutraal en circulair te werken, met hoogwaardig hergebruik van alle materialen en halvering van het gebruik van primaire grondstoffen. Zo verminderen we ook de uitstoot van fijnstof en stikstof.

In de bijlage «Naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfraprojecten» ziet u de strategie die het ministerie, samen met Rijkswaterstaat en ProRail, hierin volgt1. De focus ligt op de werkterreinen met de grootste klimaatimpact, zoals de kustlijnzorg, het vaargeulonderhoud, de wegverhardingen en het spoor. Juist daar kunnen Rijkwaterstaat en ProRail het verschil maken. In totaal gaat het jaarlijks om ca 0,7 Mton CO2-equivalenten.

Concreet betekent dit dat klimaatneutrale en circulaire doelstellingen opgenomen worden in projectopdrachten. En dat bedrijven die aantoonbaar lagere milieukosten hebben of circulair werken financieel worden beloond. Ook treden Rijkswaterstaat en ProRail op als «launching customer» door duurzame innovaties in de praktijk te testen en op te schalen als deze succesvol zijn. Via kennis- en ontwikkelprogramma’s worden de opgedane ervaringen gedeeld. Hiermee dragen we niet alleen bij aan mooiere projecten en een beter klimaat, maar ook aan een vitale infrasector.

Met de strategie «Naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfraprojecten» geeft het ministerie invulling aan de afspraak uit het Klimaatakkoord, onderdeel Duurzame Mobiliteit, om met een strategie te komen om circulair en klimaatneutraal te werken in Rijksinfrastructuurprojecten.

Komen tot afspraken tussen Rijk en decentrale overheden

De strategie zet stevig in op de samenwerking tussen de publieke opdrachtgevers. Dit is cruciaal, want de opdrachten die jaarlijks in de GWW-markt worden gezet, stoten 3 Mton CO2uit. Daarom gaat het ministerie IenW in gesprek met andere publieke opdrachtgevers over hun ambities en plannen om te komen tot klimaatneutrale en circulaire infraprojecten in 2030. Het ministerie streeft naar het gezamenlijk opstellen van de zogenaamde «roadmaps» uit de rijksstrategie, zoals bijvoorbeeld voor het werkterrein «Bouwplaats en Bouwlogistiek». Een roadmap laat zien wat er nu al kan qua maatregelen, hoe de lat steeds hoger gelegd kan worden in de uitvragen naar de markt, en welke innovaties om ontwikkeling vragen.

Het doel is om zo met elkaar invulling te geven aan de afspraak uit het Klimaatakkoord om in 2020 tot afspraken te komen over het benutten van de inkoopkracht richting de Grond-, Weg en Waterbouwsector (GWW).

Implementatie bij het Ministerie van IenW

Een belangrijke uitwerking van de strategie is dat Rijkswaterstaat en ProRail klimaatneutraal en circulair werken nadrukkelijker zullen uitvragen in de aanbesteding van projecten en dit financieel gaan belonen. Voor 2021 wil het ministerie hiervoor extra middelen beschikbaar stellen. Met de Miljoenennota 2021 wordt u hierover geïnformeerd.

De middelen worden bij Rijkswaterstaat en ProRail ingezet voor de werkterreinen met de meeste CO2-uitstoot en materiaalverbruik, te weten: wegverharding, kunstwerken, kustlijnzorg & vaargeulonderhoud, bouwplaats & bouwlogistiek, bovenbouw spoor, en energievoorziening spoor.

ProRail en Rijkswaterstaat benutten hierbij de ervaringen die zijn opgedaan met de aanpak Duurzaam GWW en Launching Customer. Daarnaast worden de leerervaringen benut die worden opgedaan met de middelen die beschikbaar zijn voor de GWW-sector vanuit de Klimaatenvelop, Urgenda (Kamerstuk 32 813, nr. 496) en de aanpak stikstofproblematiek (Kamerstuk 35 334, nr. 82). Maatregelen die leiden tot minder CO2-uitstoot, zorgen vaak ook voor minder stikstof en fijnstof.

De ervaringen uit deze experimenten en pilots worden gebruikt voor verdere opschaling en het aanscherpen van de standaardeisen.

Met de uitvoering van de strategie zal Rijkswaterstaat inhoudelijk invulling geven aan de motie van het lid Moorlag (Kamerstuk 35 300 A, nr. 47) om in lopende projecten in te zetten op duurzaamheidswinst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.