32 761 Verwerking en bescherming persoonsgegevens

24 095 Frequentiebeleid

Nr. 58 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 februari 2014

Tijdens het vragenuur van 21 januari 2014 over het manipuleren van afzendergegevens bij telefonie (Handelingen II 2013/14, nr. 43), ook bekend als << spoofing>>, zijn door de leden Recourt (PvdA), Van der Steur (VVD), Gesthuizen (SP), Schouw (S66) en Voortman (GroenLinks) zorgen geuit over de gevolgen die spoofing zou hebben voor strafrechtelijke onderzoeken, de privacy van betrokkenen en de mogelijkheden om spoofing te voorkomen. Ook zijn er vragen gesteld over de omvang van het gebruik van spoofing in strafrechtelijke onderzoeken en hoe deze omvang door politie en het Openbaar Ministerie wordt vastgesteld. Specifiek is gevraagd door de leden of personen onterecht als verdachte in beeld zijn gekomen door spoofing.

Tijdens het vragenuur van 21 januari 2014 heb ik toegezegd deze aspecten van spoofing goed uit te zoeken met politie, het Openbaar Ministerie, de providers en andere betrokkenen. Tevens heb ik toegezegd de Kamer te informeren over de stand van zaken voorafgaand aan het Algemeen Overleg van 12 februari 2014 over privacy. Met deze brief geef ik uitvoering aan deze toezegging.

Het fenomeen «spoofing» waar in het artikel van NU.nl van 20 januari 20141 op wordt ingegaan, is het manipuleren van de afzenderinformatie bij telefonie. Het gaat hierbij om voorwenden dat de beller belt vanaf een ander telefoonnummer dan in werkelijkheid het geval is.

Spoofing bij telefonie bestaat al geruime tijd, maar door het digitaal bellen is dit makkelijker geworden. Deze manipulatiemogelijkheden bij digitaal bellen zijn bekend. Hiervan wordt door bellers al meer dan tien jaar gebruik gemaakt. Er zijn verschillende diensten die spoofing aanbieden.

De politie en het Openbaar Ministerie maken in strafrechtelijke onderzoeken gebruik van telecommunicatiegegevens en hebben dus ook te maken met spoofing. De politie en OM zijn hierop zeer alert. De politie beschikt over diverse middelen om te verifiëren of een beller gebruik maakt van spoofing. Verificatie van telefoonnummers en de gebruiker is een belangrijk onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek en dus ook de detectie van spoofing. Van belang is in dit kader te melden dat telecommunicatiegegevens nooit als alleenstaand bewijs wordt geaccepteerd worden. Er zal altijd meer onderzoek moeten worden gedaan en gekeken of de gegevens in de rest van de bewijsmiddelen passen.

De door de leden genoemde aspecten alsook andere relevante aspecten omtrent spoofing worden momenteel nader uitgezocht. Rekening houdend met nieuwe technologische ontwikkelingen wil ik met de betrokken instanties inventariseren of de detectie van spoofing voor verbetering vatbaar is. Naar aanleiding van de inventarisatie zal ik bezien of er aanleiding is maatregelen te treffen die eventuele nadelen van spoofing voor strafrechtelijke onderzoeken kunnen ondervangen. Dit vergt zorgvuldige afstemming met alle betrokkenen. Deze inventarisatie zal de komende tijd worden uitgevoerd en ik zal u daarover zo spoedig mogelijk berichten.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

Naar boven