Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632793 nr. 216

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 216 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 maart 2016

In bijgaande rapportage1 informeer ik u over de resultaten van de monitoring van keukenzout in levensmiddelen die de NVWA in 2015 heeft uitgevoerd. Jaarlijks onderzoekt de NVWA de hoeveelheid zout van ongeveer 1.000 vergelijkbare producten. Hiermee volgt de NVWA of het zoutgehalte van betreffende producten verbetert. In mijn Kamerbrief van 17 december 2015 heb ik de publicatie van dit rapport aangekondigd2. Hieronder licht ik de resultaten van dit rapport toe en de context waarin deze resultaten bezien moet worden.

Sinds 2009 monitort de NVWA jaarlijks tien productgroepen op het gehalte aan keukenzout. Dit betreft een scan van het winkelschap omdat dit het aanbod is waar de consument uit kan kiezen. Deze monitor is niet specifiek toegesneden op het waarnemen van de zoutreductie ten gevolge van het Akkoord Verbetering Productsamenstelling dat in 2014 is gesloten.

Per productgroep (bijvoorbeeld brood) worden tien vergelijkbare producten (bijvoorbeeld volkorenbroden) bemonsterd. Daarbij is een deel van de onderzochte producten jaarlijks exact vergelijkbaar (hetzelfde merk en samenstelling). Onder de onderzochte producten vallen zowel de Nederlandse producten – waar voor een aantal categorieën afspraken over gemaakt zijn in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling – als geïmporteerde producten.

De monitoringsresultaten van 2015 laten zien dat voor de bemonsterde producten de daling in zoutgehalte die tussen 2011 en 2013 gemeten is, zich niet lijkt voort te zetten in 2014 en 2015.

De eerdere daling kwam door forse zoutreducties in brood, kaas en groente- en peulvruchtenconserven. Voor deze productcategorieën waren al voor de ondertekening van het Akkoord afspraken gemaakt.

De NVWA constateert helaas in bemonsterde producten in de categorie sauzen en conserven (overig) een toename van het zoutgehalte.

Intussen zijn in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling (Akkoord) afspraken gemaakt voor zoutreductie in soepen en sauzen. Bedrijven moeten respectievelijk eind 2016 en halverwege 2017 aan de afgesproken maximum gehaltes voldoen. Ik verwacht dan ook in de meting van 2016 of uiterlijk 2017 een reductie te zien. De mate waarin we resultaat terugzien in de monitor van de NVWA kan vertekend zijn omdat ook producten worden gemeten die buiten de scope van het Akkoord vallen, bijvoorbeeld producten van buitenlandse origine.

De uitkomst van deze monitor onderschrijft dat ketenbrede afspraken resultaat opleveren, zoals voor brood en kaas. Ik verwacht stevige inzet op de uitvoering van de binnen het Akkoord gemaakte afspraken voor soepen en sauzen. Daarnaast staan nieuw te maken afspraken op het programma, bijvoorbeeld voor pizzabodems en een groep van kant- en klaarmaaltijden.

Voor vleeswaren is door de sector een maximum zoutgehalte afgesproken waaraan producten in 2015 moesten voldoen. Op basis van de eindmeting van de sector is het zoutgehalte 20% gedaald, zoals ik u in mijn brief van 17 december 2015 heb gemeld. Ook hiervan verwacht ik resultaten te zien.

Ik geef er de voorkeur aan de monitor in de toekomst specifieker te richten op producten waarover in het Akkoord afspraken zijn gemaakt. Dit vraagt een aanpassing van de huidige monitor. Ik ben hierover in overleg met de NVWA.

Eind 2016 wordt door het RIVM weer een monitor productsamenstelling gepubliceerd. De gegevens van de Nederlandse producten uit het NVWA onderzoek worden meegenomen in de analyse door het RIVM. Daarnaast leveren branches en bedrijven data over de samenstelling van producten.

Eind 2016 informeer ik u over de voortgang van het Akkoord.

Deze monitor toont ook aan dat het essentieel is dat ook geïmporteerde producten verbeterd worden. Dat onderstreept het belang van een gezamenlijke aanpak van productverbetering in de EU.

Ik heb u op verschillende momenten geïnformeerd over mijn inzet hiervoor tijdens het lopende EU voorzitterschap. Op 22 en 23 februari 2016 heeft in Amsterdam een EU conferentie plaatsgevonden over Food Product Improvement. De uitkomst van deze conferentie was een «Roadmap for Action» om stapsgewijs door publiek-private samenwerking de hoeveelheid zout, verzadigd vet en suikers in het productaanbod te verlagen zodat de gezonde keuze makkelijker wordt. Ook het verbeteren van dataverzameling en monitoring en het uitwisselen van goede voorbeelden maken onderdeel uit van de onderschreven acties op EU niveau. Momenteel hebben 22 Lidstaten, 2 landen (Noorwegen en Zwitserland), 4 Europese sectororganisaties van bedrijfsleven (Eurocommerce – supermarkten –, FoodDrinkEurope – producenten –, FoodServiceEurope -cateraars, Serving Europe – ketens van Food Service –) en 4 Europese maatschappelijke organisaties op het gebied van gezondheid (European Chronis Disease Alliance, European Healthy Lifestyle Alliance, European Heart Network, European Kidney Health Alliance) hebben de Roadmap onderschreven.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 32 793, nr. 205