Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201532802 nr. 14

32 802 Toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur

Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2015

Op 2 juli 2014 heb ik uw Kamer in reactie op de motie van het lid Voortman (Kamerstuk 33 750 VII, nr. 31) geïnformeerd over de pilots rondom actieve openbaarmaking van rapporten bij Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Deze pilots sluiten aan bij de visie en het actieplan Open Overheid. Hierin is aangegeven dat er wordt gestreefd naar een faciliterende en transparante overheid.

Zowel de motie-Voortman als de motie-Oosenbrug c.s. (Kamerstuk 33 750 VII, nr. 31) bevestigt het belang van transparantie en actieve openbaarmaking voor de Kamer en het kabinet. Door actieve openbaarmaking van onderzoeksrapporten wordt de maatschappelijke meerwaarde van onderzoeksrapporten groter, doordat kennis vindbaar en toegankelijk is en er mogelijkheid is voor hergebruik.

In deze brief informeer ik u over de belangrijkste bevindingen die tijdens de genoemde pilots zijn gedaan en welke opvolging hieraan zal worden gegeven. Tevens bied ik u een kader aan voor vervolgstappen voor het actief openbaar maken van rapporten.

Bevindingen pilots actieve openbaarmaking bij BZK en OCW

Vanuit het uitgangspunt «experimenteren, leren en opschalen» zijn in september 2014 pilots bij de departementen BZK en OCW gestart rondom het versneld toesturen van rapporten aan de Kamer en het actief openbaar maken van rapporten die tot stand zijn gekomen op basis van de Rijksinkoopvoorwaarden (ARVODI). De pilots moesten duidelijk maken hoe het versneld beschikbaar worden van onderzoeksrapporten kan worden gerealiseerd, op welke bezwaren dit eventueel stuit en hoe hier aan tegemoet kan worden gekomen.

Bewustzijn rondom openbaarheid

De pilot heeft bijgedragen aan een vergroting van het bewustzijn over (het belang van) actieve openbaarheid bij (beleids-)medewerkers. Bij de evaluatie is duidelijk geworden dat het principe van een open overheid breed gedeeld wordt. Bovendien heeft de pilot het proces van actieve openbaarheid van onderzoeksrapporten inzichtelijk gemaakt.

Er zijn echter ook situaties waarin het openbaar maken van een rapport om meer afweging en afstemming vraagt, om het in de passende context openbaar te kunnen maken. Op de spanningsvelden die voortkomen uit het actief openbaar maken van rapporten zal ik later in deze brief in gaan.

Termijn

In mijn brief van 2 juli 2014 (Kamerstuk 32 802, nr. 9) heb ik aangaande het versneld toesturen van rapporten aan de Kamer aangegeven, dat er geen algemene regel van toepassing kan zijn voor de termijn waarbinnen rapporten openbaar worden gemaakt. Uit de pilots blijkt dat vele factoren meewegen in het wel of niet halen van een specifieke termijn. Desondanks is gekozen voor de richtlijn van 28 dagen na het definitief worden van een rapport.

Tijdens de pilot is meer dan de helft van de onderzoeksrapporten binnen 28 dagen openbaar gemaakt. In de andere gevallen is meer tijd nodig gebleken voor openbaarmaking. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om rapporten die nog met interne en/of externe partijen moeten worden afgestemd, deelrapporten die onderdeel uitmaken van een grotere reeks en die in de context van het totaal dienen te worden gepubliceerd, of rapporten die gekoppeld zijn aan een evenement of gebeurtenis. In deze gevallen is het begrijpelijk dat er meer tijd nodig is dan de genoemde 28 dagen.

Context en duiding

Een groot aantal van de onderzoeksrapporten kan in principe zonder problemen openbaar worden gemaakt. Bij een aantal rapporten is de afweging van het openbaar maken echter minder eenvoudig.

In een aantal gevallen is het essentieel om het rapport, wanneer dit openbaar wordt gemaakt breder af te stemmen. Deze rapporten dienen in de juiste context openbaar gemaakt te worden en de ambtelijke en politieke vervolgstappen mee te geven. Het verstrekken van deze context bij onderzoeksrapporten past bij de faciliterende en transparante overheid. Door deze context mee te geven wordt het handelingsperspectief voor de burger en andere betrokken actoren in de samenleving duidelijker.

Overigens geldt sowieso als uitgangspunt dat degene die het rapport opstelt, verantwoordelijk is voor de juistheid van de informatie.

Vervolgstappen en verbrede pilot

Gezien de positieve houding ten opzichte van actieve openbaarmaking en de ambitie zoals opgenomen in de visie en het actieplan Open Overheid zullen de resultaten van de pilot worden benut voor een bredere aanpak. Voor het ontsluiten van informatie op zo’n manier, dat de grootste maatschappelijke meerwaarde kan worden bereikt, is de juiste inbedding in de organisatie bij de diverse departementen van belang. De pilots hebben laten zien dat er diversiteit tussen de departementen bestaat en dat maatwerk per departement van belang is.

Buitenlandse Zaken, Financiën en Volksgezondheid, Welzijn en Sport sluiten daarom aan bij de pilots van BZK en OCW. Uiterlijk 1 oktober 2015 zullen deze departementen met een eigen pilot van start zijn gegaan. De uitkomsten van deze pilots zullen onder verantwoordelijkheid van BZK in het najaar van 2016 worden geëvalueerd en de Kamer wordt over de uitkomsten hiervan op de hoogte gebracht. De uitkomsten van de pilot zullen bij een positieve uitkomst bovendien worden verwerkt in een kader voor actieve openbaarmaking.

BZK zal bij de pilots als beleidsverantwoordelijk departement een coördinerende en ondersteunende rol bieden. Bovendien zal BZK het hier onderstaande kader nu al als staande praktijk implementeren.

De pilots hebben een aantal spanningsvelden zichtbaar gemaakt, dat na de pilot bij BZK en OCW om een verdere verkenning vraagt. Het gaat hierbij met name om vragen rondom:

  • De omgang met rapporten die vragen om de juiste context en duiding;

  • De vaardigheden die medewerkers hierbij nodig hebben en op welke manier deze het beste kunnen worden getraind;

  • Wat is een redelijke termijn voor toezending aan de Kamer en het openbaar maken van rapporten en welke uitzonderingen zijn hierop te benoemen;

  • Het aanscherpen van onderzoeksvragen en vooraf afwegingen te maken over belang en spanningsvelden van een onderzoek.

Uitgangspunten pilot BuZa, BZK, Financiën, OCW en VWS

De volgende uitgangspunten zullen bij de verbrede pilot van toepassing zijn:

  • De pilot vindt plaats bij de departementen en richt zich op het inregelen van een passende werkwijze en het leren ten aanzien van de vragen die spelen bij het openbaar maken van onderzoeksrapporten.

  • (Beleidsrelevante1) onderzoeksrapporten die onder ARVODI-voorwaarden tot stand zijn gekomen worden in ieder geval openbaar gemaakt. De reikwijdte betreft dus in ieder geval onderzoeksrapporten die door externe partijen zijn opgeleverd in opdracht van het departement. Publicatie vindt plaats via www.rijksoverheid.nl

  • Uitgangspunt bij het openbaar maken is «open tenzij», waarbij de uitzonderingsgronden van de Wob van toepassing zijn.

  • Het voor hergebruik beschikbaar stellen van de onderzoeksgegevens achter de onderzoeksrapporten, bij voorkeur in open data, verdient nog bijzondere aandacht. Dit zal in de komende periode verder worden verkend en zoveel mogelijk rijksbreed worden toegepast.

Duurzame beschikbaarheid en toegankelijkheid

Tijdens de pilot is ervoor gekozen onderzoeksrapporten te publiceren via www.rijksoverheid.nl, dat hiervoor een passend platform biedt. Om de maatschappelijke impact te vergroten en een duurzame en toegankelijke ontsluiting van rapporten te faciliteren, is in het verlengde van de pilot verkend hoe onderzoeksrapporten ook op andere manieren toegankelijk kunnen worden gemaakt en hoe eventueel hergebruik kan worden gestimuleerd, bijvoorbeeld via de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief. Tijdens deze verkenning is gebleken dat zowel het Nationaal Archief als de Koninklijke Bibliotheek een aanvullend platform kunnen zijn voor het aanbieden van rapporten.

Het Ministerie van BZK en het Nationaal Archief zullen daarom een pilot starten, waarbij wordt verkend op welke manier rapporten vroegtijdig kunnen worden overgedragen aan het Nationaal Archief, welke belemmeringen daarbij bestaan en hoe deze overbrugd kunnen worden. Een soortgelijke pilot zal worden gestart met de Koninklijke Bibliotheek. Beide pilots hebben als doel de vindbaarheid en toegankelijkheid van rapporten te vergroten en hergebruik mogelijk te maken.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Zie specifieke toezegging Minister VWS aan vaste kamercommissie, Kamerstuk 34 000 XVI, nr. 110.