Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332670 nr. 70

32 670 Voortgang Natura 2000

Nr. 70 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 april 2013

Hierbij informeer ik u over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg Natura 2000/PAS dat ik, mede namens de minister van Infrastructuur en Milieu, met de gedeputeerden landelijk gebied en een vertegenwoordiging van de Unie van Waterschappen heb gevoerd op 2 april jl.. Dit overleg heeft in constructieve sfeer plaatsgevonden. Tevens informeer ik u over de openstelling van een aantal regelingen om de verduurzaming van de landbouwsector te stimuleren.

Aanwijzingsbesluiten Natura2000

Met de gedeputeerden heb ik gesproken over het proces van aanwijzingsbesluiten. Ik heb aangegeven dat ik voornemens ben de motie Van Veldhoven c.s. (Kamerstuk 33 4000 XIII, nr. 89) uit te voeren en nog vóór de zomer in drie tranches gebieden aan te wijzen. De planning is om tranche I begin mei te publiceren en tranche II begin juni. Tranche III zal ik voor de zomer vaststellen en aankondigen in de Staatscourant, waarna de beroepstermijn voor deze tranche in zal gaan na de zomervakantie. Vanwege afhankelijkheid van lopende trajecten zoals de wetswijziging voor de Economisch Exclusieve Zone zal een beperkt aantal gebieden later volgen.

Programmatische Aanpak Stikstof

Voorts hebben alle partijen in het overleg de nut en noodzaak van de programmatische aanpak stikstof (PAS) onderschreven. De PAS is een belangrijk instrument om vergunningverlening voor economische activiteiten in en rondom Natura 2000-gebieden weer mogelijk te maken en tegelijkertijd de realisatie van de Natura 2000-doelen dichterbij te brengen. Besproken is dat alle inzet erop is gericht om de PAS in werking te laten treden op 1 januari 2014.

De bestuurlijke mijlpalen die hierbij van belang zijn, zijn als volgt:

1 juli

Concept-bouwstenen PAS-systeem gereed

1 oktober

Eindconcept PAS-akkoord gereed t.b.v. behandeling in Gedeputeerde Staten en/of Provinciale Staten

15 december

Provincies hebben ingestemd met PAS-akkoord, waarna ondertekening kan plaatsvinden

Begin juli en begin oktober worden bestuurlijke overleggen gepland om gezamenlijk de voortgang te bespreken en zo nodig bij te sturen. Op moment dat het eindconcept van het PAS-akkoord gereed is zal ik uw Kamer hierover informeren.

De hoofdlijnen van het PAS-bouwwerk staan inmiddels. Op basis van de huidige analyses lijkt er voor nagenoeg alle gebieden voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar te zijn voor economische activiteiten. Aan de afronding van het bouwwerk wordt momenteel hard gewerkt door Rijk, provincies en andere betrokkenen. Om in 2014 de PAS optimaal te kunnen benutten voor ondersteuning in de vergunningverlening moet nog een aantal stappen worden gezet. Niet alleen door het Rijk, maar ook door provincies. Zo ben ik voornemens om nog voor de zomer het wetsvoorstel dat benodigd is om de PAS vast te stellen aan uw Kamer aan te bieden. Ik wil u dan ook vragen dit wetsvoorstel spoedig te behandelen.

Aan het einde van de zomer is de beschrijving van het PAS-systeem gereed. Kort daarna zijn ook de resultaten van de Milieu Effectrapportage en de passende beoordeling PAS bekend. In het najaar wordt het eindconcept PAS, met bijbehorende documenten, ter inzage gelegd.

Door de provincies wordt op dit moment hard gewerkt aan de afronding van de gebiedsanalyses ten behoeve van opname in de PAS. In de gebiedsanalyses worden de herstelmaatregelen opgenomen die ervoor zorgen dat de natuurkwaliteit in de betreffende gebieden niet verder achteruit gaat en waar nodig verbeterd. De gebiedsanalyses zijn essentieel voor de onderbouwing van vergunningverlening ten behoeve van economische activiteiten. Ook worden nog afspraken gemaakt met o.a. waterschappen over de uitvoering van de maatregelen. Het overeengekomen tijdpad vraagt de nodige inspanningen van alle betrokken partijen en roept op tot het nemen van ieders verantwoordelijkheid hierin. Vanzelfsprekend ben ik bereid om hierin zo mogelijk te ondersteunen.

Generieke landbouwmaatregelen

Om tot voldoende ontwikkelingsruimte te komen in de PAS is met de landbouwsector een daling van 10 kton ammoniakemissie in 2030 afgesproken. LTO heeft mij onlangs laten weten er vertrouwen in te hebben dat het gaat lukken deze inspanning tijdig te realiseren. De afgelopen tijd is dit pakket van generieke maatregelen geconcretiseerd. Hierbij wordt om het draagvlak voor de uitvoering van de maatregelen te vergroten van een andere verdeling uitgegaan dan eerder aan u gecommuniceerd. Een groter deel van de daling zal daarbij worden gerealiseerd met behulp van voer- managementmaatregelen in de melkveehouderij, welke bij voorkeur worden geborgd vanuit de keten. Dit betekent dat een kleiner deel hoeft te worden bijgedragen vanuit mestaanwending. Dit pakket zal de komende tijd verder worden uitgewerkt ten behoeve van opname en vaststelling in de PAS. Met de reeds gezette stappen en de inzet van LTO heb ik er vertrouwen in dat ook dit deel van de PAS tijdig afgerond zal zijn. Ter stimulering van de verduurzaming van de landbouwsector heb ik besloten met de beschikbare PAS-middelen ook dit jaar enkele regelingen open te stellen. Met deze regelingen wil ik bijdragen aan het vergroten van kennis over de mogelijkheden om de uitstoot van ammoniak te verminderen, het stimuleren van innovatie en het stimuleren van het daadwerkelijk toepassen van maatregelen.

Ik streef ernaar om voor de zomer een regeling voor Small Business Innovation Research (SBIR) open te stellen voor het ontwikkelen van voer- en managementmaatregelen en voor het uitrijden van mest. De subsidieregeling integraal duurzame stallen voor agrarische bedrijven in de nabijheid van Natura 2000-gebieden wordt deze zomer opengesteld. Dit najaar volgen de subsidieregelingen meetprogramma, beroepsopleiding en voorlichting en grote praktijknetwerken. Voor de subsidieregelingen is een bedrag van ruim € 16 miljoen gereserveerd. Ervan uitgaande dat er voldoende belangstelling is voor deze subsidieregelingen, ben ik voornemens volgend jaar hiervoor ook middelen ter beschikking te stellen.

Met deze extra steun in de rug vertrouw ik er op dat de sector serieuze stappen blijft zetten in de verduurzaming om daarmee hun eigen ontwikkeling voor de toekomst zeker te stellen.

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma