Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 2013
Conform het verzoek van de vaste Commissie van Economische Zaken van 16 april jl.
ontvangt u hierbij mijn reactie op het artikel in de Elsevier van 13 april 2013.
Ik heb geconstateerd dat er de afgelopen jaren veel gebeurd is en tegelijkertijd ook
heel weinig bij de Nederlandse implementatie van het Europees natuurbeleid Natura
2000. Dat is wat mij betreft ook de kern van de beschreven situatie in het artikel
in de Elsevier. Graag wil ik ingaan op deze problematiek en de stappen die ik ga zetten
om meters te maken bij de implementatie om zo tot goede oplossingen te komen.
Natuur in Nederland
Hoewel zowel rijk als provincies de afgelopen jaren hard hebben gewerkt aan de implementatie
van Natura 2000, is er nog onvoldoende gebeurd waardoor de natuur stevig vooruit is
gegaan. Dit moet wel gebeuren, en hiervoor gaan we nu echte stappen zetten: aanwijzen
en beheren. Na lange tijd van praten en voorbereiden is het tijd om aan de slag te
gaan. Door provincies en rijk is al grotendeels in beeld gebracht wat nodig is om
natuur te behouden en herstellen. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat we onze doelen
op termijn gaan behalen. In de gebieden waar we al wel aan de slag zijn gegaan, zijn
al hoopvolle resultaten te zien.
De spanning zoals beschreven in het artikel is er niet voor niets. Natuur in Nederland
moet concurreren met vele andere activiteiten die in ons dichtbevolkte Nederland plaatsvinden.
Er zijn veel activiteiten en ambities op een klein oppervlakte. Daarom is het ook
niet mogelijk om in Nederland zoals in Groot-Brittannië grote dunbevolkte gebieden
aan te wijzen. Tegelijkertijd mag dat niet het excuus zijn om de natuur in Nederland
verder achteruit te laten gaan. En dat dit niet vanzelf gaat is de afgelopen decennia
onomstotelijk vastgesteld. Een adequate, en soms strenge, bescherming is daarom nodig.
Met de aanwijzing van de nu geplande Natura 2000-gebieden verwacht ik de bescherming
van de Nederlandse natuur goed geborgd te hebben.
Het beschermingsregime
Het beschermingsniveau van de Vogel- en Habitatrichtlijn is hoog. Met de externe werking
die uitgaat van de aanwijzing van een gebied, worden veel partijen geraakt. Toch is
wat wordt gevraagd redelijk: we moeten beheermaatregelen nemen om de natuur op orde
te krijgen en te houden. En activiteiten die de natuur kunnen schaden mogen niet zomaar
uitgevoerd worden in en rondom deze gebieden.
Hierbij is wetgeving van belang die de natuur effectief beschermt en die ruimte biedt
voor initiatieven van betrokken burgers en ondernemers voor een praktische uitvoering
van de regels. In dat verband wijs ik u op de door mij aangekondigde nota van wijziging
van het wetsvoorstel natuurbescherming, ter uitvoering van het regeerakkoord. Verder
investeer ik samen met provincies en gemeenten in een goede uitvoering van de natuurwetgeving
in de praktijk, wat moet leiden tot een deskundig loket, snelle besluitvorming, efficiënte
handhaving en duidelijkheid en voorspelbaarheid voor bedrijven.
In de gebieden
In en rond de Natura 2000-gebieden is veel bedrijvigheid, niet in de laatste plaats
door die natuur. De diverse belangen moeten zorgvuldig mee worden genomen in de beheerplanprocessen.
De provincies, die deze processen grotendeels trekken, hebben hier veel ervaring mee
en zetten zich hier voor in. Het samengaan van natuur en economische activiteiten
is het streefbeeld, dat is ook de inzet van de Programmatische Aanpak Stikstof. Dat
neemt niet weg dat belangen soms moeten wijken voor de natuur, niet alles zal ingepast
kunnen worden.
In het artikel wordt ook geconstateerd dat tot nu toe slechts 58 gebieden zijn aangewezen.
Dat onderschrijf ik, er is de afgelopen jaren te weinig voortgang geboekt bij de realisatie
van het Natura 2000-netwerk. De onduidelijkheid of gebieden wel of niet aan worden
gewezen heeft de implementatie niet verder geholpen, oplossingen in de praktijk bleven
uit.
Ik ga deze duidelijkheid nu wel bieden: voor de zomer zal ik, ook op verzoek van uw
Kamer, vrijwel alle resterende gebieden aanwijzen. Met het aanwijzen van deze gebieden
schep ik de duidelijkheid die juist voor de gebiedsprocessen hard nodig is. Knelpunten
in de gebieden zullen met de juiste maatregelen worden opgelost. Voor een aantal nu
nog moeilijke gebieden zal ik nauw optrekken met de verantwoordelijke gedeputeerden
om bij het opstellen van de beheerplannen te zoeken naar haalbare en betaalbare oplossingen.
Dit geldt voor het Wierdense Veld, het Binnenveld en de Nieuwkoopse Plassen. Ook voor
het al eerder aangewezen Engbertsdijksvenen zal dat mijn inzet zijn.
Tenslotte
De biodiversiteit vertoonde de afgelopen decennia een neerwaartse trend. We staan
nu in de startblokken om verdere stappen te zetten om er voor te zorgen dat de natuur
weer op orde komt. Een veerkrachtige natuur die tegen een stootje kan, en daarmee
een plek heeft midden in de samenleving.
De staatssecretaris van Economische Zaken,
S.A.M. Dijksma