32 757 Bouwbesluit 2012

Nr. 117 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 november 2015

In deze brief informeer ik u over de aanpak van strijdige en discutabele certificaten ten opzichte van de Europese Bouwproductenverordening (Construction Products Regulation, CPR). Zoals vermeld onder meer in de beantwoording op Kamervragen rondom het ERB rapport «Erkende technische oplossingen» (2013, Kamerstuk 32 757, nr. 92, antwoord op vraag 10) is in 2014 een majeure operatie uitgevoerd betreffende de aanpassing van certificaten, die zou moeten leiden tot een heldere scheiding van CE-Markeringen en Erkende Kwaliteitsverklaringen (EKV’s) per 1 januari 2015.

Het erkende stelsel

In Nederland kennen we een uitgebreid certificatiestelsel in de bouw. Dit stelsel vindt zijn publiekrechtelijke grondslag in het Bouwbesluit en Besluit bodemkwaliteit. Binnen dit stelsel komen zogenoemde erkende kwaliteitsverklaringen (EKV’s) tot stand; dit zijn certificaten voor bouwproducten, processen en diensten in de bouw die een aansluiting hebben aan het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit regelt dat – wanneer EKV’s worden toegepast – dit voldoende bewijs is dat aan het Bouwbesluit-voorschrift wordt voldaan.

De bouwproductenverordening

De CPR creëert een interne markt voor bouwproducten door op Europees niveau geharmoniseerde technische specificaties vast te stellen om de prestaties van bouwproducten te beoordelen. Als het product onder de Europese Verordening bouwproducten valt en er is een geharmoniseerde norm op van toepassing, dan moet het product een CE-markering hebben. Een fabrikant die een CE-markering aanbrengt, verklaart daarmee dat zijn product volgens Europese normen is getest of beoordeeld.

Onderzoek ILT

Uit onderzoek door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is gebleken dat bij circa een derde van de beoordelingsrichtlijnen (BRL-en) die onder het erkende stelsel van certificatie in de bouw vallen, sprake is van strijdigheid of mogelijke strijdigheid met de Europese Bouwproductenverordening (CPR). Dit maakt dat de certificaten die op basis van deze strijdige en discutabele BRL-en worden afgegeven, eveneens in strijd en mogelijk in strijd zijn met de CPR.

De BRL-en en EKV’s waarbij strijdigheid is geconstateerd met de CPR, moeten worden aangepast. De BRL-en en EKV’s waarbij het volgens de bevindingen van de ILT niet mogelijk is gebleken om vast te stellen of deze voldoen aan de CPR, moeten met name worden bezien op eventuele verwijzingen in het private deel. Het private deel valt niet onder het erkende stelsel en kan strijdig zijn met de CPR. Daarom heb ik Stichting Bouwkwaliteit opdracht gegeven binnen een termijn van drie maanden het proces te faciliteren zodat certificatie-instellingen alle strijdige dan wel discutabel aangemerkte BRL-en, gerelateerd aan het Bouwbesluit en het Besluit bodemkwaliteit, aanpassen of aantonen dat er geen sprake is van strijdigheid met de CPR.

In augustus dit jaar heb ik hierover overleg gehad met KOMO, Bouwend Nederland, de Aannemersfederatie Nederland en het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB). Tijdens dit gesprek zijn de bevindingen van de ILT gedeeld en is gesproken over het zo snel mogelijk oplossen hiervan. Ik heb er vertrouwen in dat dit aanpassingstraject snel wordt opgepakt. De EKV’s hebben als doel de administratieve lasten voor de sector te verlichten.

Als de acties niet binnen de gestelde termijn tot correcte BRL-en leiden, dan zal ik genoodzaakt zijn om de strijdige certificaten uit het stelsel te halen. Ik ga er echter vanuit dat de betrokken partijen tijdig actie zullen ondernemen.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

Naar boven