Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932793 nr. 396

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 396 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 juni 2019

Vorig jaar waren er in de samenleving zorgen over de beschikbaarheid en het gebruik van bepaalde chemische stoffen voor suïcide. Deze zorgen deel ik. Dergelijke chemische stoffen zijn niet bedoeld of geschikt om een einde aan het leven te maken. Van deze stoffen is geen eenduidig beeld over de werking op het menselijk lichaam. Daarbij geldt dat suïcide zoveel mogelijk moet worden voorkomen, ongeacht welk middel hiervoor wordt gebruikt. Om de beschikbaarheid van deze stoffen voor suïcide zoveel mogelijk te verminderen, heb ik verkend welke mogelijkheden er zijn om de levering van deze stoffen te reguleren.

Op 3 september 2018 heb ik u geïnformeerd over de uitkomst van deze verkenning (Kamerstuk 32 793, nr. 325). In deze brief heb ik gemeld dat ik het zeer onwenselijk vind dat het beeld is ontstaan dat bepaalde stoffen geschikt zijn voor suïcide en gemakkelijk beschikbaar zijn. Verder deelde ik mijn voornemens om middels drie actielijnen een drempel op te werpen in de beschikbaarheid (voor consumenten) van bepaalde stoffen die mogelijk bij suïcide gebruikt kunnen worden. De drie actielijnen zijn: 1) zelfregulering door de chemiesector, 2) extra alertheid van toezichthouders op de wettelijke eisen bij verkoop aan particulieren en 3) monitoring van onwenselijke ontwikkelingen in het gebruik van stoffen door partners in de gezondheidszorg.

Tijdens het AO Medische ethiek van 6 september 2018 (Kamerstuk 34 990, nr. 2) heb ik uw Kamer toegezegd u te informeren over de afspraken met de chemiesector en de resultaten van het signaleringsnetwerk voor illegale en vervalste medicijnen, dat onder coördinatie van het RIVM de verkoop van de bekende chemische stoffen heeft gemonitord. Middels deze brief informeer ik u over beide resultaten.

Code Signalering van risico’s op suïcide met behulp van chemische stoffen

Ik ben verheugd met u te kunnen delen dat op woensdag 26 juni de code «Signalering van risico’s op suïcide met behulp van chemische stoffen» is ondertekend. Daarmee is invulling gegeven aan de eerste actielijn «1) zelfregulering door de chemiesector». Deze bied ik uw Kamer hierbij aan1. Ik heb de code ondertekend samen met 113 Zelfmoordpreventie, Raad Nederlandse Detailhandel, Thuiswinkel.org, het Verbond van Handelaren in Chemische Stoffen en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie. De code bevat een aantal afspraken met de chemiebranche om de verkoop aan particulieren van stoffen waarvan vastgesteld is dat zij mogelijk bij suïcide gebruikt worden te monitoren, en om kennis over deze stoffen met elkaar te delen in een nieuw op te stellen overleg. Hierbij worden de Partijen ondersteund door het RIVM en het NVIC. Voor de stoffen waarvan tot nu toe het beeld is ontstaan dat deze geschikt zouden zijn voor suïcide, is door de betrokken partijen zelfstanding besloten deze niet meer aan particulieren te leveren. In voorkomende gevallen streven wij eenzelfde procedure na. In de bijlage vindt u de code2.

Signaleringsnetwerk voor monitoring van betreffende stoffen

In het kader van actielijn 3 heeft het RIVM in zijn signaleringsnetwerk voor illegale en vervalste medicijnen ook de verkoop gemonitord van de bekende chemische stoffen. Dit netwerk is een samenwerking tussen het RIVM, het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ), de IGJ, de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), het bijwerkingeninstituut Lareb, het NVIC en de Dopingautoriteit. Al deze partijen ontvangen signalen van handel en gebruik van stoffen, zowel nationaal als internationaal, van bijvoorbeeld de industrie, artsen, apothekers en de douane. Het netwerk heeft de toepassingen van de stoffen en de handelsroutes in kaart gebracht. Op basis daarvan zijn de stoffen gemonitord, waaronder de verstrekkingen van de stoffen uit het buitenland.

Dit netwerk heeft het volgende opgeleverd: door de partijen in het signaleringsnetwerk zijn geen uitzonderlijke signalen opgemerkt over het gebruik of verkoop van deze stoffen voor suïcide. Wel heeft het NVIC een toename gezien in het aantal vragen van hulpverleners over intentionele inname van deze stoffen. Het NVIC ontvangt vragen van hulpverleners over het behandelen van vergiftigingen van patiënten en registreert deze vragen. Deze hulpverleners contacteren het NVIC dus wanneer zij patiënten zien, die op dat moment nog in leven zijn. Omdat de stoffen zijn opgenomen in het signaleringsnetwerk, is over deze meldingen gerapporteerd aan VWS. De intentionele innames van de betreffende stoffen zijn gestegen van enkele keren per jaar naar een kleine twintig in 2018. Het merendeel van deze intentionele innames had geen dodelijke afloop. Het NVIC geeft hierbij aan dat het gaat om een klein aandeel van de vragen die zij krijgen bij intentionele innames. Een exact cijfer is niet te geven omdat de toedracht van een intoxicatie niet altijd duidelijk is, maar het NVIC ontvangt jaarlijks 48.000 telefonische consulten door hulpverleners en 100.000 raadplegingen via hun website www.vergifitingen.info. Ruim 8.000 van de telefonische consulten betreffen een vorm van intentioneel misbruik van stoffen. Dit hoeft niet gericht te zijn op het beëindigen van het leven.

Deze resultaten onderstrepen voor mij het belang van gerichte actie om de beschikbaarheid van stoffen voor particulieren tegen te gaan en oog te hebben voor eventuele andere stoffen waarvan het beeld kan gaan ontstaan dat deze voor suïcide geschikt zijn. Ik ben dan ook erg blij dat zoveel diverse partijen zich hebben verbonden aan de eerdergenoemde code.

Alleen drempels opwerpen, voorkómt niet dat mensen worstelen met suïcidale gedachten. Dit kabinet zet daarom stevig in op suïcidepreventie. De Staatssecretaris van VWS heeft uw Kamer op 25 juni 2019 geïnformeerd over de ontwikkeling van de landelijke suïcidecijfers en de voortgang van de activiteiten tot vermindering van suïcidaliteit (Kamerstuk 32 793, nr. 394).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl