Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232769 nr. 80

32 769 Herziening van de regels over toegelaten instellingen en instelling van een Financiële Autoriteit woningcorporaties (Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting)

Nr. 80 MOTIE VAN HET LID ORTEGA-MARTIJN

Voorgesteld 26 juni 2012

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel Herzieningswet toegelaten instellingen de vrijstellingsgrens voor administratieve scheiding uit de Mededingingswet voor toegelaten instellingen buiten werking stelt;

constaterende dat de beperking van administratieve lasten een van de speerpunten van beleid is;

constaterende dat de verplichting tot administratieve scheiding voor kleinere corporaties een onevenredige belasting vormt;

constaterende dat de verplichting tot administratieve scheiding voor corporaties verdere kosten met zich meebrengt hetgeen ten koste gaat van de investeringscapaciteit voor corporaties;

constaterende dat de regering als alternatief voor de 40 mln.-grens uit de Mededingingswet overweegt een verlicht regime in te richten voor kleine corporaties die aan meerdere criteria moeten voldoen;

van oordeel dat het gewenst is dat het verlichte regime materiële betekenis dient te hebben zowel qua aard van de verplichtingen als het aantal corporaties dat zich hiervoor kwalificeert;

verzoekt de regering, bij de nadere invulling van de administratieve scheiding de kleinere toegelaten instellingen zo veel mogelijk te ontzien, waarbij «kleiner» in dit verband wordt geoperationaliseerd in termen van het beschikken over minder dan 2000 woongelegenheden en een huuromzet van activiteiten niet behorend tot het DAEB-gebied van maximaal 5%,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ortega-Martijn