32 678 Defensie Materieel Organisatie (DMO)

Nr. 36 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2016

In mijn brieven van 15 april en 24 oktober jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 102 en Kamerstuk 32 678, nr. 34) heb ik toegezegd uw Kamer te informeren zodra ik het definitieve advies van het College voor Geschillen Medezeggenschap Defensie (CGMD) over de verhuizing van de Haagse DMO zou ontvangen. Op 28 oktober jl. heeft het college het definitieve advies aangeboden.

Het college stelt vast dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de inpasbaarheid van de Haagse DMO op de Kromhoutkazerne (KHK) en ziet geen toegevoegde waarde in een nieuwe analyse van vullingsalternatieven. Concluderend adviseert het college partijen niet langer te spreken over de «wat-vraag» (wel of niet verhuizen) maar het overleg te beginnen over de «hoe-vraag» die verband houdt met de verhuizing. Het gaat daarbij om bedrijfsvoerings-vraagstukken zoals parkeren, legering, restaurantfaciliteiten. Daarnaast moet worden gesproken over de toepassing van rechtspositionele regels.

De secretaris-generaal heeft besloten dit advies op te volgen en het voorgenomen besluit de Haagse delen van de DMO te verhuizen naar de KHK om te zetten in een definitief besluit. Hiermee komt een einde aan een lange tijd van onzekerheid en discussie. Er zal nu nader overleg worden gevoerd met de medezeggenschap over de manier waarop de verhuizing wordt uitgevoerd.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven