Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232761 nr. 36

32 761 Verwerking en bescherming persoonsgegevens

Nr. 36 MOTIE VAN DE LEDEN RECOURT EN BERNDSEN

Voorgesteld 5 juli 2012

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de richtlijn, geïntroduceerd door de Europese Commissie, welke betrekking heeft op het gebruik van persoonsgegevens in verband met de opsporing en vervolging van strafbare feiten, gevolgen zal hebben voor de privacy van een groot deel van alle Europese burgers;

overwegende dat de effectieve aanpak van criminaliteit aparte regels voor privacybescherming rechtvaardigt;

constaterende dat hoofdstuk vijf van deze conceptrichtlijn regels geeft met betrekking tot de doorgifte van persoonsgegevens naar landen buiten de Europese Unie;

constaterende dat deze regels tevens ruimte bieden voor doorgifte naar landen zonder passend beschermingsniveau, onder meer op basis van eigen beoordeling door autoriteiten en op basis van een heel aantal zeer ruim geformuleerde uitzonderingen;

constaterende dat deze regels tevens ruimte laten voor doorgifte naar niet-competente autoriteiten in derde landen;

verzoekt de regering, zich in te spannen de richtlijn zo vorm te geven dat bij de doorgifte van persoonsgegevens naar derde landen de privacybescherming die deze richtlijn beoogt te bieden, ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd;

en gaat over tot de orde van de dag.

Recourt

Berndsen