Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932761 nr. 128

32 761 Verwerking en bescherming persoonsgegevens

Nr. 128 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2018

In mijn brief aan uw Kamer van 13 juli jongstleden over het onderzoeksrapport van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) over het gebruik van het BSN in het btw-identificatienummer heb ik de instelling aangekondigd van een commissie van deskundigen om mij te adviseren over deze problematiek.1 Dit omdat ik eraan hecht te komen tot een oplossing daarvoor die recht doet aan zowel het belang van de privacy van ondernemers, als aan het belang van een ongestoorde heffing van de omzetbelasting.

De commissie is ingesteld per 1 september 2018 en bestond uit de heer P.J. Hustinx (onder meer oud-voorzitter van de Registratiekamer en het College bescherming persoonsgegevens), de heer H. Henseler (onder meer lector digital forensics aan de Hogeschool Leiden) en de heer R.A. Wolf (onder meer hoogleraar belastingrecht (kostprijsverhogende belastingen) aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De opdracht van de commissie was opgenomen in de brief van 13 juli, maar is mede in overleg met de leden nog aangevuld wat betreft het juridische aspect van de problematiek. De uiteindelijke opdracht luidde:

  • a. Het beoordelen van de technische en organisatorische complexiteit alsmede de juridische aspecten van tot nu toe onderzochte varianten voor het beëindigen van het gebruik van het BSN in het btw-identificatienummer, teneinde de bevindingen uit de uitgevoerde onderzoeken te kunnen bevestigen dan wel falsificeren.

  • b. Het op basis van dit oordeel en een analyse van de juridische kaders voor gebruik van het BSN en het btw-identificatienummer, formuleren van alternatieven om tot een structurele oplossing te komen voor samenstelling van het btw-identificatienummer, met eventueel flankerende maatregelen voor een overgangsperiode.

De commissie is haar werkzaamheden in de loop van september gestart en heeft op 10 december haar rapport opgeleverd. Dit rapport bied ik u hierbij aan2.

De commissie heeft de onderzoeken die de Belastingdienst de afgelopen jaren zelf heeft uitgevoerd naar alternatieven voor het gebruik van het BSN in het btw-identificatienummer beoordeeld. Zij bevestigt de door de Belastingdienst geschetste beperkingen aan de uitvoerbaarheid en risico’s voor de continuïteit van de heffing van de omzetbelasting (OB) die aan die alternatieven verbonden waren en die ertoe leiden dat wijziging van de nummersystematiek in het huidige systeemlandschap op korte termijn niet mogelijk is. De commissie ziet echter een variant, door haar aangeduid als de factuurvariant, die de uitvoeringproblemen beperkt en niet interfereert met de beoogde vernieuwing van het OB-systeem, maar daarin op termijn wel kan opgaan.

In de factuurvariant krijgen alle (circa 1,3 mln.) eenmanszaken een nieuw btw-identificatienummer zonder BSN, dat zij verplicht zijn te gebruiken voor vermelding op hun facturen en op hun website. De Belastingdienst gebruikt dit nummer bij de afhandeling van heffing en verrekening van omzetbelasting bij intracommunautaire transacties en bij andere transacties op basis van EU-regelingen, zoals mini one stop shop (MOSS) en VAT-refund.

Voor overige transacties of communicatie tussen belastingplichtige en Belastingdienst in het kader van de omzetbelasting blijft het BSN-gebaseerde OB-nummer in gebruik. Voor situaties waarin het oude en nieuwe nummer elkaar «raken», wordt een service ingericht waarmee conversie van het oude naar het nieuwe nummer of vice versa kan plaatsvinden ten behoeve van de juiste afhandeling van transacties binnen de Belastingdienst.

Het verschil tussen de factuurvariant en de eerder door de Belastingdienst onderzochte alternatieven is dat in deze variant het nieuwe nummer zo veel als mogelijk «buiten» de systemen van de Belastingdienst wordt gehouden doordat dit – zoals gezegd – alléén voor vermelding op facturen en website en voor afhandeling van EU-gerelateerde transacties wordt gebruikt. Daarmee wordt extra complexiteit in systemen en processen voorkomen en wordt vermeden dat aanpassingen moeten worden doorgevoerd in (vaak verouderde) applicaties die onderdeel uitmaken van het OB-systeemlandschap. De oplossing is toekomstbestendig, in die zin dat de nieuwe nummersystematiek kan worden overgenomen in het nieuwe OB-systeem dat de komende jaren gerealiseerd zal worden.

De commissie heeft de factuurvariant getoetst aan een juridisch en technisch-organisatorisch beoordelingskader. De commissie acht de variant in lijn met de wetgeving op het gebied van omzetbelasting, gegevensbescherming (inclusief gebruik van het BSN) en elektronische handel. Het resterende (interne) gebruik van het BSN in het kader van de omzetbelasting strookt naar het oordeel van de commissie met het doel van het BSN, namelijk registratie van natuurlijke personen bij overheidsorganisaties, uitwisseling van gegevens tussen overheidsorganisaties onderling en communicatie van overheidsorganisaties met natuurlijke personen.

Voor de toetsing aan het technisch-organisatorische kader heeft de commissie onder meer gebruik gemaakt van een globale impactanalyse die de Belastingdienst op haar verzoek heeft uitgevoerd op de factuurvariant. Daaruit blijkt dat de variant technisch realiseerbaar is binnen een termijn van een jaar na opdrachtverlening. Na die termijn kunnen alle eenmanszaken over een nieuw btw-identificatienummer beschikken.

De commissie vraagt wel aandacht voor het feit dat het gebruik van het oude, BSN-gebaseerde btw-identificatienummer na invoering van de factuurvariant niet direct verleden tijd zal zijn. Het volledig doorvoeren van het nieuwe nummer in de administratie en uitvoeringpraktijk van de 1,3 mln. ondernemers die het betreft zal waarschijnlijk meer tijd vergen. Ook zal met de Europese Commissie overleg moeten worden gevoerd over invoering van het nieuwe nummer in systemen voor de uitvoering van Europese btw-regelingen (bijvoorbeeld MOSS, VAT-Refund).

Door een gedegen implementatie- en communicatietraject parallel aan technische realisatie van de variant bij de Belastingdienst zelf, moet deze overgangsperiode beperkt gehouden worden.

Op 4 december jongstleden heeft de AP een handhavingsbesluit genomen naar aanleiding van het in juni uitgebrachte onderzoeksrapport over gebruik van het BSN in het btw-identificatienummer. De AP legt de Minister van Financiën een verwerkingsverbod voor het BSN in het btw-identificatienummer op met ingang van 1 januari 2020. Het besluit is bij deze brief gevoegd3.

De factuurvariant is de afgelopen week aan de AP voorgelegd. De AP heeft laten weten dat deze variant op papier een oplossing lijkt te bieden voor het probleem dat het BSN van zelfstandigen breed wordt verspreid via het btw-identificatienummer.

De Belastingdienst zal prioriteit geven aan de realisatie van de factuurvariant. De implementatie van een nieuw nummer raakt ondernemers, softwareleveranciers en de EU, aangezien zij alle gebruik maken van het nummer. Daarom zal een communicatietraject onderdeel zijn van de implementatie.

In de Halfjaarsrapportage en de voortgangsrapportages die ik naar aanleiding van het jaarplan 2019 van de Belastingdienst zal uitbrengen, houd ik uw Kamer op de hoogte van de voortgang.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel


X Noot
1

Kamerstuk 32 761, nr. 124.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl