Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632761 nr. 104

32 761 Verwerking en bescherming persoonsgegevens

Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2016

Tijdens het Algemeen Overleg Privacy van 18 mei jongstleden Kamerstuk 32 761, nr. 102) heb ik uw Kamer toegezegd om – gezamenlijk met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) – de implicaties van de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) voor de capaciteit en het budget van de AP in kaart te brengen en door een onafhankelijke deskundige te laten valideren. Middels deze brief informeer ik uw Kamer over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de uitvoering van deze toezegging.

De AP heeft het adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) de opdracht gegeven om de consequenties van de algemene verordening gegevensbescherming te vertalen naar de taken en werkprocessen binnen de eigen organisatie. In dit onderzoek worden de consequenties van de inwerkingtreding van verordening op de benodigde capaciteit en het budget eveneens in kaart gebracht. Tussen mijn ministerie, de AP en AEF zijn afspraken gemaakt over de opzet en uitvoering van het onderzoek. Hiermee wordt voorzien in de aan u toegezegde objectieve, externe en onafhankelijke analyse en validatie van de gevolgen van de AVG voor de taakuitvoering en werklast van de AP. Naar verwachting levert AEF in het najaar een definitief rapport op.

De uitkomsten van het onderzoek zullen worden meegenomen in het wetsvoorstel ter implementatie van de algemene verordening gegevensbescherming.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur