32 670 Voortgang Natura 2000

Nr. 63 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 augustus 2012

Bij deze bied ik u het advies aan van de Commissie voor de milieueffectrapportage (verder de Commissie) inzake de concept definitieve Programmatische Aanpak Stikstof (DPAS) (d.d. 12 juli)1.

De Commissie constateert dat de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) op hoofdlijnen een juiste en werkbare aanpak is. Tegelijk constateert de Commissie dat het van de verdere invulling afhangt of de doelen van de PAS gehaald worden en dat er nog veel werk verzet moet worden om tot een houdbare PAS te komen. Evenals de eerdere voorlichting van de Raad van State noemt het advies van de Commissie een aantal punten voor nadere uitwerking zoals de verdeling van ontwikkelingsruimte, de monitoring, de bijsturingmogelijkheden en de bevoegdheidsverdeling. Dit zijn belangrijke punten en deze punten heb ik ter hand genomen bij het uitwerken van de definitieve PAS.

De Commissie stelt dat het de voorkeur verdient om de PAS zodanig uit te werken dat een tijdpad wordt gegeven waarbinnen de instandhoudingsdoelstellingen worden behaald. Of tenminste de juiste abiotische randvoorwaarden worden gecreëerd. Ik deel de opvatting van de Commissie dat doelen op termijn bereikt moeten worden. De PAS garandeert de uitvoering van maatregelen die de abiotische randvoorwaarden voor natuurontwikkeling substantieel zullen verbeteren. Bij het uitwerken van de PAS zal ik zicht geven op het tijdpad voor het behalen van de doelen of de abiotische randvoorwaarden, mede aan de hand van de huidige kennis van herstelmaatregelen, depositiedaling en kritische factoren in gebieden. Uit de gebiedsanalyses blijkt dat de perspectieven voor natuurherstel veelal gunstig zijn bij het totaalpakket aan maatregelen, waarbij rekening is gehouden met ruimte voor economische ontwikkelingen. Over de verdeling van ontwikkelingsruimte moet nog besluitvorming plaatsvinden.

Met de Commissie ben ik van mening dat de definitieve PAS moet voorzien in een goede monitoring van zowel uitvoering van maatregelen als de effecten van die maatregelen op natuurherstel en in bijsturingmechanismen. Een ontwerp hiervoor wordt op dit moment uitgewerkt.

De Commissie heeft aarzeling bij het toekennen van ontwikkelruimte voordat natuurherstel is ingezet. Ik ben van mening dat de hiervoor genoemde punten maken dat er wel degelijk voldoende zekerheid bestaat op natuurherstel, zodat ook vooruitlopend daarop economische ontwikkelingsruimte ontstaat. Ook met het uitdelen van ontwikkelingsruimte blijft de depositie dalen per gebied. De beoogde en gefaseerde uitgifte van ontwikkelingsruimte biedt juist een goede mogelijkheid om te komen tot natuurherstel omdat het ontstaan van ruimte voor de economie in belangrijke mate bijdraagt aan het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de uitvoering van een integraal maatregelenpakket. Natuurherstel kan zo door de PAS worden versneld. Ik acht dat bovendien verantwoord omdat bij de ontwikkeling van de herstelstrategieën gebruik is gemaakt van de best beschikbare wetenschappelijke inzichten, die bovendien ook internationaal gereviewed zijn.

Mijn ambitie is om de PAS snel maar ook zorgvuldig tot een goed einde te brengen. Het advies van de Commissie zal ik – net als de voorlichting van de Raad van State- betrekken bij het proces van verdere uitwerking. Zo wil ik komen tot een definitieve PAS waarmee houdbare vergunningen kunnen worden verstrekt, verslechtering gestopt en de natuurdoelen dichterbij worden gebracht.

Ik ben me er van bewust dat nog het nodige moet gebeuren om tot een definitieve PAS te komen. Met de uitwerking die plaatsvindt en met de inspanning van alle betrokken partijen, vertrouw ik er op dat er een werkbare PAS tot stand komt. Begin oktober ben ik voornemens bestuurlijk overleg te voeren met de provincies en de Unie van Waterschappen over financiën en ontwikkelingsruimte en maak ik afspraken over het verdere proces van de PAS. Ik zal u over de uitkomsten hiervan informeren.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven