32 793 Preventief gezondheidsbeleid

Nr. 172 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2015

Op 20 januari 2015 hebben wij uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van het Nationaal Programma Preventie Alles is gezondheid… (Kamerstuk 32 793, nr. 164). Daarbij is uitgebreid aan de orde gekomen hoe het staat met de beleidsmatige inbreng vanuit de verschillende departementen, de opzet en functioneren van het programmabureau en de maatschappelijke beweging die we met dit programma op gang willen brengen. Ter aanvulling sturen wij u hierbij het verslag van de tweede conferentie Alles is gezondheid... die op 4 februari 2015 plaatsvond in Corpus, Oegstgeest1.

De rijksoverheid is niet exclusief verantwoordelijk voor alles wat in het programma gebeurt. Het programma wordt gedragen door een netwerk van diverse maatschappelijke organisaties die vanuit hun eigen missie, taken en verantwoordelijkheden een bijdrage leveren aan een gezonder en vitaler Nederland. Tijdens de tweede conferentie blikten zij terug op de activiteiten van het eerste jaar en dachten mee over de invulling van het tweede programmajaar.

De basis staat

Het beeld dat wij schetsen in de voortgangsrapportage (Kamerstuk 32 793, nr. 164) werd door de partners bevestigd. Er zijn duidelijke stappen gezet om de maatschappelijke beweging naar een vitaler en gezonder Nederland op gang te brengen. Met de 165 pledges die in 2014 werden ondertekend, hebben bijna 600 organisaties die zich met diverse activiteiten aan de doelstellingen van het programma verbonden. De actieve benadering vanuit het programmabureau Alles is gezondheid… heeft een belangrijke bijdrage geleverd om binnen organisaties gezondheid op de agenda te zetten en verbindingen met andere partijen te leggen. Zo is een nieuw breed netwerk ontstaan van een gevarieerde mix van partners uit onder andere de gezondheidszorg, welzijn, onderwijs, bedrijfsleven, overheden, onderzoek en sport.

Voortgangsmonitor

Het RIVM presenteerde de eerste set van indicatoren die inzicht geven in de maatschappelijke beweging die het programma op gang wil brengen. Het gaat hierbij om een voortgangsmonitor, geen effectmonitor (zie de website www.allesisgezondheid.nl/monitoring).Het RIVM concludeert op basis van de huidige gegevens dat op verschillende activiteiten vooruitgang is geboekt maar dat de aantallen en schaalgrootte nu nog te beperkt zijn om substantiële volksgezondheidseffecten te verwachten. Om dit effect wel te bereiken moet er nog een tandje bij: er kunnen meer vernieuwende verbindingen worden gelegd en er moeten meer mensen worden bereikt. Dit is de grote uitdaging voor het tweede en derde programmajaar en moet door alle partners worden opgepakt.

In onze ogen moeten we de komende tijd meer focus aanbrengen in het programma. Dat betekent dat we op zoek moeten naar slimme verbindingen om meer massa te maken, de activiteiten duidelijker te verbinden met de doelstellingen van het programma en zoeken naar structurele borging van de opbrengsten. We willen daarbij het specifieke karakter van het programma (geen exclusief overheidsprogramma maar een breed maatschappelijk netwerk) in stand houden.

Slim verbinden en slim kopiëren

Het programmabureau gaat in 2015 een actieve rol vervullen bij het zoeken naar nieuwe verbindingen en inspirerende voorbeelden, onder meer via social media, de interactieve website en de organisaties van bijeenkomsten. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de netwerken van de ambassadeurs, inspiratoren, platformleden en bureaumedewerkers. Dit beperkt zich niet tot de bestaande partners. Het bureau blijft zich ook inzetten om nieuwe partijen aan te laten sluiten via het tekenen van pledges. Extra aandacht wordt besteed aan pledges waarin alle 5 domeinen aan bod komen.

Opmaat naar structurele borging

In het eerste jaar lag de nadruk van het programma op verbreding: de activiteiten van het programmabureau waren er vooral opgericht om zoveel mogelijk nieuwe maatschappelijke partijen aan het programma te verbinden. In het tweede jaar staat innovatie centraal: werk maken van een integrale aanpak. Gezondheid en preventie kunnen beter in het dagelijkse leven worden verankerd als er vernieuwende verbindingen worden gecreëerd tussen partijen uit verschillende sectoren. In het derde jaar zal een verdiepingsslag plaatsvinden waarin alle partners van het programma gezamenlijk bekijken wat de activiteiten werkelijk bijdragen aan de gezondheidsdoelen van het NPP. Ook gaan we er voor zorgen dat we de versnipperde, incidentele preventieprojecten achter ons laten en dat de echt effectieve initiatieven breed worden ingevoerd en structureel worden verankerd.

In het eerste kwartaal van 2016 ontvangt uw Kamer het volgende voortgangsverslag van het Nationaal Programma Preventie.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven