Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232735 nr. 52

32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 52 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5april 2012

Zoals toegezegd aan de vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken tijdens het Algemeen Overleg van 15 maart 2012 (kamerstuk 21 501-02, nr. 1143) ter voorbereiding van de Raad Buitenlandse Zaken bied ik u hierbij nadere informatie aan over de dood van de leider van de Palestijnse Volksverzetscomités Zuhair al-Qaissi.

Op 9 maart 2012 heeft het Israëlische leger bekend gemaakt bij een luchtaanval al-Qaissi en een van zijn medewerkers, tevens zijn schoonzoon, Mahmud Hananni, te hebben gedood. Deze luchtaanval heeft geleid tot een escalatie van het geweld in Zuid-Israël en Gaza in de daaropvolgende dagen.

Volgens de Israëlische strijdkrachten waren beiden bezig met de planning van een terreuraanslag die in de volgende dagen zou plaatsvinden in Israël, uit te voeren via de Sinaï. Het voorkómen van deze op handen zijnde terreuraanslag lijkt de grondslag voor de Israëlische aanval. Eerder zou al-Qaissi, aldus Israël, betrokken zijn geweest bij de gijzeling van de Israëlische militair Ghilad Shalit.

De vaste Commissie vroeg specifiek om een oordeel van het kabinet of hier sprake is geweest van een buitengerechtelijke executie en zo ja, waarom Nederland geen protest heeft aangetekend, zoals Nederland eerder deed bij de buitengerechtelijke executies van Sheikh Yassin en zijn opvolger Abdel Aziz Rantisi in 2004.

Zoals uiteengezet in de brief van 24 juni 2011 over het Nederlandse standpunt inzake buitengerechtelijke executies (32 735, nr. 24) vereist de beantwoording van de vraag of hier sprake is van een buitengerechtelijke executie, inzicht in de feitelijke omstandigheden van de levensberoving.

Aangezien het kabinet niet beschikt over deze informatie onthoudt het zich van een oordeel over de rechtmatigheid van deze levensberoving. Ook de VN, de EU en EU-lidstaten hebben zich niet uitgesproken over deze gebeurtenis.

Het Israëlische rechtssysteem biedt de mogelijkheid om vragen, zoals over de rechtmatigheid van het gebruik van geweld, voor te leggen aan de nationale rechter.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal