Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 augustus 2026
In het Commissiedebat Bescherming persoonsgegevens en grote datalekken met uw Kamer
van 25 juni 2026 heb ik toegezegd terug te komen op de vraag van het lid Van den Berg
(JA21) inzake de handreiking AVG.1 De vraag luidde of er een handelingskader voor de AVG is opgesteld en onder de aandacht
gebracht kan worden binnen de Rijksoverheid, om daarmee de handelingsverlegenheid
bij departementen te verminderen. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.
Het is van belang dat overheidsorganisaties adequaat reageren op datalekken, omdat
de privacy en bescherming van persoonsgegevens van burgers in het geding is. In 2018
is een handleiding AVG en UAVG opgesteld, onder auspiciën van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid. In de handleiding wordt beschreven wanneer sprake is van een datalek
en wordt ook de meldplicht aan zowel de toezichthouder als de betrokkenen toegelicht.
De handleiding is voor het laatst herzien in 2022.2 Zodra de Verzamelwet gegevensbescherming in werking treedt, zal de handleiding hierop
aangepast worden. In de tussentijd zal dit handelingskader nogmaals onder de aandacht
worden gebracht binnen de Rijksoverheid via de Chief Privacy Officer (CPO)-raad. In
onze gesprekken met de gemeenten en de koepels zullen wij voornoemde handreiking ook
onder de aandacht brengen.
Op interdepartementaal niveau worden datalekken periodiek geëvalueerd. Naar aanleiding
van de laatste evaluatie is besloten om het huidige proces voor de interne melding
van een datalek, indien meerdere departementen hierbij betrokken zijn, te herzien.
Dit proces is naar verwachting voor het einde van dit jaar gereed en zal meer duidelijkheid
en handvatten bieden met betrekking tot onder meer de communicatie tussen de departementen.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg