Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202032813 nr. 408

32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid

Nr. 408 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 december 2019

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft in zijn rapport «Klimaatbeleid tegen het licht»1 methodologische kritiek op de doorrekeningen van het ontwerpKlimaatakkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In de brief aan uw Kamer2 is ingegaan op de kritiek van het EIB. Het EIB heeft in zijn brief van 11 oktober 2019 op de Kamerbrief gereageerd. Met deze brief kom ik tegemoet aan de vraag van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van 14 november jongsleden waarin het kabinet verzocht wordt een reactie te geven op de brief van het EIB van 11 oktober 2019.

Het EIB heeft voornamelijk kritiek op de gehanteerde aannames die door het PBL worden gebruikt in de berekening van de bovenwaarde. Het combineren van drie belangrijke aannames vindt het EIB onrealistisch. Het gaat om (1) de forse kostendalingspercentages bij bouw- en installatieactiviteiten, (2) de investeringshorizon van woningeigenaren met gunstige financieringsvoorwaarden en (3) de stijgende gasprijzen op de wereldmarkt. Aanvullend in haar brief bekritiseert het EIB het kabinet omdat zij – in de ogen van het EIB – kiest voor deze onrealistische bovenwaarde.

Het kabinet beschouwt het PBL als vakkundig en onafhankelijk rekenmeester. Het PBL heeft zelf een reactie gegeven op de punten van het EIB. Die reactie is als bijlage bij deze brief opgenomen3. Het PBL concludeert dat er geen reden is de bandbreedtes die in de analyse van het (ontwerp)Klimaatakkoord zijn gebruikt nu te herzien of anderszins grote wijzigingen in de analyse aan te brengen.

Daarnaast wil ik benadrukken dat het kabinet niet kiest voor een bovenwaarde dan wel onderwaarde. Het PBL houdt in zijn berekeningen rekening met meerdere scenario’s en komt daardoor in zijn doorrekeningen met een onder- en bovenwaarde. Het gestelde doel van de sector gebouwde omgeving valt binnen deze bandbreedte. Het kabinet is er zich terdege van bewust dat dit niet betekent dat het doel automatisch gehaald wordt. Het bereiken van de gewenste kostenreductie vergt forse inspanning van zowel sector als kabinet en is bovendien afhankelijk van externe ontwikkelingen.

U ontvangt binnenkort een brief over de verdere uitwerking van het Klimaatakkoord Gebouwde Omgeving, een brief over financiering en ontzorging van eigenaar-bewoners en een brief over kostenreductie en innovatie in de bouw. De veronderstelde kostenreductie is een punt van kritiek van het EIB en in die brief zal ik ingaan op de maatregelen die het kabinet treft om die reductie binnen bereik te brengen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops