Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332698 nr. 9

32 698 Hoogwaterbeschermingsprogramma

Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 maart 2013

Hierbij bied ik u de derde voortgangsrapportage (VGR3) van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) aan1, met peildatum 31 december 2012. Het doet mij deugd dat in de verslagperiode de volgende zeven projecten zijn afgerond: Keent en Keent–Grave; Kunstwerken Boxmeer–Grave; Boxmeer; Riensluis te Lemmer; Havendammen en steenbekleding Stavoren; Roggebotsluis en Sluizencomplex Terneuzen.

Planning

Momenteel zijn 58 van de 89 projecten binnen HWBP-2 afgerond. In totaal bevinden zich 22 projecten in de planstudiefase en 9 projecten in de realisatiefase.

Zoals in de basisrapportage en vorige VGR’s is gemeld, worden vijf projecten na 2017 afgerond. Volgens de nieuwste inzichten wordt ook het project Ameland mogelijk na 2017 afgerond.

Financiën

De programmaraming bedraagt momenteel 3.142 miljoen euro. Het programmabudget is 3.151 miljoen euro. De prijscompensatie 2012 wordt in de Voorjaarsnota 2013 aan het budget toegevoegd.

Innovatie

In de verslagperiode is het eerste deel van de door hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Rijkswaterstaat uitgevoerde innovatieve praktijkproef «Dijken op Veen» afgerond. De tussenresultaten laten zien dat veenondergrond sterker lijkt dan tot op heden werd verondersteld. De komende tijd wordt benut om de nieuw opgedane kennis toepasbaar te maken voor het project Hoorn-Edam-Amsterdam. Zoals toegezegd tijdens het WGO Water van 10 december 2012 zal ik uw Kamer tijdig over de consequenties, waaronder het deel van de versterking bij Uitdam, informeren. De einddatum van het project blijft ongewijzigd.

Projectspecifieke zaken

Half december is een principeakkoord bereikt met HHNK, provincie Noord-Holland en gemeente Texel over de financiering van een zandige versterking van de Prins Hendrikdijk op Texel. Ik ben verheugd dat met deze innovatieve versterking natuurbouw en waterveiligheid wordt gecombineerd en tegemoet wordt gekomen aan de wensen van bewoners en andere belanghebbenden op Texel. Uit HWBP-2 wordt het bedrag voor de aanleg van de meest sobere en doelmatige dijkversterking ter beschikking gesteld.

De meerkosten voor de innovatieve natuurbouw worden door de overige betrokken partijen en uit het Waddenfonds gefinancierd. De komende periode wordt een overeenkomst voor de realisatie van de zandige versterking opgesteld. De Prins Hendrikdijk maakt onderdeel uit van het project Waddenzeedijk Texel.

Op 5 juli 2012 is tijdens het VAO Water door uw Kamer een motie aangenomen (27 625, nr. 273) die de regering verzocht de dijkversterking bij Den Oever uit te stellen en te koppelen aan de uitwerking van de Structuurvisie Toekomst Afsluitdijk. Dit heeft ertoe geleid dat met betrokken partijen nogmaals intensief is gezocht naar synergiemogelijkheden tussen beide projecten. Geconcludeerd is dat gezien de fysieke scheiding van het project Den Oever en de Afsluitdijk, het waterveiligheidsaspect onvoldoende aanknopingspunten biedt om de uitvoering van beide projecten te combineren. De enige optie daartoe, een dijkverlegging in combinatie met een stormvloedkering, is op basis van een MKBA en een financiële haalbaarheidstudie geen reële mogelijkheid gebleken. In de verslagperiode heeft HHNK het voorkeursalternatief voor Den Oever na een beperkte aanpassing definitief vastgesteld. De gemeente Hollandse Kroon is intensief bij deze besluitvorming betrokken geweest.

Het project Hoorn-Enkhuizen is ten opzichte van de basisrapportage circa 11 miljoen euro duurder geworden. Belangrijkste oorzaak is dat het project kwalitatief onvoldoende was uitgewerkt toen het op de markt werd gezet. Het project is in de afrondende fase. HHNK trekt in samenspraak met het programmabureau wederzijdse lessen uit het project, ook met oog op andere projecten. Middels een onttrekking van 9 miljoen euro aan de post onvoorzien op programmaniveau wordt het subsidiabele deel van de meerkosten gedekt.

Verbetertraject

Om de voortgang te waarborgen is de afgelopen periode ingezet op het versterken van de bestuurlijke samenwerking binnen het programma. Tijdens een bijeenkomst op 23 november 2012 hebben Rijk en beheerders zich gecommitteerd aan het tijdig vaststellen van de resterende dertien voorkeursalternatieven binnen HWBP-2. Hiertoe zijn de betreffende projecten in januari door beheerders, programmabureau en deskundigen intensief doorgelicht op risico’s en beheersmaatregelen en zijn optimalisatiekansen vastgelegd. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over het parallel schakelen van processen, het optimaliseren van de interactie tussen programmabureau en beheerder en het vergroten van de kennisoverdracht binnen HWBP-2.

Na de peildatum zijn inmiddels zeven van de dertien resterende voorkeursalternatieven vastgesteld. In juni komen betrokken bestuurders opnieuw bijeen om de voortgang te bespreken. Deze aanpak beoogt op een praktische en voortvarende wijze invulling te geven aan een van de voornaamste aanbevelingen van de auditdienst (ADR) omtrent het risicomanagement bij beheerders. Daarnaast is het door de ADR genoemde programmabeheersplan geactualiseerd en aangescherpt.

Tot slot

Er zijn werkafspraken gemaakt om te komen tot tijdige verzending van de accountantsrapporten. Het volgende rapport van de ADR verschijnt bij VGR4.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer