Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632793 nr. 202

32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 202 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 november 2015

Tijdens het VAO preventiebeleid van 29 april j.l. (Handelingen II 2014/15, nr. 82, item 3) heb ik u toegezegd in oktober een actieplan preventie gehoorschade te sturen. Bij deze bied ik u dit actieplan aan.

Inleiding

Jongeren en volwassenen worden via muziek en lawaai op het werk blootgesteld aan (hard) geluid. Dit gebeurt door het luisteren naar persoonlijke muziekspelers, het spelen van games, het bezoeken van concerten, discotheken, festivals, poppodia, schoolfeesten en clubs. Langdurige blootstelling aan harde muziek kan net als werken in een lawaaierige omgeving schadelijk zijn voor het gehoor en permanente gehoorschade veroorzaken. Zoals uit het rapport «Gehoorschade en geluidsblootstelling in Nederland – inventarisatie van cijfers» van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt (Kamerstuk 32 793, nr. 139), komen bij jongeren «waarschuwingssignalen» voor mogelijke gehoorschade (tijdelijke piep of ruis in het oor) door harde muziek veel voor. Uit het onderzoek «Online hearing tests 2010–2014» van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam komt naar voren dat één op de vier geteste jongeren tussen 12 en 25 jaar beginnend gehoorverlies heeft. Volgens de onderzoekers is het zeer aannemelijk dat dit gehoorverlies bij deze jonge mensen wordt veroorzaakt door blootstelling aan harde muziek en lawaai.

De preventie van gehoorschade is belangrijk: eenmaal opgelopen gehoorschade is namelijk niet te genezen of te repareren. Gehoorschade manifesteert zich vaak op lange(re) termijn en kan een grote persoonlijke en maatschappelijke impact hebben. Een goed gehoor is een belangrijke voorwaarde voor communicatie, zowel privé als op het werk.

Huidige inzet

Ik vind de preventie van gehoorschade belangrijk. Het thema «preventie van gehoorschade» is daarom opgenomen in het Nationaal Programma Preventie (bijlage bij Kamerstuk 32 793, nr. 102). Ook andere partijen vinden dit thema belangrijk en nemen hierin hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hierbij denk ik bij voorbeeld aan het convenant «preventie gehoorschade muzieksector» (Kamerstuk 32 793, nr. 196) waarbij ik met de muzieksector afspraken heb gemaakt om ervoor te zorgen dat bezoekers op een voor het gehoor veilige manier kunnen uitgaan. Om een goed beeld te krijgen van wat er verder in Nederland op het gebied van de preventie van gehoorschade door harde muziek gebeurt, heb ik de afgelopen maanden verkennende gesprekken gevoerd met reeds actieve veldpartijen. Zo heb ik onder andere gesproken met de Nationale Hoorstichting, het Centrum Gezond Leven van het RIVM, de op dit terrein actieve Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD) en gemeenten, partijen uit de horeca- en muzieksector en oordopjes-fabrikanten. Ook is de meest recente wetenschappelijke stand van zaken rond de preventie van gehoorschade door harde muziek verkend.

Uit de door mij uitgevoerde verkenning blijkt dat er momenteel al veel gebeurt op het terrein van de preventie van gehoorschade door hard geluid. Veel professionals zijn betrokken en enthousiast met dit thema bezig en de bereidheid om inzet op dit thema te plegen, groeit. Maar uit deze gesprekken blijkt ook dat de huidige inzet vaak fragmentarisch en reactief is en zich vooral richt op het uitgaan, terwijl het probleem breder is.

Integrale aanpak

De aandacht voor de preventie van gehoorschade door hard geluid is groeiende. Ik vind het positief dat steeds meer partijen en organisaties hier aandacht aan besteden en inzet op plegen. Om dit alles te stroomlijnen en te verbinden aan nationale doelen, is dit actieplan preventie gehoorschade opgesteld. Om de preventie van gehoorschade bij iedereen tussen de oren te krijgen, is naar mijn mening een meer integrale aanpak op basis van gezamenlijke ambities en lange termijn-doelen nodig. De huidige inzet op de preventie van gehoorschade door harde muziek dient geïntensiveerd en verbreed te worden. Met dit actieplan wil ik de inzet op het gebied van de preventie van gehoorschade efficiënter en effectiever maken. Ik richt me hierbij op een tijdshorizon van twee jaar, tot eind 2017. Met dit actieplan voldoe ik tevens aan de motie van Agnes Wolbert (Pvda) en Carla Dik-Faber (CU) (Kamerstuk 32 793, nr. 184).

Op basis van de ervaringen van de reeds actieve veldpartijen kies ik in mijn actieplan voor een aanpak die gebaseerd is op de volgende drie pijlers:

  • 1. Voorlichting en bewustwording

  • 2. Veilige omgeving

  • 3. Screening

Hieronder licht ik per pijler de beoogde doelen toe en maak ik inzichtelijk wat er al gebeurt en wat hier aanvullend op nodig is.

Pijler 1: Voorlichting en bewustwording

Het doel van deze pijler is om gedragsverandering tot stand te brengen door:

  • a. Algemene kennis over gehoor, de invloed van hard geluid op het gehoor, gehoorschade en preventie van gehoorschade tot stand te brengen via het primair, voortgezet onderwijs en hoger onderwijs.

  • b. Gerichte educatie en voorlichting: vrije tijd (voor het gehoor veilig gebruik van persoonlijke muziekspelers, gamen, luisteren naar muziek & uitgaan) en werk (arbeidsomstandighedenwet).

Hieruit volgen in ieder geval de volgende acties:

  • 1. Gerichte educatie en voorlichting op scholen en lerarenopleidingen.

  • 2. Informeren van organisatoren en bezoekers van muziekevenementen over de preventie van gehoorschade en wat zij hieraan kunnen doen.

  • 3. Voorlichting en advies voor werkgevers en werknemers in lawaaiberoepen.

  • 4. Voorlichting en advies aan gemeenten over hoe de preventie van gehoorschade aan te pakken.

Per actie volgt hieronder een toelichting:

1. Gerichte educatie en voorlichting op scholen en lerarenopleidingen

Het is belangrijk dat mensen zich bewust zijn van de werking van het gehoor, wat hard geluid met het gehoor doet, hoe je risico loopt op gehoorschade en wat je kunt doen om op een voor het gehoor veilige manier van muziek te kunnen genieten. Hier wordt al het nodige aan gedaan. Zo zijn er door de Nationale Hoorstichting diverse lespakketten en lesmateriaal voor het primair en voortgezet onderwijs ontwikkeld. Voor de basisschool is het interactieve lespakket over het gehoor «de Hoortoren» ontwikkeld en voor de leerlingen in de bovenbouw is een actieve les ontwikkeld. Voor leerlingen uit groep 5 t/m 8 zijn er Kidsweek opdrachtkaarten gemaakt. Ook worden er speciale voorlichtingslessen over gehoorschade op scholen gegeven door de Nationale Hoorstichting (NHS), Keel-neus-oor-artsen (KNO) en de GGD.

Voor het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) is informatie over het gehoor en muziek te vinden op testjeleefstijl.nl. Ook kan het door de NHS ontwikkelde boek «101 vragen over horen» in het voortgezet onderwijs gebruikt worden.

Via de Gezonde School-aanpak, gefinancierd door de Ministeries van VWS en OCW, kiezen scholen ervoor om extra in te zetten op gezondheidsthema’s. Als scholen extra aandacht willen besteden aan het gehoor en de risico’s op gehoorschade kunnen zij zich hierop profileren door een vignet Gezonde School (certificaat Hygiëne, huid, gebit en gehoor) te behalen. Het leerplankader Sport, bewegen en een gezonde leefstijl dat door de stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) is ontwikkeld, draagt bij aan het bevorderen van een gezonde leefstijl voor kinderen en jongeren van 0–24 jaar door te beschrijven wat zij op school en in de kinderopvang op gezondheidsthema’s zouden moeten leren. Dit is een gebruikelijk middel voor scholen om leerplannen te ontwikkelen. Binnen de leerlijn «persoonlijke verzorging» is er specifieke aandacht voor het gezond houden van het gehoor.

Er zijn diverse scholen die nog een stapje verder gaan en gerichte projecten en/of debatten hebben rondom het thema gehoorschade. Zo heeft het Bliaricumcollege in Venlo al vijf jaar een 2-daags project waarbij de nadruk ligt op de preventie van gehoorschade en op een voor het gehoor veilige manier kunnen genieten van muziek en een avond uitgaan. Alle leerlingen van de derde klassen nemen deel aan dit jaarlijks terugkerende project. De school werkt samen met de gemeente Venlo en lokale partijen die een bijdrage leveren aan dit project.

In 2015 worden de thema’s en de aanpak van Gezonde School bij 7 PABO’s een belangrijk onderdeel van de lerarenopleiding. De ontwikkeling van dit curriculum (2015–2019) wordt vanuit het Ministerie van VWS gefinancierd.

Via de scholen kun je de jongeren en jong volwassenen bereiken. Maar niet alle jongeren en jong volwassenen zijn via het onderwijs te bereiken. Daarom is het belangrijk dat iedereen die mogelijk een risico op gehoorschade loopt, bijvoorbeeld via het uitgaan, gericht te informeren en hen aan te zetten tot oorveilige maatregelen.

2. Informeren van organisatoren en bezoekers van muziekevenementen over de preventie van gehoorschade en wat zij hieraan kunnen doen.

Via de in het kader van het convenant «preventie gehoorschade muzieksector» (Kamerstuk 32 793, nr. 196) ontwikkelde bewustwordingscampagne «I love my ears» worden bezoekers en professionals geïnformeerd over hoe je op een voor het gehoor veilige manier kunt uitgaan. Op de website ilovemyears.nl staat algemene informatie over geluidsniveaus en het bijbehorende risico op gehoorschade en wat je zelf kunt doen om oorveilig uit te gaan. Voor professionals uit de muzieksector is er op de website campagnemateriaal zoals het logo en posters te vinden. Bezoekers van festivals en poppodia worden vaak door de organisator van te voren geïnformeerd over het belang van het dragen van oordopjes. Steeds vaker is in het aankoopproces van kaartjes de mogelijkheid opgenomen om oordopjes te kopen. In de bij het convenant aangesloten muzieklocaties zijn kwalitatief goede oordopjes met muziekfilters te koop.

Via informatiebijeenkomsten informeren de convenantspartners Vereniging van EvenementenMakers (VVEM) en Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) hun leden over de in het convenant afgesproken maximale geluidsniveaus van 103 decibel (A) en de gedifferentieerde maximale geluidsniveaus van 91 en 96 decibel (A) voor kinderevenementen. In het kader van de veilig uitgaan-campagne «Celebrate Safe» wordt ook aandacht besteed aan de preventie van gehoorschade.

3. Voorlichting en advies voor werkgevers en werknemers in lawaaiberoepen

In de Arbowetgeving zijn diverse maatregelen opgenomen om werknemers in lawaaiberoepen te beschermen tegen gehoorschade. Hier staat o.a. in dat bij geluidsniveaus boven de 80 decibel (A) de werkgever zijn werknemers moet voorlichten en ervoor moet zorgen dat zij over de juiste gehoorbescherming beschikken. De Koninklijke Horeca Nederland (KHN) heeft bijvoorbeeld voor werknemers in de horecasector die te maken hebben met hoge geluidsniveaus de brochure «bescherm je gehoor» ontwikkeld. Voor de werknemers en werkgevers in de podiumkunsten is er de branchecatalogus «podiumkunsten versterkt geluid».

4. Voorlichting en advies aan gemeenten over hoe de preventie van gehoorschade aan te pakken

Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen in de preventie van gehoorschade. Zo kan de gemeente in het vergunningenbeleid voor evenementen aandacht besteden aan de preventie van gehoorschade. Het is hierbij van belang dat gemeenten over de juiste uniforme informatie en materialen beschikken om met het thema «preventie gehoorschade» aan de slag te gaan.

Toolkit

Voor al deze activiteiten op het gebied van voorlichting en bewustwording is de ondersteuning via een toolkit handig. Het RIVM beschikt al over een digitale toolkit die handige en praktische tips geeft voor professionals die met de preventie van gehoorschade aan de slag willen.

In 2016 wil ik samen met betrokken partijen en organisaties gaan werken aan een nieuwe versie van de bestaande toolkit waar het onderwijs, gemeenten en het bedrijfsleven gebruik van kunnen maken. Zo kunnen bestaande (en nieuwe) voorlichtingsmaterialen, lespakketten, apps, interventies en campagnes op één plek worden gebundeld zodat mensen die aan de slag willen met de preventie van gehoorschade deze materialen en informatie makkelijk kunnen vinden.

In deze toolkit kunnen de volgende materialen opgenomen worden:

  • Apps waarmee je via je smartphone het geluidsniveau kunt meten. Belangrijk is dat deze apps betrouwbaar zijn en ook aangeven hoe lang je bij dat geluidsniveau in dat geluidsniveau mag verblijven.

  • Overzicht van interventies gericht op de preventie van gehoorschade op scholen (met lespakketten/lesmaterialen voor het onderwijs).

  • Handreikingen over de preventie van gehoorschade bij het uitgaan.

  • Informatie over gehoorbescherming: feiten en cijfers.

  • Linken naar bestaande websites met voorlichtings- en campagnematerialen, zoals bijvoorbeeld:

    • I love my ears.nl (campagne)

    • Love Music, F*ck Piep (publiekscampagne)

    • Geluidstuin.nl (interactieve website voor kinderen)

    • Oorcheck.nl (hoortest)

    • Mp3check.nl (effect van muziekspelers op het gehoor)

    • Veiligengezondwerken.nl

  • Voorbeelden van goede initiatieven en best practices van scholen, GGD’en, het bedrijfsleven, kennisinstellingen, brancheverenigingen, jongerenorganisaties en gemeenten.

Pijler 2: Veilige omgeving

Het doel van deze pijler is om een voor het gehoor veilige vrije tijds- en werkomgeving voor bezoekers en werknemers te bieden, door:

  • 1. Maximale geluidsniveaus in vrije tijds- en werkomgeving in te stellen.

  • 2. Stimuleren gebruik van beschermingsmiddelen voor het gehoor (gebruik van oordopjes met muziekfilter en voldoende demping tijdens het uitgaan, beperking geluid op persoonlijke muziekspelers)

1. Maximale geluidsniveaus in vrije tijds- en werkomgeving instellen.

Ik vind het belangrijk dat het probleem van lawaaidoofheid bij de bron wordt aangepakt. Hierbij horen maximale geluidsniveaus die in combinatie met het gebruik van oordopjes voor het gehoor veilig zijn. Met het huidige convenant worden niet alle muzieklocaties bereikt. Bezoekers van clubs, discotheken, cafés, schoolfeesten en niet bij het convenant aangesloten evenementen, festivals en poppodia kunnen ook worden blootgesteld aan hoge geluidsniveaus. Om de bezoekers van deze muzieklocaties ook een voor het gehoor veilige uitgaansomgeving te bieden, wil ik samen met de VVEM, VNPF, Nationale Hoorstichting, gemeenten, KHN, Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), scholen, eigenaren van deze muzieklocaties en de GGD nagaan hoe voor deze muzieklocaties maximale geluidsniveaus ingesteld kunnen worden. De in het convenant afgesproken maximale geluidsniveaus zijn hierbij het uitgangspunt.

Bij de uitbreiding van het gebruik van maximale geluidsniveaus naar andere muzieklocaties zal rekening worden gehouden met de soort muziek, de omvang en inrichting van de locatie, de doelgroep, juridische grondslag, mogelijkheden van de gemeentelijke wetgeving (vergunningen), handhaving en technische mogelijkheden. Hieraan ondersteunend ga ik onderzoeken in hoeverre nationale wet- en regelgeving over maximale geluidsniveaus hierbij behulpzaam kan zijn. Gezamenlijk afgesproken maximale geluidsniveaus in de muzieklocaties ter preventie van gehoorschade kunnen bijvoorbeeld een grondslag zijn voor het opnemen van een maximaal geluidsniveau in het gemeentelijke vergunningenbeleid voor muzieklocaties. Ik neem hierbij ook de ervaringen met wet- en regelgeving op het gebied van maximale geluidsniveaus in muzieklocaties ter preventie van gehoorschade in het buitenland mee, zodat we hiervan kunnen leren. Dit onderzoek zal eind 2016 afgerond zijn. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zullen vervolgacties volgen.

2. Stimuleren gebruik van beschermingsmiddelen voor het gehoor (gebruik van oordopjes met muziekfilter en voldoende demping tijdens het uitgaan, beperking geluid op persoonlijke muziekspelers)

Het is van belang dat bezoekers van muzieklocaties gebruik maken van oordopjes. Alleen in combinatie met het gebruik van oordopjes met een muziekfilter met voldoende demping kun je bij de in het convenant afgesproken maximale geluidsniveaus op een voor het gehoor veilige manier uitgaan. Dit blijkt ook uit onderzoek van het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht van oktober 2015. Uit dit onderzoek blijkt dat bezoekers van een muziekfestival die geen oordopjes droegen aanzienlijk meer tijdelijk gehoorverlies hadden dan bezoekers die oordopjes dragen. Bezoekers van muzieklocaties moeten dan ook gestimuleerd worden om oordopjes te gebruiken. In het kader van de bij het convenant horende bewustwordingscampagne «I love my ears» worden bezoekers gewezen op het belang van het dragen van oordopjes. Zo worden bezoekers van muzieklocaties vaak van te voren geïnformeerd over het belang van het dragen van oordopjes tijdens het muziekevenement. Daarnaast wordt bij het aankoopproces van kaartjes steeds vaker de optie aangeboden om oordopjes te kopen. In het convenant is opgenomen dat bij alle bij de VVEM en VNPF aangesloten muzieklocaties oordopjes met muziekfilter en voldoende demping (minimaal SNR 17) beschikbaar zijn. Ik streef er naar om het gebruik van oordopjes in cafés, clubs, discotheken, schoolfeesten en losse festivals, evenementen en poppodia te stimuleren. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van de ervaringen met de «I love my ears»-campagne.

Niet alleen via het uitgaan worden mensen aan hard geluid blootgesteld. Ook via persoonlijke muziekspelers kunnen mensen langdurig en op hoog niveau blootgesteld worden aan muziek. Voor persoonlijke muziekspelers gelden sinds januari 2013 binnen de Europese Unie strengere eisen. Alle nieuwe muziekspelers moeten zijn uitgerust met een volumebegrenzer die standaard op 85 decibel (A) staat. Hierboven is er risico op gehoorschade. Nieuwe muziekspelers beschikken daarnaast over een maximum volume van 100 decibel (A). Het langdurig op vol volume naar je persoonlijke muziekspeler luisteren is een risico voor je gehoor. Ik wil dat gebruikers van persoonlijke muziekspelers goed geïnformeerd worden over de mogelijke risico’s voor je gehoor van het langdurig boven het geadviseerde geluidsniveau naar muziek luisteren. Dit kan o.a. door het aanpassen van het waarschuwingssysteem op de persoonlijke muziekspeler en het opnemen van informatie over het veilig naar muziek luisteren in de gebruiksaanwijzing. Ik ga hiertoe in overleg met de fabrikanten van deze persoonlijke muziekspelers. Afhankelijk van de uitkomsten van deze gesprekken kijk ik wat de mogelijkheden zijn om de Europese eisen voor persoonlijke muziekspelers aan te scherpen.

Pijler 3: Screening

Het doel van deze pijler is om inzicht te krijgen in het aantal mensen met lawaaidoofheid, door gericht onderzoek naar individuele gehoorproblemen te doen.

De prevalentie van gehoorschade door hard geluid bij jongeren kan nu nog niet cijfermatig vastgesteld worden. Omdat de «waarschuwingssignalen» voor mogelijke gehoorschade bij jongeren volgens het RIVM wel veel voorkomen, is het nuttig om een beter inzicht te krijgen in het aantal jongeren met gehoorschade door hard geluid. Werknemers in lawaaiberoepen worden op basis van de Arbowetgeving in de gelegenheid gesteld om tenminste eens in de vier jaar een medisch onderzoek te ondergaan waarbij hun gehoor wordt getest. Het voordeel hiervan is dat de werknemer zo inzicht krijgt in de status van zijn/haar gehoor en zo nodig actie kan ondernemen. Net als bij werknemers, zou het nuttig zijn als het gehoor van jongeren periodiek gescreend wordt, gekoppeld aan de individuele blootstelling aan hard geluid. Dit kan ook bijdragen aan vergroting van de bewustwording bij jongeren.

Screening op gehoorverlies behoort tot het basispakket van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Momenteel wordt de JGZ-richtlijn gehoor herzien. Herziening is o.a. nodig omdat in de huidige richtlijn gehoorschade door lawaai bij jongeren niet is meegenomen als onderwerp. Ik zal de herziening van de richtlijn met interesse volgen met als doel screening op gehoorverlies onderdeel te laten zijn van het adolescenten contactmoment.

Naast screeningen via het werk en de Jeugdgezondheidszorg kunnen jongeren en volwassenen op eigen initiatief hun oren laten testen bij de huisarts en gespecialiseerde winkels. Ook is het mogelijk een online hoortest te doen. Zo heeft de Nationale Hoorstichting online hoortesten voor kinderen, jongeren, volwassenen en werknemers ontwikkeld. Ongeveer 90.000 mensen per jaar doen deze test. Deze testen geven ook een inzicht in de staat van het gehoor van de geteste personen. Zo is het eerder genoemde onderzoek «Online hearing tests 2010–2014» van het Academisch Medisch Centrum Amsterdam gebaseerd op 300.000 online hoortesten die de afgelopen vijf jaar via oorcheck.nl zijn gedaan.

Een ander interessant project is het Generation R-project in Rotterdam. In het kader van dit project zijn onder ongeveer 10.000 kinderen van 9 jaar in Rotterdam gehoortesten afgenomen en hebben de kinderen vragenlijsten over de individuele blootstelling aan geluid ingevuld. Over drie jaar wordt dit onderzoek herhaald bij dezelfde jongeren die dan 12 jaar oud zijn.

Dit alles zal op termijn waardevolle en nuttige informatie over de stand van zaken van het gehoor gerelateerd aan het blootstellingniveau bij jongeren, volwassenen en werknemers opleveren.

Vervolgstappen

Voor een integrale aanpak van de preventie van gehoorschade is de inzet van vele partijen en organisaties nodig. Naast de partijen die nu al inzet plegen, zijn ook nieuwe partijen en organisaties nodig om de preventie van gehoorschade breed aan te kunnen pakken. Elke partij en organisatie kan vanuit haar eigen rol en (maatschappelijke) verantwoordelijkheid een bijdrage leveren aan dit actieplan. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan een partij als de KHN die inzet wil gaan plegen op het vergroten van het bewustzijn van bezoekers van bij de KHN aangesloten uitgaanslocaties waar met muziek wordt gewerkt.

Om dit actieplan te realiseren, is de inzet en het commitment van vele partijen nodig. Om dit te bewerkstelligen, zal ik mij in de eerste helft van 2016 vooral richten op het informeren en betrekken van partijen en organisaties die een rol kunnen vervullen in de realisatie van dit actieplan. Ik ga hiertoe informatiebijeenkomsten en daarop volgend vervolggesprekken organiseren. Focus hierbij is om bij deze partijen aandacht te vragen voor de preventie van gehoorschade en afspraken met hen te maken over hun mogelijke inzet en bijdrage aan dit actieplan. Mijn eerste prioriteit hierbij is de pijler «voorlichting en bewustwording». Begin 2016 zal gestart worden met de pijlers «veilige omgeving» en «screening» waarbij het onderzoek naar de mogelijkheden om tot een voor het gehoor veilige omgeving te komen eind 2016 gereed zal zijn.

Ik zal u ieder half jaar informeren over de voortgang van het actieplan. In de eerste rapportage in 2016 zal ik ingaan op de bredere aanpak van voorlichting en bewustwording over gehoorschade en welke partijen zijn aangehaakt. Tevens zal ik u berichten over de voortgang van een veilige omgeving, wat we al hebben kunnen realiseren en in hoeverre wettelijke mogelijkheden kunnen helpen om een veilige omgeving te creëren. Ten slotte zal ik u melden hoe gehoorschade wordt meegenomen in screenings, waaronder het adolescenten contactmoment.

Uiteindelijk wil ik onderzoek doen in hoeverre deze inzet daadwerkelijk leidt tot vermindering van de omvang van gehoorschade door hard geluid bij jongeren. In 2016 zal ik daarom een nulmeting doen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn