32 733 Beleidsbrief Defensie

Nr. 66 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juni 2012

Tijdens de regeling van werkzaamheden op 25 april jl. hebben de leden Hernandez (PVV) en Heijnen (PvdA) mij om opheldering gevraagd over de vergoeding voor militairen die vrijwillig ontslag nemen. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

Defensie bevindt zich midden in een reorganisatie van een omvang die niet eerder is voorgekomen. Reorganisaties met een dergelijke omvang hebben onmiskenbaar ingrijpende gevolgen voor het defensiepersoneel. Vrijwel iedere eenheid bij Defensie wordt er door geraakt. Zoals ik heb gemeld in de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1) zijn gedwongen ontslagen daarbij helaas onvermijdelijk. Het gaat daarbij stuk voor stuk om mensen die zich vaak jarenlang hebben ingezet voor Defensie en voor de belangen van het Koninkrijk. Voor deze mensen is het van belang dat Defensie beschikt over een modern en activerend sociaal beleid.

Op 6 december 2011 is met de centrales van overheidspersoneel overeenstemming bereikt over het nieuwe sociaal beleidskader (SBK). Met mijn brief van 7 februari jl. (TK 2011–2012, Aanhangsel nr. 1447) heb ik de Kamer een afschrift van dit SBK gestuurd.

Het nieuwe SBK is allereerst activerend. Dat wil zeggen dat de instrumenten van het SBK overtollige werknemers moeten ondersteunen bij het vinden van een nieuwe baan. Het SBK bevat daarnaast ook instrumenten om vrijwillig vertrek te stimuleren om overtolligheid zoveel mogelijk te voorkomen. De vraag van het lid Hernandez had betrekking op deze laatste voorziening.

Door de personeelsreductie en de gewenste rangs- en leeftijdopbouw zullen vooral medewerkers overtollig worden die langere tijd bij Defensie werkzaam zijn. De inkomensregeling, die tijdens de regeling van werkzaamheden aan de orde is gesteld, is beschreven in hoofdstuk 8 van het SBK 2012. Het betreft een regeling die betrekking heeft op een «gegarandeerd maandelijks inkomen». De doelstelling hiervan is het vrijwillig vertrek van medewerkers met langdurige diensttijd met vaak een moeilijke arbeidsmarktpositie te stimuleren.

Deze maatregel maakt onderdeel uit van een breed palet aan stimuleringsmaatregelen om gedwongen ontslagen zoveel mogelijk te voorkomen. De inkomensgarantie biedt de mogelijkheid om een baan buiten Defensie met een lager inkomen te aanvaarden. Of iemand bij vertrek al uitzicht heeft op een nieuwe baan, zoals het lid Hernandez in zijn vraag suggereert, kan per persoon verschillen.

Het lid Heijnen vroeg tijdens de regeling van werkzaamheden om een verdeling van de rangen en de bedragen die daarmee zijn gemoeid. De soort voorziening of de hoogte van de stimuleringspremie die een werknemer kan ontvangen, is echter afhankelijk van de rang en de duur van het dienstverband bij Defensie.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen

Naar boven