Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201432757 nr. 92

32 757 Bouwbesluit 2012

Nr. 92 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 februari 2014

Met deze brief geef ik invulling aan de motie van het lid De Vries van 20 november 2013 (Kamerstuk 33 750 XVIII, nr. 14). Tevens geef ik u met deze brief mijn standpunt over het bijgevoegde rapport «Erkende technische oplossingen» van het Expertisecentrum Regelgeving Bouw, d.d. 29 november 20131, zoals verzocht in uw brief van 20 januari 2014.

1. Hoofdlijnen van het ERB-rapport «Erkende technische oplossingen»

Het Expertisecentrum Regelgeving Bouw (ERB) heeft in mijn opdracht het rapport «Erkende technische oplossingen» gemaakt, met een uitwerking van een onderdeel van een stelsel van kwaliteitsborging voor eenvoudige bouwwerken. Deze bouwwerken vormen volgens het ERB ongeveer 80 procent van de totale bouwopgave. De in het rapport beschreven werkwijze zal volgens het ERB uiteindelijk leiden tot vermindering van regeldruk en verbetering van de positie van de niet-professionele opdrachtgever en eindgebruiker.

Een «erkende technische oplossing» is volgens het ERB een oplossing die met grote mate van zekerheid aan het Bouwbesluit 2012 zal voldoen. De opdrachtgever levert op het moment van gereedmelding van het bouwwerk – bijvoorbeeld in een opleverdossier – bewijs dat hij heeft gewerkt met «erkende technische oplossingen». Deze «erkende technische oplossingen» zijn voor het bevoegd gezag (en in voorkomend geval een private kwaliteitsborger) voldoende bewijs dat conform het Bouwbesluit 2012 is gebouwd. Het bevoegd gezag of een private kwaliteitsborger hoeven dus alleen nog maar te toetsen of gebouwd is volgens «erkende technische oplossingen».

Om een, in de ogen van het ERB, ongecontroleerde wildgroei in technische oplossingen te voorkomen, adviseert het ERB de instelling van een zogeheten Kennisautoriteit. Deze Kennisautoriteit krijgt als taken de totstandkoming, het onderhoud en de goedkeuring van de «erkende technische oplossingen». Al bestaande en nog nieuw te ontwikkelen technische oplossingen zullen door de Kennisautoriteit worden beoordeeld op het voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Als een ingediende technische oplossing wordt beoordeeld als zijnde conform het Bouwbesluit 2012, wordt deze door de Kennisautoriteit benoemd als «erkende technische oplossing».

Het ERB adviseert om een garantiekapitaal ter grootte van een jaarbegroting van de Kennisautoriteit beschikbaar te stellen om de startfase van de Kennisautoriteit mogelijk te maken. Het ERB heeft dit begroot op bijna € 3 miljoen.

2. Reactie op het ERB-rapport «Erkende technische oplossingen»

Ik sta positief tegenover elk voorstel dat leidt tot verbetering van de kwaliteitsborging, gekoppeld aan een versterking van de positie van de bouwconsument en een vermindering van regeldruk. In die zin sta ik dus ook positief tegenover het werken met erkende technische oplossingen. In het ERB-rapport is op een concreet niveau uitgewerkt hoe een stelsel voor erkende technische oplossingen vorm kan krijgen. Dit levert waardevolle inzichten op die bruikbaar zijn bij de uitwerking van het nieuwe stelsel voor kwaliteitsborging.

De werkwijze die in het ERB-rapport is beschreven, sluit in mijn ogen nauw aan bij de huidige bouwpraktijk, waarin gewerkt wordt met erkende kwaliteitsverklaringen, private documenten (zoals voorbeeldbladen, praktijkrichtlijnen, SBR-details enzovoorts) en prestatieverklaringen (CE-markering). Deze verschillende instrumenten worden door de marktpartijen en het bevoegd gezag gebruikt om op een praktische en eenvoudige manier invulling te geven aan de eisen in het Bouwbesluit 2012. Voor de publiekrechtelijke erkende kwaliteitsverklaringen en voor de prestatieverklaringen zijn regels opgesteld en onafhankelijke organisaties aangewezen die de kwaliteit van de verklaringen borgen. Marktpartijen en bevoegd gezag kunnen met deze instrumenten voor de 80 procent eenvoudige bouwwerken in het algemeen goed uit de voeten.

In het rapport van het ERB wordt onvoldoende duidelijk gemaakt waarom aan deze bestaande instrumenten het nieuwe instrument van «erkende technische oplossing» moet worden toegevoegd. Voor zover de bestaande instrumenten verbetering behoeven, ben ik er voorstander van dat de bestaande instrumenten worden verbeterd door de betrokken partijen, in plaats van de introductie van een geheel nieuw instrument zoals voorgesteld door het ERB.

Naast de voor mij onvoldoende duidelijke toegevoegde waarde, leidt het systeem van het ERB in mijn ogen afhankelijk van de precieze invulling tot vergroting van de bureaucratie. Voor alle mogelijke technische oplossingen moeten namelijk door een nieuw op te richten Kennisautoriteit «erkende technische oplossingen» worden opgesteld. Hierbij gaat deze Kennisautoriteit alle bestaande instrumenten (private documenten, erkende kwaliteitsverklaringen en prestatieverklaringen) verwerken tot «erkende technische oplossingen». Het ERB heeft voor mij onvoldoende aangetoond waarom deze omvorming tot één type instrument door één centrale organisatie noodzakelijk is.

Ik heb het voornemen om de genoemde bestaande instrumenten van erkende kwaliteitsverklaringen, prestatieverklaringen en private documenten ook een plaats te geven binnen het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging, dat ik aan u heb gepresenteerd in mijn brief van 27 november 2013. Op initiatief van de bouwsector is een kwartiermakerstraject gestart voor de uitwerking van rollen, taakverdeling en planning en daarmee te komen tot nadere invulling van het nieuwe stelsel. Ik ben voornemens om deze kwartiermakers opdracht te geven om voorstellen aan mij te doen voor de wijze waarop het gebruik van de bestaande instrumenten concreet kan worden ingevuld in het nieuwe stelsel. Ik zal het rapport van het ERB aan deze kwartiermakers sturen met het verzoek het te betrekken in hun werk, binnen de lijnen die ik in deze brief heb geschetst.

3. Invulling van de motie De Vries

De motie van lid De Vries van 20 november 2013 verzoekt de regering om prioriteit te geven aan de vereenvoudiging van de bouwregelgeving, met name voor de 80 procent van de bouwplannen die zodanig eenvoudig zijn, dat het mogelijk moet zijn dat deze zonder ingewikkelde procedures tot stand komen.

Ik concludeer allereerst dat de bestaande instrumenten (erkende kwaliteitsverklaring, prestatieverklaring en private documenten) voor de 80 procent van de eenvoudige bouwwerken al op een eenvoudige en praktische manier invulling geven aan het Bouwbesluit 2012.

Ik zal conform uw motie, prioriteit blijven geven aan de vereenvoudiging van de bouwregelgeving, zeker waar dit bijdraagt aan vermindering van regeldruk en versterking van de positie van bouwconsument. Zo presenteer ik binnenkort een voorstel voor de vereenvoudiging van de bouwregelgeving voor particuliere opdrachtgevers aan uw Kamer. Ik geef de voorkeur aan verbeteringen binnen het huidige stelsel boven introductie van een nieuw instrument zoals de «erkende technische oplossing».

In het nieuwe stelsel van de kwaliteitsborging in de bouw ben ik voornemens om nog een stap verder te gaan. Voor eenvoudige bouwwerken denk ik hierbij aan een aanpak waarin personen of bedrijven, die aan kunnen tonen dat zij volgens het Bouwbesluit 2012 werken en erkend zijn, het vertrouwen krijgen het werk op de juiste wijze te kunnen uitvoeren. Om deze voorstellen te borgen werk ik aan een adequaat wettelijk kader voor de toetsing van deze aanpak, een heldere verdeling van de aansprakelijkheid tussen bouwer en opdrachtgever en een vrijwillige verzekerde garantie.

Tevens ben ik van mening dat de bestaande instrumenten goed kunnen worden geïntegreerd in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging. Voor de duidelijkheid merk ik hierbij op dat ik in mijn brief van 27 november 2013 onder de 80 procent de eenvoudige bouwwerken versta die vergunningplichtig zijn. Eenvoudige bouwwerken die nu reeds vergunningvrij zijn, zullen dit ook zijn onder het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer